Areaalverschuivingen tussen bouwland en grasland in relatie tot derogatie

Areaalverschuivingen tussen bouwland en grasland in relatie tot derogatie

De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten het stikstofgebruik via dierlijke mest te beperken tot maximaal 170 kg per hectare per jaar. Nederland heeft vanaf 2006 van de Europese Commissie toestemming gekregen om hiervan af te wijken (dat wil zeggen: derogatie). De derogatie, zoals die van kracht was voor de perioden 2014-2017 en 2018-2019, is verleend voor landbouwbedrijven met minimaal 80% grasland (in de periode 2006-2013 was dit 70%).

De afgelopen jaren is er een afname van agrariƫrs die derogatie aanvragen. Een van de redenen is het niet meer willen voldoen aan de minimale grasland eis. Hieruit zou verwacht kunnen worden dat grasland wordt omgezet naar bouwland en dat daarmee het aandeel grasland zal afnemen. In dit artikel wordt onderzocht of deze aanname klopt. De centrale vraag is: welke areaalverschuivingen tussen bouwland en grasland traden op in de afgelopen decennia? Voor de beantwoording van deze vraag is gebruik gemaakt van CBS StatLine-data.

Landelijke verschuiving

Figuur 1 toont het aandeel bouwland en het aandeel grasland ten opzichte van het totaal areaal aan cultuurgrond voor heel Nederland voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019; waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen. Het aandeel bouwland is inclusief tuinbouw (dat wil zeggen oppervlakte cultuurgrond minus grasland). Het aandeel grasland is door de jaren heen licht toegenomen van 52 naar 54%. Het aandeel bouwland is daardoor logischerwijs licht afgenomen.

Figuur 1 (klik om vergroting te zien). Het aandeel grasland (%) en het aandeel bouwland (inclusief tuinbouw, %) op nationaal niveau voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019 waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen.
Figuur 1 (klik om vergroting te zien). Het aandeel grasland (%) en het aandeel bouwland (inclusief tuinbouw, %) op nationaal niveau voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019 waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen.

Verschuivingen in landbouwgebieden

Figuur 2 geeft het aandeel bouwland en het aandeel grasland per landbouwgebied weer voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019; waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen. In 10 van de 14 landbouwgebieden is het aandeel grasland toegenomen, in de overige gebieden is het aandeel afgenomen. De grootste stijging in het aandeel grasland is waarneembaar in het Zuidwestelijk Akkerbouwgebied. Opvallend is dat er in geen van de landbouwgebieden een duidelijke toename is in het aandeel bouwland.

F2.PNG
Figuur 2 (klik om vergroting te zien). Het aandeel grasland (%) en het aandeel bouwland (inclusief tuinbouw, %) in de onderscheiden landbouwgebieden voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019 waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen.
Figuur 2 (klik om vergroting te zien). Het aandeel grasland (%) en het aandeel bouwland (inclusief tuinbouw, %) in de onderscheiden landbouwgebieden voor de jaren 2000, 2010, 2018 en 2019 waarbij voor het laatste jaar geldt dat dit voorlopige cijfers betreffen.

Afname derogatie niet terug te zien in aandeel grasland

De CBS StatLine-data laten over het algemeen een stijging in het aandeel grasland en een daling in het aandeel bouwland zien in de onderscheiden landbouwgebieden. De derogatie die van kracht is vanaf 2006 kan mogelijk geleid hebben tot een uitbreiding van het aandeel grasland. De afnemende belangstelling voor derogatie, waardoor omzetting van grasland naar bouwland zou kunnen optreden, is echter niet terug te zien in de CBS StatLine-data van recente jaren.

Verdergaande analyses nodig

De analyse op landbouwgebiedsniveau geeft slechts een globaal overzicht van verschuivingen tussen grasland en bouwland. Om de effecten van derogatie op de aandelen grasland en bouwland preciezer in beeld te krijgen, dient ook de implementatie van derogatie in de verschillende landbouwgebieden betrokken te worden in het onderzoek. Daarnaast dient te worden gekeken naar de vraag in hoeverre het areaal grasland op bedrijven met voorheen deelname aan derogatie is afgenomen. Tot slot dient ook de toename van het aandeel grasland onderzocht te worden. Zijn er bijvoorbeeld akkerbouwers die gras zijn gaan telen in plaats van graan? Of zijn er melkveehouders die hun bedrijfsareaal uitbreiden door aankoop van bouwland en dit vervolgens omzetten in grasland? Dit vergt verdergaande analyses.


Jamal Roskam (Wageningen Economic Research)