Een groot deel van de Nederlandse natuur is Natura 2000-gebied

Persbericht

Bruggen bouwen tussen recreatie en natuur

Gepubliceerd op
5 november 2012

Een groot deel van de Nederlandse natuur is Natura 2000-gebied. In deze gebieden wordt veel gerecreëerd. In de meeste gevallen kunnen natuur en recreatie goed samengaan. Maar niet altijd. Denk bijvoorbeeld aan verstoring. Ondernemers in de recreatiesector moeten zelf bewijzen dat er door hun activiteiten geen nadelige gevolgen voor de natuur zijn. Maar hoe doe je dat? Alterra Wageningen UR deed onderzoek en komt met aanbevelingen waar de recreatiesector mee verder kan.

Recreatie kan er in bepaalde  gevallen toe leiden dat een dier- of plantensoort of habitattype een kritische drempelwaarde bereikt, waardoor de gunstige staat van instandhouding in het geding komt. Dat is een probleem voor de recreatiesector, want de verplichtingen vanuit de Natuurbeschermingswet houden in dat de recreatie geen afbreuk mag doen aan het behalen van de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. De bewijslast bij de hiervoor benodigde effectstudie, inclusief de cumulatietoets en de effectbeoordeling, wordt door de sector echter als groot ervaren. Om de processen rondom beheerplannen en vergunningverlening te vergemakkelijken heeft Alterra samen met de recreatiesector bekeken welke kennis nodig is om deze processen te faciliteren.

Het gaat bij de procedures om de vraag of er sprake is van significante effecten van recreatie op de natuur. En dat is lastig te bepalen, omdat recreatie niet alleen afkomstig hoeft te zijn uit een nabijgelegen recreatieonderneming, maar ook uit een nabijgelegen woonwijk kan komen. Is die hond die het wild opjaagt van een bezoeker van een recreatie-onderneming, of van een gewone wandelaar? Dit nog los van effecten van andere activiteiten die ook een rol spelen. Bovendien mag je een effect op individuniveau niet simpelweg doortrekken naar een effect op populatieniveau. Enige mate van verstoring hoeft geen probleem te zijn, zolang dit maar geen afbreuk doet aan de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen.

De onderzoekers hebben het begrip ‘kwetsbaarheid voor recreatie’ als indicator gekozen om aan te geven welke Natura 2000-habiattypen of soorten specifiek kwetsbaar worden geacht voor recreatie. Dat geeft een eerste inzicht in de eventuele ‘ernst van de problematiek’ in een gebied. Ook geven ze handvatten in de vorm van handelingsperspectieven, waarmee recreatie-ondernemingen binnen de vergunningprocedure kunnen aangeven hoe ze willen omgaan met onduidelijke of onzekere effecten.

In het rapport is de door Alterra in jaren opgebouwde kennis over kwetsbaarheid van alle Natura 2000-soorten en habitattypen in Nederland ontsloten. In de praktijk zal het zo zijn dat er voor elk initiatief en iedere activiteit maatwerk moet worden geleverd. Generieke kennis moet worden vertaald naar specifieke effecten en lokale gevolgen. Dit kunnen recreatie-ondernemers niet alleen doen. Er is ook inbreng nodig van gebiedsdeskundigen, ecologen en terreinbeheerders. Niettemin is de sector erg tevreden met het rapport. “Alle kennis uit dit rapport overziend, kan worden gesteld dat recreatie de realisatie van Natura 2000-doelstellingen veelal niet in de weg zal staan,” zegt Fred Bloot, voorzitter van de regiegroep Recreatie en Natuur. “Desalniettemin kunnen er knelpunten zijn waarvoor een oplossing moet worden gezocht. Het rapport biedt daarvoor interessante inzichten voor handelingsperspectieven, die niet per definitie hoeven te worden gezocht in het beperken van de recreatiedruk.”