'Mum can I have Brussels Sprouts again?' Development of vegetable preferences during the first 2 years of life

Promotie

'Mum can I have Brussels Sprouts again?' Development of vegetable preferences during the first 2 years of life

Promovendus drs. C (Coraline) Barends
Promotor prof.dr.ir. C (Kees) de Graaf
Copromotor dr. JHM (Jeanne) de Vries
Copromotor dr J Mojet
Organisatie Wageningen University & Research, Division of Human Nutrition
Datum

di 30 juni 2015 13:30 tot 15:00

Locatie Auditorium, building number 362
Generaal Foulkesweg 1
362
6703 BG Wageningen
0317-483592

Samenvatting

De meeste kinderen eten te weinig groente. Een belangrijke reden hiervoor is dat ze groente niet lekker vinden. Tijdens hun eerste levensjaar staan kinderen nog erg open voor nieuwe smaken en helpt herhaaldelijk aanbieden de acceptatie te verhogen Daarom zijn we een onderzoek gestart om het effect van de eerste groente en fruit hapjes van baby’s op de groente acceptatie te onderzoeken.

Om na te gaan wat de korte en lange termijn effecten zijn van het herhaaldelijk geven van groente (groente groep) of fruit (fruit groep) tijdens de eerste 18 dagen dat een kind bijvoeding krijgt, zijn een interventie gestart waaraan in totaal 101 ouders met hun baby meededen.

Hieruit bleek dat bij baby’s uit de groente groep na 18 dagen de gemiddelde groente inname was toegenomen. Analyse van de gezichtsuitdrukkingen liet zien dat ze het ook lekkerder waren gaan vinden, aangezien het aantal negatieve gezichtsuitdrukkingen was afgenomen. Ook hadden ze gemiddeld een hogere inname van sperzieboontjes puree dan kinderen uit de fruitgroep. De fruitgroep, die met fruithapjes begon, at vanaf dag 1 wel meer fruit, maar van hun eerste groente hapje op dag 19 aten ze net zo weinig als dat de groente groep op dag 1 at. Ook lieten ze meer negatieve gezichtsuitdrukkingen zien dan de kinderen die herhaaldelijk waren blootgesteld aan groentehapjes. Om de acceptatie van groente te verhogen, moeten kinderen dus echt aan groente worden blootgesteld. 

In 2 follow-up studies toen de kinderen gemiddeld 12 en 23 maanden oud waren, zijn de groente inname thuis en in het lab nog eens gemeten. De dagelijkse groente inname, gemeten doormiddel van voedingsdagboekjes, was bij 12 maanden in de groentegroep gemiddeld 40% hoger dan in de fruit groep. In het lab werden geen verschillen meer gevonden in de inname van sperzieboontjes puree. In beide groepen werd er gemiddeld erg weinig van gegeten. Bij 23 maanden zagen we geen significant verschil meer tussen de groepen.

Dat bij 12 maanden de kinderen in de groente groep nog steeds meer groenten aten is opmerkelijk aangezien beide groepen na de interventie van 19 dagen gewoon zijn gevoed zoals de ouders dat het beste achtten.  Dat we bij 23 maanden geen verschil meer zagen in groente inname, wil niet zeggen dat het beginnen met groenten op de lange duur niets uitgemaakt heeft. De interventie was maar 19 dagen en we worden dagelijks blootgesteld aan allerlei smaken. Aangezien smaakvoorkeuren zich blijven ontwikkelen is het belangrijk om kinderen te blijven stimuleren om groenten te eten. Dit zal makkelijker gaan bij kinderen van 12 maanden die groenten makkelijker accepteren. Bijvoeding starten met groente is dus een goede strategie om de acceptatie van groente te verhogen en maakt het makkelijker om dit ook te blijven stimuleren.