Genoeg en gezond eten voor iedereen

Genoeg en gezond eten voor iedereen

In een grootschalig onderzoeksproject bekijken wetenschappers hoe de EU in de toekomst de voedsel- en nutriëntenzekerheid wereldwijd kan bevorderen. Zodat er straks voldoende voedzaam en betaalbaar voedsel is voor de groeiende wereldbevolking. In dit project, waar ook bedrijven bij betrokken zijn, speelt het LEI een sleutelrol.

Landbouw, voedsel en klimaat hangen met elkaar samen. Het Europese beleid op die terreinen beïnvloedt de voedselzekerheid wereldwijd. Richtlijnen uit Brussel voor biobrandstoffen of de compensatie van CO2-uitstoot hebben bijvoorbeeld effect op de wereldvoedselprijzen en de beschikbaarheid van landbouwgrond. De wereldbevolking groeit en onze voedingspatronen veranderen. In opkomende economieën als Brazilië en China eten mensen steeds meer vlees en zuivel. Wereldwijd is er echter niet veel meer landbouwgrond beschikbaar. Langdurige droogte, verwoestijning, hevige regenval en overstromingen als gevolg van de klimaatverandering zullen de voedselproductie bovendien moeilijker maken. Dus moeten we slimmer gaan produceren.

Samenhang

“Oplossingen voor het voedselvraagstuk moeten komen uit de verlichting van armoede, innovatie, samenwerking en beter beleid”, verklaart Thom Achterbosch, ontwikkelingseconoom bij het LEI. De EU wil meer samenhang creëren in het beleid dat raakt aan voedselzekerheid. Daarom vergaren Europese onderzoeksinstituten vanaf 2012 vijf jaar lang kennis over de relatie tussen voedselzekerheid en de beleidsterreinen landbouw, handel, ontwikkelingssamenwerking, energie en klimaat. Het LEI coördineert het grootschalige project, waaraan ook organisaties uit Brazilië, China en Ethiopië meedoen. “In deze landen komt ondervoeding of onzekerheid in voeding voor. Brazilië is een grote voedselproducent en China een grote koper op de internationale markt”, verklaart Achterbosch.

Toekomstscenario’s

Binnen het project ontwikkelen LEI-onderzoekers geavanceerde rekenmodellen en inhoudelijke kennis over toekomstscenario’s. “We bestuderen de gevolgen van economische ontwikkelingen voor de agrarische productie, en de invloed van armoede en de inkomensontwikkeling op de kwaliteit van voedingspatronen”, legt Achterbosch uit.

Daarnaast verkennen onze onderzoekers de toekomst met bedrijven, ngo’s en andere partijen. Achterbosch: “Grote bedrijven hebben vaak een langetermijnvisie en willen een effectieve toekomststrategie uitstippelen. Daar zijn we bij het LEI heel goed in.”

Mondiaal of lokaal

We organiseren ook workshops waarin bedrijven en voedselproducenten, beleidsmakers en ngo’s hun visie op de mondiale voedselzekerheid geven. Soms komen er verrassende dingen uit. “Volgens economische afwegingen kun je voedsel het beste produceren op de plek waar dat qua water, grond en arbeid het beste uitkomt. Maar sommige stakeholders stelden juist voor om lokale voedselketens centraal te zetten. Zij willen de problemen niet zozeer mondiaal oplossen, maar vooral inzetten op de lokale voedselvoorziening.”

Gezond voedselpatroon

Naast productie en consumptie spelen voedzaamheid en gezondheid een belangrijke rol in Foodsecure. Zo blijkt dat huishoudens in Oost-Europa tijdens de financiële crisis minder groente, fruit en vlees zijn gaan eten en meer basisvoedsel als aardappelen, tarwe en rijst. In Noordwest-Europa daarentegen ontstaan overconsumptie en obesitas vooral door de voorkeur voor gemaksvoeding.

Wetenschappers brengen de invloed van consumentengedrag op voedingspatronen nauwgezet in kaart in het vierjarige Europese project Susfans, dat loopt vanaf april 2015. “We onderzoeken consumentenkeuzes en willen een wenselijk Europees voedingspatroon vaststellen, met gezonde en duurzaam geproduceerde voeding”, verduidelijkt Achterbosch. Het bedrijfsleven doet ook mee, waaronder de Nederlandse Zuivel Organisatie en Europese bedrijven als DSM en Unilever. “Bij grote bedrijven zijn nutrition en duurzaamheid de core business. Het is nieuw om die twee bij elkaar te brengen. Bedrijven willen weten wat ze anders kunnen doen om hun producten beter te laten scoren op gezondheid en milieu.”