Nieuws

Aanlandplicht leidt tot hogere kosten voor de Nederlandse visserij

Gepubliceerd op
29 november 2013

De invoering van een aanlandplicht gaat de Nederlandse visserij bij ongewijzigde vangsten en visserij-activiteiten tussen de € 6 en € 28 miljoen kosten; afhankelijk van hoe de quota worden aangepast en van de prijs voor de aan te landen bijvangsten. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

De zogenoemde aanlandplicht voor bijvangsten van gequoteerde soorten verplicht vissers ondermaatse en niet-marktwaardige vis aan wal te brengen. De opbrengsten van de aan te landen bijvangst zullen niet opwegen tegen de kosten van aanlanding. Omdat de bijvangsten niet voor menselijke consumptie gebruikt mogen worden, zal de prijs die hiervoor wordt ontvangen relatief laag zijn. Uit marktonderzoek blijkt dat een afzetprijs voor bijvangst tussen de 0.15 en 0.30 €/kg verwacht kan worden.

De scenariostudie veronderstelt dat de vangstsamenstelling en alle visserij-activiteiten gelijk zijn aan het basisjaar 2011. In het eerste scenario waarbij de vangstquota gelijk zijn aan de huidige quota plus bijvangst, betekent dit extra kosten voor de Nederlandse zeevisserijvloot van € 6 tot € 14 miljoen. In het tweede scenario waar de in te voeren vangstquota gelijk zijn aan de huidige quota, liggen de netto kosten tussen de € 23 en € 28 miljoen. Extra kosten voor volledige controle van de vangst door camera’s (circa € 6 miljoen) of door controle door waarnemers op alle reizen (circa € 18 miljoen) zijn hier nog niet in mee genomen.