Alumnibijeenkomst

Wageningen Alumnibijeenkomst Regio Noord, donderdag 27 oktober 2016

University Fund Wageningen & KLV organiseren in samenwerking met de Regiocommissie Noord twee keer per jaar alumnibijeenkomsten in de regio. Dit najaar zijn Wageningen alumni uitgenodigd voor de bijeenkomst die op donderdag 27 oktober plaats zal vinden. Het thema is "Plant- en bodemgezondheid". Wij nodigen u hierbij van harte uit om aanwezig te zijn bij deze bijeenkomst.

Organisator Universiteitsfonds Wageningen
Datum

do 27 oktober 2016 16:30 tot 21:00

Locatie HLB BV te Wijster

Thema 'Plant- en bodemgezondheid'

HLB research and consultancy in agriculture is een onafhankelijk kennisinstituut, dat nieuwe, praktische kennis levert aan de gehele agro-keten. Het bedrijf is gespecialiseerd in toegepast wetenschappelijk onderzoek, diagnose van grond- en gewasmonsters en praktische advisering.

Plant- en bodemgezondheid staan bij HLB centraal. De verschillende afdelingen binnen HLB richten zich op de beheersing van zowel biologische als niet biologische factoren. Biologische factoren zijn onder meer nematoden (aaltjes), schimmels, virussen, insecten, bacteriën, onkruiden en nuttig bodemleven. Niet biologische factoren zijn bodem, nutriënten, lucht- en waterhuishouding, milieu en chemische stoffen.

De sprekers van deze bijeenkomst: Tjarda Everaarts, Rozemarijn de Vries en Johan Booij, zullen 3 onderwerpen de revue laten passeren: Plaagbestrijding door middel van de steriele-insectentechniek, bladaantasting door biologische en chemische factoren, en remote sensing. Ook zal er een korte maar interessante rondleiding door het bedrijf worden gegeven. Er is bij HLB plaats voor maximaal 54 belangstellenden, dus aarzel niet u op te geven als u belangstelling voor deze onderwerpen hebt.

Er zal natuurlijk weer gelegenheid zijn voor netwerken; cateraar de Hofmeester uut Drenthe verzorgt een eenvoudige avondmaaltijd, de avond wordt afgesloten met napraten onder het genot van een drankje.

Programma

16.30 Ontvangst met koffie en thee
16:45 Rondleiding door bedrijf
17:30 Introductie en inleiding
17:45 Tjarda Everaarts: HLB BV, Steriele insecten techniek
18:30 Hapje, drankje en gelegenheid tot netwerken
19:00 Rozemarijn de Vries: HLB BV, Bladvlekken in aardappelen veroorzaakt door Alternaria en ozon
19:30 Johan Booij: WUR, toepassing sensor-informatie(techniek) in de aardappelteelt
20:15 Borrel en gelegenheid tot netwerken
21:00 Einde

Sprekers

Rozemarijn de Vries is onderzoeker bij HLB BV, een onafhankelijk kennisinstituut dat plant- en bodemgezondheid centraal stelt. Rozemarijn is specialist op het gebied van Phytophthora-, Alternaria-, Ozon- en bewaarproeven.

Tjarda Everaarts is ook onderzoeker bij HLB BV, op het gebied van entomologie en nematologie. Verder is ze ook lange tijd werkzaam geweest bij de Groene Vlieg BV, dat nu onderdeel is van HLB Bv, als adjunct directeur steriele insecten techniek.

Ir. Johan Booij is werkzaam bij Wageningen University & Research als onderzoeker bij Wageningen Plant Research en focust zich met name op systeeminnovatie en precisielandbouw.

Verslag

Tjarda Everaarts, HLB
Algemene info:
HLB is het Hilbrands Laboratorium voor Bodemonderzoek, gevestigd in Wijster. De vestigingen van de Groene Vlieg Bio Diagnostics en Bio Control in Dronten en Nieuwe Tonge horen eveneens bij HLB.

Activiteiten HLB:
Onderzoek: Proeven op maat, denk aan ontwikkelingse, werkingse en demoproeven in de akkerbouw, bloembollen, boomteelt, vaste planten en sportterreinen; adviessystemen voor gewasbescherming gebaseerd op sensortechnologie meting van de bodem-pH via lichtreflectie; testen van nieuwe zaailingen en rassen op resistentie;. 

Diagnose: aardappelcystealen; vrijlevende alen, insecten, schimmels, bacteriën en virussen, vaststellen besmettingsniveaus,, pootgoedscan

Advies: studiegroepen; individuele begeleiding naar strategische verbeteringen; cursus ziektenherkennning; duurzame teelt; (digitale) advisering op afstand via PlantCheck, en Leafspot.HLB streeft naar een reactietijd op advies-aanvragen via PlantCheck van maximal 48 uur.

Activiteiten de Groene Vlieg: monitorsysteem voor insecten, steriele insecten techniek, het nemen en analyseren van grondmonsters op aardappelcystenalen en vrijlevende alen, advisering aan telers.

“Steriele insecten techniek (SIT).”
Deze heeft als doel: de beheersing van de plaag.

