Blog Expeditie Spitsbergen: Zeevogels en zeezoogdieren tellen vanaf de boeg

Blog Expeditie Spitsbergen: Zeevogels en zeezoogdieren tellen vanaf de boeg

Tijdens de SEES expeditie naar Spitsbergen is vrijwel continu zeevogels en zeezoogdieren geteld vanuit de vogelbox op het voordek van het onderzoeksschip Ortelius. Onderzoeker Steve Geelhoed vertelt in een blog hoe dat in zijn werk gaat.

Tik! Die zit er in. Fulmar, donker, 1, F, 2, 8

Waarnemingen doen vanuit de vogelbox

Een Noordse Stormvogel vliegt tijdens een snapshot door onze telstrip van 300 x 300 m. We zagen er honderden tijdens de SEES-expeditie, varend tussen West-Spitsbergen en Edgeoya. Noordse Stormvogel was de talrijkste soort tijdens de surveys die Hans, Steve, Meike, Geert, Sophie, Roger en zo nu en dan een geïnteresseerde gast hebben uitgevoerd. De vogelbox op de boeg voorzag de waarnemers niet alleen van beschutting maar ook van een schier onuitputbare voorraad chocola, koek en dergelijke.

Gewone vinvis (Foto: Steve Geelhoed)
Gewone vinvis (Foto: Steve Geelhoed)

Tellen volgens internationaal protocol

Zoals gewoonlijk werden de surveys uitgevoerd conform het ESAS (European Seabirds At Sea) protocol, dat gebruikt wordt door zeevogelonderzoekers in de Atlantische Oceaan. Zeevogels en zeezoogdieren worden vanaf een varend schip geteld in een strip van 300 meter aan weerszijden van het schip. Alle dieren op en in het water worden genoteerd. Om dubbeltellingen te beperken worden vliegende vogels alleen geteld tijdens zogenaamde snapshots die iedere minuut worden gemaakt. Van de overige vliegende vogels wordt alleen de aanwezigheid geregistreerd.

Noordse stormvogel (Foto: Steve Geelhoed)
Noordse stormvogel (Foto: Steve Geelhoed)

Nieuwe kijk op "Code 65 guarding chick"

Gedrag werd ook standaard genoteerd. Hoewel de gedragscodes al decennia gebruikt worden, lukte het een geïnteresseerde gast om ons een nieuwe kijk op de code te geven: code 65 guarding chick. Na zijn bezoek aan de vogelbox zagen we hem regelmatig bij zijn vrouw om haar te ‘beschermen’.

De officiële betekenis van code 65 werd deze gast geleerd door het bekijken van vader-kuikencombinaties Dikbekzeekoeten. Zoals de meeste Atlantische alkachtigen springen nog donzige zeekoetkuikens van hun klif als ze een paar week oud zijn. Op hun onvolgroeide minuscule vleugels proberen ze een glijvlucht te maken en op zee te landen. Sommige kuikens zweven niet ver genoeg en crashen op het strand. Daar schuimen grote jagers, grote burgemeesters en poolvossen rond op zoek naar een eenvoudig te bemachtigen prooi. De kuikens die op zee landen, volgen hun vader en zwemmen samen weg van de broedkolonie, weg van predatoren. Tijdens de SEES-expeditie hadden de meeste Dikbekzeekoeten hun kolonies al verlaten; op zee werden er minder gezien dan verwacht.

Middelste jager (Foto: Steve Geelhoed)
Middelste jager (Foto: Steve Geelhoed)

Verspreiding van zeevogels

Vogels verlaten de wateren rond de kolonie heel snel. Om meer inzicht te krijgen in de verspreiding van kuikens kunnen systematische (offshore) surveys uitgevoerd worden. Sterker nog, de offshore verspreiding van alle zeevogels en zeezoogdieren is slechts mondjesmaat gekwantificeerd. Kennis over hun temporele en ruimtelijke verspreiding op zee is echter belangrijk om hun ecologie en aanpassingsvermogen te kunnen begrijpen.

Gewone vinvis (Foto: Steve Geelhoed)
Gewone vinvis (Foto: Steve Geelhoed)

Verwerking data gaat anders in het poolgebied

Tijdens ‘reguliere’ surveys worden de verzamelde data tussen zonsondergang en zonsopgang ingevoerd. Tijdens deze survey was dit onmogelijk: de zon ging (bijna) niet onder. Indien het schip minstens 10 knopen voer werd geteld. In totaal kon 833 km transit geteld worden, dat komt overeen met 250 km2 zeeoppervlak. Deze data worden waardevoller als de surveys de komende jaren worden voortgezet. Een vergelijking met gegevens van een kwart eeuw geleden -gepubliceerd door Kees Camphuysen (SULA 7, special issue Birds and (marine) mammals in Svalbard, 1985-91)- en gegevens van Fridtjof Mehlum kan informatie opleveren over veranderingen in het voorkomen van soorten. Voortzetting van ESAS-tellingen in Svalbard’s wateren is de eerste stap om dit mogelijk te maken.

- Steve Geelhoed -