Brucellose

Brucellose

Brucellose is een zoönose (ziekte die van dier naar mens kan overgaan) die wereldwijd voorkomt. In een aantal landen, waaronder Nederland, is brucellose in de populatie van landbouwhuisdieren effectief bestreden, waardoor deze populatie in Nederland sinds 1999 officieel vrij is van brucellose. Bij mensen en gehouden dieren in Nederland is brucellose een aangifteplichtige ziekte.

Brucellose wordt veroorzaakt door een bacterie van het geslacht Brucella. Brucella abortus veroorzaakt brucellose bij herkauwers, voornamelijk runderen en wordt ook wel abortus Bang genoemd. B. melitensis en B. ovis veroorzaken brucellose bij schapen en geiten, terwijl B. suis en B. canis brucellose veroorzaken bij respectievelijk varkens en honden. Bij knaagdieren kan B. microti en B. neotomae voorkomen en bij zeezoogdieren B. ceti en
B. pinnnipedialis. Binnen de soorten B. abortus, B. melitensis en B. suis worden nog zogenaamde biovars onderscheiden.

Een aantal Brucella-soorten kan meerdere diersoorten besmetten omdat ze niet 100% diersoortspecifiek zijn. Ook mensen zijn gevoelig voor verscheidene Brucella-soorten, waarbij er wel verschillen in ziekmakendvermogen bestaan tussen de soorten en zelfs tussen de biovars binnen een Brucella-soort. B. melitensis is het meest ziekmakend voor mensen terwijl B. ovis dat niet is.


Historie

De verwekker van brucellose is in 1887 voor het eerst in Malta geïsoleerd door de Engelse legerdokter David Bruce. Pas in 1907 ontdekte de Maltees Themistocles Zammit hoe de ziekte werd overgedragen en dat geiten het lokale dierlijke reservoir van deze ziekte waren. De Deense arts Bang isoleerde in 1895 de verwekker uit de placenta van koeien die aborteerden. B. canis is pas bekend sinds 1966, toen de bacterie een uitbraak van abortus veroorzaakte in een kennel met Beagles. Sinds het midden van de jaren ’90 worden Brucella-bacteriën ook bij bruinvissen en zeehonden aangetoond.

Ziekte bij dieren

Bij dieren is het voornaamste symptoom van brucellose abortus of vroeggeboorte. De nageboorte (placenta) heeft typische ontstekingshaardjes en als de placenta niet tijdig loskomt, ontstaat er een baarmoederontsteking die dodelijk kan zijn voor het moederdier. Bij een abortus komen grote hoeveelheden bacteriën met de vrucht, vruchtwater en nageboorte naar buiten en is het besmettingsrisico voor mens en dier groot. Naast de uitscheiding van bacteriën via de nageboorte, worden ook bacteriën via de melk uitgescheiden. De uitscheiding via de melk kan lang aanhouden. Mannelijke dieren kunnen na een infectie onvruchtbaar worden door een ontsteking van de testikels. Brucellose verloopt vaak onopgemerkt omdat er naast de abortus meestal weinig andere symptomen zijn. Daardoor kan de bacterie zich ongemerkt verspreiden in een dierpopulatie.

Runderen

Sinds 1997 zijn er geen besmette runderen in Nederland gevonden en vanaf 1 augustus 1999 is Nederland officieel vrij van boviene brucellose. Ter bewaking van de vrij-status wordt er een aantal controles uitgevoerd. Alle runderen aangeboden ter slachting worden individueel klinisch en post mortem gecontroleerd op aandoeningen. Veehouders zijn verplicht bloedonderzoek uit te laten voeren door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) bij elk rund dat verwerpt tussen dag 100 en 260 van de dracht. Dierenartsen, veehouders en laboratoria moeten een klinische verdenking verplicht melden aan de NVWA die vervolgens de dieren onderzoekt. Runderen die aangeboden worden ter export of worden ingezet voor reproductie worden vaak ook klinisch en serologisch onderzocht op boviene brucellose.

Schapen en geiten

Brucellose bij schapen en geiten is in Nederland nog nooit vastgesteld en Nederland is officieel vrij sinds 1993. Ter bewaking van de vrij-status wordt er jaarlijks een steekproef uitgevoerd in de kleine herkauwerpopulatie.

Varkens

Na 1973 is B. suis bij varkens in Nederland niet meer voorgekomen. Infectie eind jaren ’60 en in 1973 waren te wijten aan import en swill-voedering waarin geïmporteerde hazen waren verwerkt. Een actief monitoringssysteem wordt gehanteerd om de Brucella situatie in varkens te bewaken.

