Effecten van Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ)

Project

Effecten van Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ)

Het OWEZ windpark, voor de kust van Egmond, is als eerste Nederlandse windpark op zee gebouwd. IMARES heeft het effect van het windpark op vissen, zeevogels en zeezoogdieren inzichtelijk gemaakt.

Het OWEZ windpark (Offshore Windpark Egmond aan Zee) ligt tussen 10 en 18 km buiten de kust en is het eerste offshore windpark van Nederland. De constructie begon in oktober 2006. Tijdens de bouw van een offshore windpark komt bij het heien veel geluid vrij, wat schadelijk kan zijn voor vissen , zeehonden en bruinvissen. Wanneer de windturbines geplaatst zijn kan een windpark een barrière vormen voor zeezoogdieren en zeevogels tijdens de migratie. Voor vissen ontstaat een visserijvrije zone, en door de steenstort rondom de palen ontstaat een nieuw habitattype.

Zeevogels

IMARES heeft zeevogels geteld in en rondom het OWEZ windpark voorafgaand aan de bouw (T0) in 2002-2004, tijdens de bouw (T1) en gedurende de operationele fase (T2). De waarnemingen volgden standaard ESAS procedures, waarbij alle aanwezige vogels en zeezoogdieren worden geteld in een strook van 300 m breed aan beide zijden van het schip. Opvallend was dat aalscholvers het windpark gebruiken als een offshore kolonie.

Bruinvissen

Bruinvissen zijn in het OWEZ windpark bestudeerd met acht vaste akoestische bruinvisdetectoren (T-PODs, de voorloper van de CPOD). Twee T-PODs zijn in het windpark geplaatst en de rest in twee referentiegebieden, ten noorden en ten zuiden van het park. Het resultaat van de metingen: het windpark lijkt geen negatieve effecten op bruinvissen te hebben wanneer de windmolens eenmaal draaien: binnen het park werden meer clicks gedetecteerd dan erbuiten.

Zeehonden

Zenders maken het mogelijk om zwemroutes van individuele zeehonden vast te stellen. In dit project zijn totaal 34 gewone zeehonden gezenderd. De zeehonden toonden geen aversie tegen het windpark in de operationele fase, maar vermeden het park wel tijdens de constructieperiode. Ook nabijgelegen scheepvaartroutes werden vermeden. 

Vissen

Om te zien of het windpark vissen afschrikt of juist aantrekt is de visgemeenschap bestudeerd met een aantal vissurveys, waarbij met netten een vast aantal trekken werd gedaan. Ook zijn individuele vissen gezenderd of van een merkje voorzien (kabeljauw en tong), om iets over habitatgebruik in en rond het windpark te zeggen. De visgemeenschap liet een grote dynamiek door de tijd heen zien, zowel in het park als in de referentiegebieden. De zenderdata maakten duidelijk dat de stenige habitat rondom de palen een schuilplaats vormt voor een deel van de kabeljauwpopulatie. De tong werd over een groot deel van de Nederlandse Noordzee terug gevangen; voor deze soort is de visserijvrije zone rondom windmolenpalen blijkbaar te klein om als refugium te dienen.