Uitgave

30 vragen en antwoorden over fosfaat

Over fosfaat bestaan vele vragen, zowel op het gebied van het landbouwkundig gebruik als over de mogelijke negatieve effecten op het milieu en de manier waarop die effecten worden veroorzaakt.

vragen en antwoorden over fosfaat

Maatschappelijke organisaties hebben over het algemeen uitgesproken ideeën over de noodzaak van het gebruik van fosfaat in de landbouw in Nederland, en over de consequenties voor het milieu. De visies van deze organisaties verschillen onderling nogal eens, en stroken ook niet altijd met de uitgangspunten van de betrokken overheden.

Van nature zit er weinig fosfor in de bodem, zo’n 0,01 tot 0,1 procent. Fosfor wordt aangevoerd via veevoer en kunstmest. In Nederland wordt meer fosfaat aangevoerd dan afgevoerd. Er is dan ook sprake van een overschot aan fosfaat. Het overgrote deel van het overschot komt op landbouwgronden terecht. De fosfaatophoping in de bodem varieerde in de afgelopen decennia tussen de 80 en 40 miljoen kg per jaar. Door uit- en afspoeling van fosfaten uit de bodem ontstaan negatieve effecten voor waterecosystemen, zoals een sterke groei van fytoplankton (“algenbloei”). Als gevolg hiervan verdwijnen waterplanten door lichtgebrek en sterven vissen door zuurstofgebrek. Blauwalgen halen zelfs regelmatig de media vanwege de giftige stoffen die zij afscheiden. Het terugdringen van het fosfaatoverschot is dan ook een van de hoofddoelen van het Nederlandse mestbeleid.

De verschillen in visie tussen diverse organisaties over het nut en de noodzaak van het gebruik van fosfaten in de landbouw en de relatie met het milieu waren een goede reden om de feiten rondom fosfor en fosfaat systematisch, beknopt en wetenschappelijk verantwoord op een rij te zetten. Oscar Schoumans schreef daarom samen met Jaap Willems (Planbureau voor de Leefomgeving) een boekje over de stand van de huidige kennis over fosfaat in landbouw en milieu. Deze "30 vragen en antwoorden over fosfaat" richten zich op de betekenis van fosfaat in relatie tot het mest- en milieubeleid, en gaan in op een aantal algemene, landbouwkundige en milieukundige aspecten. Kortom: een handzaam boekje voor praktijk en beleid.