In 2016 is er wel B. suis biovar 1 aangetoond in een hond. Deze hond leed aan een ernstige bijbal ontsteking en is geëuthanaseerd. De oorsprong van deze infectie wordt geassocieerd met het voeren van rauw vlees waarin uit Zuid-Amerika geïmporteerde hazen zijn verwerkt. In de omgeving en contacten van de hond is geen Brucella gevonden waardoor dit beschouwd wordt als een op zichzelf staand geval zonder risico voor de varkenshouderij.

Honden


Voor 2016 is nooit Brucella aangetoond bij honden in Nederland.
Eind 2016 is in Nederland bij een hond Brucella suis (biovar 1) vastgesteld waarbij de infectie waarschijnlijk is ontstaan door het voeren van rauw vlees (ook wel BARF genoemd) waarin uit Zuid-Amerika geïmporteerde hazen zijn verwerkt. Zie het nieuwsbericht 'Brucella suis infectie bij hond na voeren van vers vlees'.

In 2016 en 2017 is bij meerdere honden in Nederland een infectie met Brucella canis vastgesteld. Het betreft honden afkomstig uit Oost-Europa. Bij een deel van deze honden werden klinische klachten vastgesteld zoals ontstekingen aan de wervelkolom.
De klinische verschijnselen van een infectie met B. canis en B. suis bij honden komen overeen en bestaan vooral uit problemen in de voortplantingsorganen en gewrichten inclusief de wervelkolom. De infectie kan echter ook symptoomloos verlopen.

Tussen honden wordt Brucella voornamelijk overgebracht tijdens een dekking, maar honden kunnen ook via andere routes besmet raken zoals via het eten van besmet voer, via direct contact met besmette dieren of materialen en puppy’s via de moedermelk.

Aangezien brucellose een zoönose is, kunnen infecties met Brucella bij honden risico opleveren voor mensen. Daarbij is B. canis veel minder infectieus voor mensen dan B. suis. Import van honden en vlees bedoeld voor BARF brengt dus een risico van introductie van Brucella in Nederland met zich mee. Hoewel de kans hierop als klein wordt ingeschat kan de impact groot zijn. Doordat een infectie met Brucella-bacteriën langzaam verloopt, wordt de diagnose meestal vaak in een laat stadium gesteld; verspreiding kan daardoor ongemerkt plaatsvinden.

Bij honden met een mogelijke infectie met Brucella is het advies om deze honden eerst serologisch te laten onderzoeken bij WBVR op antistoffen tegen Brucella. Na het aantonen van antistoffen kan urine, heparinebloed en/of klinisch materiaal worden ingestuurd om Brucella-bacteriën aan te tonen.

Ziekte bij mensen

Vooral B. melitensis, maar ook B. suis en B. abortus zijn besmettelijk voor de mens. Terwijl mensen veel minder gevoelig zijn voor B. canis, B. ceti, B. pinnipedialis, B. microti en B. innopinata. De ziekte wordt bij mensen ook wel maltakoorts (B. melitensis) of ziekte van Bang genoemd. De besmetting vindt voornamelijk plaats door contact met besmette dieren (vooral gedurende of na partus of abortus), consumptie van rauwe melk of andere ongepasteuriseerde zuivelproducten (waaronder kazen). De ziekte wordt niet van mens op mens overgedragen.

In Nederland worden sporadisch gevallen van menselijke besmettingen met Brucella gemeld; meestal na bezoek aan het buitenland of door consumptie van rauwmelkse zuivelproducten afkomstig uit het buitenland. Vooral Turkije, Irak en andere landen in het Midden-Oosten worden genoemd als land van besmetting. De ziekte heeft een incubatieperiode van tien dagen tot enkele maanden.

Bij mensen heeft brucellose vaak een chronisch verloop. Koorts springt in het oog maar is vaak erg wisselend en onvoorspelbaar. De koorts kan gepaard gaan met hoofdpijn, malaise, algemene vermoeidheid, nachtzweten en gewrichtspijnen. Indien de infectie niet herkend wordt is het verloop doorgaans chronisch en gaat gepaard met gebrek aan eetlust en gewichtsverlies. Bij lichamelijk onderzoek vindt men bij een deel van de patiënten vergrote lymfknopen en of een vergrote lever. Zwangere vrouwen kunnen ook een miskraam krijgen. Ondanks behandeling met antibiotica treedt in 5-10% van de gevallen complicaties op zoals bacteriële hart-, nier-, hersen-, gewrichtsontstekingen of een ontsteking van de testikels bij mannen. Dit leidt in minder dan 1% van de gevallen tot de dood.