Voordelen: geen residue, geen resistentie.
In Nederland wordt SIT toegepast tegen uinevlieg. Om deze vliegenplaag sterk te reduceren is het belangrijk om vanaf de 1e insectenvlucht in het voorjaar de SIT toe te passen.
De kweek ten behoeve van SIT  bij de bestrijding van de uienvlieg gaat als volgt: eitjes verzamelen op imitatie-uienplanten. De uienvlieg heeft een voorkeur voor vertikaal opgaande stelen, een stok en een schaaltje met uiensap volstaat. Maden opkweken tot pop. De poppen vlak voor het uitkomen bestralen, want de geslachtscellen ontwikkelen het laatst, vlak voordat de vlieg de pop verlaat. Voor het meten van de effectiviteit van de behandeling worden witte koffiebekertjes succesvol als vangstvallen gebruikt.

Bij de uienvlieg wordt met steriele mannetjes en vrouwtjes gewerkt, in andere toepassingen van de SIT wordt soms met alleen steriele mannetjes gewerkt. De scheiding tussen mannetjes- en vrouwtjes-vliegen gebeurt bij de mediterrane fruitvlieg in het eistadium, mannetjeseieren  blijken een hogere temperatuur van een waterbad beter te verdragen dan vrouwtjeseieren.

Rozemarijn de Vries, HLB
“Diagnose van bladvlekken op aardappelplanten en de rol hierin van Alternaria (schimmel) en ozon." 

De uiterlijke verschijning van de bladvlekken is zeer divers, er is een geoefend oog en evt. aanvullende laboratoriumtoetsen nodig om samen met informatie over gewas, ras, klimatologische omstandigheden, bodemgesteldheid etc. tot een herkenning te komen.
Sinds 2009 doet het HLB uitvoerig onderzoek naar bladvlekken op aardappelplanten. Het gros van de vlekken bleek veroorzaakt door schimmels (Alternaria solani en Alternaria alternata) en ozon. De pathogene capaciteiten van A. solani en A. alternata zijn in een onderzoek door HLB getoetst waarbij naar voren kwam dat A. alternata zelfstandig geen vlekken kan maken ook niet bij het verwonden van het blad en A. solani dus de echte ziekteverwekker is.
60-80 % van de onderzochte bladvlekken bleken echter veroorzaakt door Ozon. Ozon is een radicaal reactief gas (O3) wat organisch materiaal vernietigd, het ontstaat door luchtverontreiniging (smog) en zonnestraling en wordt beïnvloed door temperatuur, zonlicht en luchtvochtigheid.  Symptomen van bladvlekken veroorzaakt door ozonschade blijken erg verschillend per ras. Gevolg van de ozon-schade is een substantiële opbrengstvermindering.
Door uitvoerig onderzoek door HLB van de afgelopen jaren blijkt dat bladvlekken door ozonschade vooral in het begin van het groeiseizoen voorkomen en bladvlekken veroorzaakt door Alternaria doorgaans later in het seizoen.
Een van de onderzoeksdoelen van HLB is om met de huidige opgedane database aan kennis bladvlekherkenning per computer  (mobieltje)  op afstand te ontwikkelen (automatische digitale beeldherkenning).

Johan Booij, Wageningen Plant research.
“Toepassing van sensor-informatie(techniek) in aardappelteelt.”

Doel van de afdeling van de WUR waar Johan Booij werkzaam is, is wetenschappelijke kennis geschikt maken voor de praktijk, met name optimalisatie van de gewasproductie en de daarbij horende praktijkadviezen en ondersteuning van beslissingen.
Vele adviezen en adviesregels rekenen met parameters gebaseerd op een perceelsgemiddelde. Met Precisie Landbouw (PL) technieken wordt het mogelijk om een aantal parameters plaatsspecifiek te meten en daarmee ook plaatsspecifiek te handelen.
Stikstofbijmesting in aardappelen is hier een voorbeeld van.

Als onderzoeksresultaat blijkt de stikstof mineralisatie niet  voor alle percelen hetzelfde te zijn en er zijn daarnaast ook verschillen binnen percelen. Het gewas zal hierdoor variatie tonen. Het monitoren van het N-gehalte in loof, knol (en bodem)is nodig om in te spelen op de natuurlijke variatie in de bodem en om een egaal gewas te krijgen. Gewassensoren meten lichtreflectie in het gewas. Hoe groter de Leaf Area Index (maat voor biomassa) hoe hoger de reflectie.  De reflectiewaarde wordt vervolgens vertaald naar een N-gehalte in het loof. Met een gewasgroeimodel wordt een streefwaarde voorspelt voor de N-gehalte (in de tijd en met behulp van actuele weersgegevens). Uit deze informatie wordt een stikstofbijmestadvies berekend. Met dit advies kan plaatsspecifiek kunstmest worden gestrooid, hetgeen een besparing, danwel een efficiëntere inzet van meststoffen oplevert.  
Overigens is van belang de soort sensor (fabrikant, sensorprincipe), want niet iedere sensor geeft dezelfde info. Sensoren op drones hebben een hoge resolutie, de data kunnen per 10 x 10 cm2 (zelfs kleiner) worden verzameld. Voor elke sensor is een vertaling naar gewasparameters nodig.
De NBS-applicatie op het platform Akkerweb wordt gebruikt om de sensordata te verwerken tot advieskaarten, het is dan mogelijk om de analyseresultaten advieskaarten in de computerapparatuur boordapparatuur van de tractor te laden die gekoppeld is aan GPS-sturing , zodat naar de behoefte van de planten op een bepaald perceel stikstof kan worden bijgemest.