Blijvende verandering in de organisatie van de Ethiopische zaadsector

Blijvende verandering in de organisatie van de Ethiopische zaadsector

Boeren komen in Ethiopië op een efficiëntere manier aan hun zaaizaad dan vroeger, en ze kregen er zelf ook meer over te zeggen. Dat komt door sociale innovatie in de zaadsector, met een slimmer systeem van directe marketing door zaadbedrijven, en crowdsourcing waarin boeren hun favoriete variëteiten kiezen.

De overheid heeft van oudsher in Ethiopië een grote rol in de productie en distributie van zaaizaad voor boeren, omdat het land tot 1991 een planeconomie had. Het huidige beleid is gericht op liberalisering, maar de praktijk is vaak nog anders. Tot 2011 inventariseerde de overheid hoeveel zaaizaad boeren nodig hadden, instrueerde zaadbedrijven om dat zaad te produceren, en regelde de distributie van dat zaad door boerencoöperaties. Er ging veel zaad verloren in de winkels van die coöperaties omdat boeren minder gebruikten dan gedacht.

Directe marketing van zaden

Het Integrated Seed Sector Development programma in Ethiopië (ISSD Ethiopia), ondersteund door  Wageningen Centre for Development Innovation, heeft de afgelopen jaren sociale innovatie in de sector gefaciliteerd waardoor veel zaadbedrijven nu hun zaden direct afzetten bij boeren. ‘Sociale innovatie betekent volgens ons dat er blijvende betekenisvolle verandering is’, zegt Gareth Borman, adviseur bij Wageningen Centre for Development Innovation. ‘Het gaat om nieuwe en betere manieren om te werken. Zoals verandering van een gecentraliseerd systeem van overheids-geleide toewijzing en distributie van zaden, naar bedrijven die hun zaden direct marketen aan boeren.’ Directe marketing van zaden heeft de efficiëntie in distributie dramatisch verhoogd, zegt Borman, en heeft kosten door verlies van zaden tot zes keer verlaagd.

Bottom up

In 2011 werd een kleinschalige pilot opgezet met twee zaadbedrijven, in twee van de vierhonderd Ethiopische districten. Boeren hadden aangegeven dat gebrek aan tijdige beschikbaarheid van zaden hun grootste probleem was. Van de bedrijven vroeg deze pilot een nieuwe houding en nieuwe kennis en vaardigheden. Ervaring met marketing en logistiek hadden zij niet. ISSD Ethiopia vergrootte hun capaciteit met trainingen, coachen en monitoring.

Overheidsfunctionarissen op hogere niveaus waren niet zomaar overtuigd. De overheid is bezorgd of arme boeren nog wel voldoende toegang tot zaden hebben na deregulering van de zaadsector. Om sociale innovatie te bereiken, was het nodig om buiten de gebaande paden te gaan. Bij de eerste pilot waren de nationale beleidsmakers nog niet betrokken, alleen de lokale overheid, bedrijven en boeren. ISSD Ethiopia kon later meer beleidsmakers overtuigen van de effectiviteit en de efficiëntie van directe marketing van zaden, door het succes van de eerste pilot systematisch te documenteren. Sindsdien is de pilot gaandeweg uitgebreid tot nu 228 districten, meer dan de helft van het totaal aantal districten in de vier belangrijkste landbouwregio’s.

‘De les over sociale innovatie’, zegt Borman, ‘is dat het belangrijk was dat de innovatie kleinschalig en in de praktijk begon. En dat bedrijven en boeren van meet af aan betrokken werden.’

Crowdsourcing

Dat geldt ook voor een ander experiment, dat ook voortkwam uit een behoefte van boeren. In 2017 en 2018 kregen 18.000 boeren van ISSD Ethiopia kleine hoeveelheden zaaizaad van 280 verschillende variëteiten. De boeren testten die op kleine plotjes land op hun eigen boerderij, en gaven aan welke variëteit hun voorkeur had. Landbouwvoorlichters gaven de boeren er informatie bij hoe de variëteiten te telen. ‘We noemen het crowdsourcing’, zegt Borman. ‘Door deze citizen science kregen we heel veel data over de voorkeuren van boeren. De boeren krijgen hierdoor onmiddellijk toegang tot nieuwe variëteiten. Daarmee kunnen ze verder experimenteren op hun eigen veld, en de zaden uitwisselen met anderen en zo hun teelt verbeteren, zoals de boeren al duizenden jaren gewend zijn te doen.’

De data van de voorkeuren van boeren, gaan naar onderzoekers van de nationale landbouwonderzoeksorganisaties (NARS) en naar zaadbedrijven, die hiermee rekeningen kunnen houden in hun veredeling en verkoop. ‘Landbouwvoorlichtingsdiensten vinden deze aanpak ook interessant. Voor hen is het een efficiënte manier om boeren te bereiken met nieuwe technologieën.’