Brucella in de wilde fauna

Brucellose kan ook bij in het wild levende dieren voorkomen. B. abortus wordt bijvoorbeeld ook aangetroffen bij bizons in Noord-Amerika en buffels in Afrika. Deze populaties worden als reservoir beschouwd. B. melitensis wordt zelden bij wild aangetroffen, hoewel er gevallen gerapporteerd werden in de Alpen bij gemzen en steenbokken. Bij Nederlandse reeën en andere hertachtigen komt voor zover bekend geen brucellose voor.

B. suis komt bij varkens voor in Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. De Europese variant van B. suis (biovar 2) is nauwelijks ziekteverwekkend voor de mens. Als besmettingsreservoir in Europa fungeren wilde zwijnen, hazen en vossen. Omdat in Nederland bij wilde zwijnen antilichamen tegen Brucella zijn gevonden, werden ook hier besmettingen van wilde zwijnen met B. suis vermoed. Sinds 2012 worden daarom tonsillen van geschoten wilde zwijnen onderzocht op aanwezigheid van Brucella­­-bacteriën. In 2012 is inderdaad bij twee wilde zwijnen afkomstig uit Zuid-Limburg Brucella suis biovar 2 gekweekt uit de tonsillen. Hoewel B. suis een zoönose is, is het risico voor de mens van dit biovar 2 type echter klein.

De in de Nederlandse wateren voorkomende bruinvissen en zeehonden blijken ook besmet te kunnen zijn. Het gaat daarbij om B. ceti, die specifiek bij bruinvissen wordt gevonden en B. pinnipedialis bij zeehonden.

Meldingsplicht

Brucellose bij landbouwhuisdieren en de mens is in Nederland meldingsplichtig. Op grond van de EU-wetgeving moet brucellose bij landbouwhuisdieren worden bestreden. In het kader van de bewaking van brucellose worden alle runderen die verworpen hebben onderzocht op afweerstoffen tegen Brucella. Daarnaast worden stieren die worden ingezet in de KI en alle runderen die worden geëxporteerd getest. Bij geiten en schapen wordt er jaarlijks een steekproef genomen om te onderzoeken of de kleine herkauwerspopulatie vrij is Brucella.

In de Europese Unie komt brucellose in de zuidelijke lidstaten veelvuldig voor  bij landbouwhuisdieren. Het betreft vooral B. melitensis bij kleine herkauwers en in mindere mate B. abortus bij runderen. Import van geïnfecteerde landbouwhuisdieren vormt een risico voor de introductie van brucellose, hierop wordt gecontroleerd. Insleep vanuit de wilde fauna kan een rol spelen maar dit is momenteel voor de Nederlandse situatie van minder belang.

Wat doet Wageningen Bioveterinary Research?

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is het nationaal referentielaboratorium voor Brucella bij dieren en adviseert de overheid over brucellose. Het beschikt over verschillende serologische testmethoden voor o.a. export- en confirmatieonderzoek. Wanneer een dier verdacht is van brucellose vindt in geval van landbouwhuisdieren bij WBVR sectie plaats en wordt geprobeerd om Brucella-bacteriën aan te tonen door middel van kweek en PCR-technieken. Bij honden kunnen deze testen uitgevoerd worden op materiaal van de levende dieren. In verband met het zoönotisch risico van deze kiemen, gebeurt dit onder strikte voorzorgsmaatregelen in een zogenaamd Biosafety level 3 (BSL 3) laboratorium. Door middel van moleculaire technieken wordt de species en de eventuele biovar vastgesteld. Daarnaast vindt bij WBVR wetenschappelijk onderzoek plaats naar brucellose en Brucella-bacteriën. Momenteel wordt geconcentreerd op het voorkomen van brucellose in de Nederlandse wilde fauna zoals wilde zwijnen en zeezoogdieren. Op deze manier draagt WBVR bij aan het in kaart brengen van mogelijke transmissierisico’s naar mensen of naar gehouden dieren. Behalve dat men hier de beschikking heeft over verschillende diagnostische testen en moleculaire typeringstechnieken, kunnen bij WBVR ook nieuwe technieken worden ontwikkeld en onderzocht op bruikbaarheid.

Zowel binnen de diagnostiek als het onderzoek heeft Wageningen Bioveterinary Research een uitgebreid netwerk en vindt (inter)nationale samenwerking plaats.