Project

Effecten van de garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden

We onderzoeken de effecten van de garnalenvisserij op het bodemleven. Daarnaast meten we de bijvangsten (vis en andere organismen)

De Nederlandse garnalenvisserij speelt zich voor een groot deel in Natura2000 gebieden af. in de nieuwe vergunningronde (de huidige loopt af in 2013) moet de visserij aan kunnen tonen dat er geen effect is van deze vorm van visserij op het ecosysteem. Daarom onderzoeken wij nu in opdracht van het ministerie van EL&I en Productschap Vis wat de effecten van de garnalenvisserij op de omgeving zijn. We onderzoeken effecten op de bodem en op de bijvangsten.

Garnalentuig is fijnmazig (20 mm), met als gevolg dat er ook andere organismen bijgevangen worden. Met name jonge platvis en bodemfauna die op de bodem leven worden bijgevangen. Twintig vissers die samen de referentievloot vormen nemen twee jaar lang monsters van de bijvangst. Aan de hand daarvan en controlemonsters die we zelf verzamelen, meten we de hoeveelheid bijvangst in verschillende gebieden en seizoenen.

Effecten die geopperd zijn als resultaten van beroering door de bodem zijn: directe sterfte van bodemdieren, veranderen van de sedimentstructuur aan het oppervlak door het net dat over de bodem sleept en, daarmee samenhangend, verminderde kans voor schelpdierbroed en structuurvormende organismen om zich te vestigen. In een experiment in 6 gebieden (zie afbeelding) vergelijken we de ontwikkelingen in bodemfauna tussen een onbevist en een experimenteel bevist deel. In juli 2012 zijn hiervoor de T0 metingen uitgevoerd, gevolgd door de experimentele bevissing door een garnalenschip en daarna de T1, waarin opnieuw de bodemfauna bemonsterd is.

In elk van deze gebieden liggen drie plots van 400x 500 m.  De helft hiervan is gesloten voor visserij en de ander helft niet. De monsters worden deels aan boord uitgezocht en meegenomen naar het lab.

Kaart van de proefvlakken

(klik op de afbeelding voor een groter exemplaar)

Kaart van de proefvlakken

Publicaties