Nieuws

Coöperaties blijven onmisbaar in land- en tuinbouw

Gepubliceerd op
10 april 2013

In Europese landen waar coöperaties een groot marktaandeel hebben, liggen de prijzen gemiddeld hoger dan in landen met weinig coöperaties. Dit blijkt uit een omvangrijk onderzoek naar het belang van coöperaties in alle Europese lidstaten onder leiding van Wageningen UR. In de keten zijn coöperaties als tegenmacht onmisbaar tegenover de sterke positie van supermarkten. Om een interessante en sterke onderhandelingspartner te blijven, maar ook om voldoende te kunnen investeren in innovatie, moeten coöperaties verder groeien, ook internationaal. Tegelijk maakt deze groei het lastiger om leden betrokken te houden.

Uit het onderzoek blijkt dat melkveehouders in landen met veel coöperaties een hogere prijs voor hun melk ontvangen dan veehouders in landen met een gering aandeel coöperaties. Dat wil niet zeggen dat coöperatieleden de hoogste prijs ontvangen; niet-coöperatieve bedrijven betalen in deze landen vaak net iets meer.

Het belang van coöperaties is het grootste in zuivel (57% van alle melk in de EU wordt via coöperaties verwerkt), groente en fruit (42%) en wijn (42%). Voor andere sectoren die in dit onderzoek zijn bekeken (schapenvlees, olijven, granen, varkensvlees, en suiker) ligt het cijfer beneden de 40%. Het marktaandeel van coöperaties is het grootste in Finland (74%), met Nederland een goede tweede (68%). Andere EU-lidstaten waar coöperaties een grote rol spelen zijn Denemarken, Zweden, Ierland, Frankrijk en Oostenrijk (allemaal boven 50%). België zit hier met 49% dichtbij.

Internationale groei

Coöperaties realiseren hun groei steeds meer over de grens, niet alleen voor de verkoop van hun producten maar ook voor aankoop van grondstoffen. Vaak is voor internationale groei extra kapitaal nodig. Als daarvoor externe financiers  worden binnengehaald, leidt het tot hybride eigendomsstructuren. De vraag is dan hoeveel greep de leden nog hebben op hun coöperatie. Als groei ook leidt tot internationalisering van de coöperatie, komen nieuwe uitdagingen vanwege verschillen in taal, cultuur en regelgeving om de hoek kijken. Dit is een van de verklaringen voor het relatief geringe aantal coöperaties met leden in verschillende landen.

De grootste uitdaging voor coöperaties die willen groeien, ligt in het versterken van de bestuurlijke structuur. Groei vereist ondernemerschap, van managers en bestuurders. Als een bestuursvoorzitter ook manager is, belemmert dat vaak professionalisering en groei. In enkele landen is het toezicht op het professionele management zwak en wettelijk niet goed geregeld, waardoor coöperaties het risico lopen van hun leden te vervreemden. In het algemeen geldt dat groei van de onderneming en professionalisering van het management samen moeten gaan met versterking van het toezicht. Dit klassieke probleem van corporate governance is een uitdaging voor alle coöperaties, in alle sectoren en alle lidstaten van de EU.

Bestaansrecht coöperaties

Coöperaties bestaan uit noodzaak. Boeren en tuinders vormen een zwakke partij in de onderhandeling met hun afnemers. Deze zijn veel groter, kunnen grotere risico’s dragen en hebben vaak betere kennis van de markt. Door zich te organiseren, compenseren boeren en tuinders de nadelen van hun relatief kleine schaal. Ook kunnen ze zich dan concentreren op de productie, en de afzet overlaten aan de specialisten van de coöperaties. Dit waren honderd jaar geleden redenen om een coöperatie op te richten, en dit zijn ze nog steeds.


Dit zijn bevindingen van groot Europees onderzoek naar coöperaties, uitgevoerd onder leiding van Wageningen UR. Alle 80 rapporten van dit onderzoek zijn te vinden op de projectpagina Support for Farmers’ Cooperatives.