Hond kat huisdier coronavirus COVID-19

Coronavirus en COVID-19 bij dieren

De rol van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren in de epidemiologie van het coronavirus (SARS-CoV-2) dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt is op dit moment onbekend. In dit artikel staat informatie over het coronavirus met betrekking tot gehouden dieren.

Dit artikel is gebaseerd op informatie uit de Vetinf@ct nieuwsbrief voor veterinairen van 6 maart. Dit is een uitgave waar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) aan meewerkt. Dit artikel is op 27 maart 2020 geactualiseerd.

Coronavirus bij gehouden dieren

De kans is erg klein dat (landbouw)huisdieren besmet raken met het coronavirus. Wereldwijd zijn er drie gevallen bekend waarbij het coronavirus SARS-CoV-2 is aangetroffen bij huisdieren. Er zijn geen aanwijzingen dat gezelschapsdieren en landbouwdieren een infectiebron vormen voor mensen. Verdere studies zijn nodig om te begrijpen of en hoe verschillende dieren kunnen worden getroffen door het virus. Momenteel worden studies uitgevoerd om de rol van gezelschaps- en landbouwhuisdieren op te helderen.

Verdenkingen bij dieren

COVID-19 is aangifteplichtig bij mensen, niet bij dieren. Er zijn geen aanwijzingen dat (landbouw)huisdieren een rol spelen in de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2. Als een dier positief getest wordt is het van belang dat dit bekend wordt bij de overheid. De Nederlandse overheid heeft als lid van de World Organisation for Animal Health (OIE) namelijk de plicht om relevante ontwikkelingen ten aanzien van (mogelijk) opkomende dierziekten te melden. Daarom is het verzoek aan dierenartsen om bij verdenkingen contact op te nemen met de NVWA. Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) heeft een PCR-test beschikbaar voor SARS-CoV2 en kan verdachte dieren testen, maar zal dat uitsluitend doen in risicosituaties en in overleg met NVWA.  

Vaccins en testen

Er zijn momenteel géén vaccins voor dieren beschikbaar tegen coronavirussen die luchtweginfecties veroorzaken. Wel zijn er vaccins tegen coronavirussen die maag-darm-infecties veroorzaken voor verschillende diersoorten beschikbaar, maar dit zijn vaccins tegen diersoortspecifieke en enterale coronavirussen. Deze vaccins zijn niet bedoeld voor SARS-CoV-2.

Er zijn (snel)testen beschikbaar om honden en katten te testen op coronavirus, maar deze testen zijn bedoeld om te controleren of honden of katten geïnfecteerd zijn met een coronavirus dat maag-darm-infecties veroorzaakt, maar niet geschikt om mensen te testen, en bovendien niet gemaakt voor SARS-Cov-2. 

Adviezen voor de omgang met huisdieren

Er zijn geen aanwijzingen dat huisdieren een rol spelen in de verspreiding van het virus. Onderstaande adviezen worden uit voorzorg gegeven.

Milde klachten en de verzorging van huisdieren

Er zijn geen aanwijzingen dat huisdieren een rol spelen in de verspreiding van het virus. Als je klachten hebt zoals koorts, hoest of verkoudheidsklachten, vermijdt dan wel uit voorzorg dan het contact met je huisdieren zoveel mogelijk. Dat wil zeggen: niet aaien, knuffelen, of laten likken. Laat huisgenoten de huisdieren verzorgen en uitlaten. Zoals altijd is het goed om daarbij de normale hygiënemaatregelen voor omgang met huisdieren in acht te nemen (zie onderstaande lijst). Indien je zelf voor je huisdier moet zorgen, neem dan extra hygiënemaatregelen in acht, zoals ook je handen wassen vóór contact met je huisdier.

Gezelschapshuisdieren van COVID-19 patiënten

Er zijn geen aanwijzingen dat huisdieren een rol spelen in de verspreiding van het virus. Uit voorzorg wordt wel geadviseerd dat mensen met COVID-19 contact met huisdieren zo veel mogelijk vermijden. Dat wil zeggen: niet aaien, knuffelen, kussen of laten likken. Als je als COVID-19 patiënt in thuisisolatie bent en je woont met meerdere personen, dan verblijf je in een aparte kamer. Laat je huisdieren dan niet bij je in die kamer. Huisgenoten kunnen de huisdieren verzorgen. Zoals altijd is het goed om daarbij de normale hygiënemaatregelen voor omgang met huisdieren in acht te nemen (zie onderstaande lijst). Honden kunnen dus ook gewoon uitgelaten worden door mensen zonder klachten.

Ook als je in een eenpersoonshuishouden woont, wordt geadviseerd zoveel mogelijk direct contact met je huisdieren te vermijden. Neem extra hygiënemaatregelen in acht, zoals ook je handen wassen vóór contact met je huisdier, of je kunt iemands anders vragen voor het huisdier te zorgen.

Indien het dier naar een dierenopvangcentrum gebracht wordt, gelden voor deze centra geen bijzondere vereisten bij opname van het dier. Honden dienen wel gevaccineerd te zijn tegen CDV, CPV, HCC (CAV2) en kennelhoest (hond) en katten tegen  FPV, FHV en FCV. Er is geen aanleiding om huisdieren van COVID-19-patiënten in quarantaine of isolatie te plaatsen.

Landbouwhuisdieren van COVID-19 patiënten

Hoewel er geen bewijs is dat landbouwhuisdieren geïnfecteerd kunnen worden, geldt voor voedselproducerende dieren het voorzorgsprincipe totdat meer bekend is over de risico’s. Voor veehouders met COVID-19 is het advies om contact met hun dieren te vermijden, niet in de stal te komen en anderen voor de dieren te laten zorgen.

Een dier dat contact heeft gehad met een COVID-19 patiënt

Mocht een (landbouw)huisdier in contact zijn geweest met een patiënt met COVID-19, dan zijn geen extra maatregelen nodig. De algemene hygiënemaatregelen voor omgang met dieren, zoals handen wassen met water en zeep, volstaan.

Huisdieren uitlaten

Er zijn geen aanwijzingen dat huisdieren een rol spelen in de verspreiding van het virus. Honden kunnen gewoon uitgelaten worden en mogen tijdens het uitlaten in contact komen met andere honden. Voor iedereen die de hond uitlaat geldt: houdt tenminste 1,5 meter afstand tot anderen.

Ook katten die normaal buiten komen, hoeven niet binnen te worden gehouden.

Algemene hygiënemaatregelen

In dierenopvangcentra zijn, net als in de thuissituatie, algemene hygiënemaatregelen voldoende. Deze gelden ook voor dierenartsenpraktijken.

  • Gezelschapsdieren niet laten likken en handen wassen na contact met gezelschapsdieren en hun voedsel of uitwerpselen.
  • Neem goede hygiëne in acht: was je handen vaak met zeep en water gedurende minstens 20 seconden, vooral na gebruik van het toilet; voor het eten; na het snuiten van je neus, hoesten of niezen; en tussen bezoeken van cliënt/patiënt.
  • Als zeep en water niet direct beschikbaar zijn, gebruik dan een handdesinfecterend middel op alcoholbasis met 60 tot 95 procent alcohol.
  • Plaats handdesinfecterend middel, reinigingsdoekjes en tissues in alle onderzoeksruimten, vergaderruimten, toiletten, pauzekamers en andere gemeenschappelijke ruimtes.
  • Raak je ogen, neus en mond niet aan met ongewassen handen.
  • Hoest of nies in je elleboog of gebruik een tissue om je neus en mond te bedekken en gooi de tissue vervolgens in de prullenbak.