Inspirerende vrouwen van WUR: Eva Siebelink

Inspirerende vrouwen van WUR: Eva Siebelink

“Ik gun het iedereen om zijn of haar volledige zelf te zijn, waar je ook bent. WUR zet daar stapjes in en dat geeft moed.” Dat stelt Eva Siebelink, Projectleider Diversity & Gender bij Concernstaf. Tevens is zij de initiatiefnemer van deze interviewserie Inspirerende vrouwen. Wat zijn haar ervaringen en wat doet zij om de moed erin te houden? Eva: “Iedereen heeft een mening over dit onderwerp. Ik doe kennelijk iets dat prikkelt en dat is goed.”

Vanwaar je interesse in het onderwerp Gender?
“De thema’s heelheid, veiligheid en inclusiviteit hebben mij altijd al beziggehouden. Privé ben ik politiek actief voor GroenLinks, ben ik lid van het feministisch netwerk en heb ik een eigen bedrijf, waarmee ik bedrijven adviseer over hoe je in je werk helemaal jezelf kan zijn. Je bent zoveel uren op je werk, dan moet je niet sommige talenten thuislaten en een beroepshouding aannemen. Hoe kan iedereen volledig zichzelf zijn als de kansen niet voor iedereen gelijk zijn en er ook nog sprake is van een pay gap? Ik wil een verschil maken, de wereld mooier maken.”

Kun je in het kort je loopbaan beschrijven?
“Na een opleiding in de zorg en banen in de gehandicaptenzorg en de kinderopvang, heb ik me op mijn 19e (na een ongeval) bewust afgevraagd of ik het juiste spoor had gekozen. Ik ben naast mijn werk in de zorg een opleiding Human Resource gaan volgen. Die mix van werken met organisaties en mensen bleek dicht bij mij te liggen. Na omzwervingen in het HR-onderwijs en recruitment ben ik in 2012 bij Wageningen begonnen. WUR past goed bij mij, omdat het zich inzet voor belangrijke zaken, wereldwijd. Als HR-adviseur bij PSG had ik contacten met Business Unitmanagers en leerstoelhouders, veelal mannen. Daar deed ik al een project Gender en Diversiteit en dat boeide mij enorm. Eind 2018 heb ik aangegeven dat ik dit onderwerp graag voor heel de WUR zou willen oppakken en dit werd enthousiast ontvangen. Op dit moment werk ik twee dagen per week aan Gender en Diversity binnen WUR en twee dagen aan een groot EU-project genaamd Gender Smart, waarin in EU-verband wordt uitgewisseld hoe het staat met dit onderwerp binnen onderzoeksinstellingen. Een reuzeleuke baan met veel afwisseling. Daar ben ik erg van. Een baan van 9 tot 5 op kantoor is niks voor mij.”

Wat ervaar jij zelf aan gender-ongelijkheid en heb je voorbeelden?
“Ik ben een jonge vrouw van 33 jaar. Ik heb drie kinderen en ben naast mijn baan ook nog op diverse vlakken actief. Je weet niet hoe vaak ik de vraag krijg ‘Hoe doe jij dat allemaal?’ Jij bent ook nieuwsgierig? Ik kijk (bijna) geen tv, slaap weinig en heb thuis de zorgtaken samen met mijn man fifty-fifty geregeld. Ik heb nou eenmaal een tomeloze energie, die ook wordt gevoed door het omgaan met mensen. Ik stel me elke dag een doel in de vorm van één woord, zoals gezinstijd, focus, verdieping of doen, en probeer dat te behalen. De Japanners hebben daar een woord voor IKIGAI, wat zoiets betekent als ‘waar ben jij vandaag je bed voor uitgekomen.’ Het scheelt ook dat ik regisseur ben van mijn eigen agenda. Privé en werk lopen bij mij door elkaar. Dus ik werk ook thuis en andersom. Ik geloof namelijk dat mamma Eva niet een ander is dan werknemer Eva.
Voorbeelden van gender-ongelijkheid? Die vraag ‘Hoe doe jij dat allemaal?’ wordt niet aan een man gesteld. Als ik mijn (geëmancipeerde) man vraag naar boegbeelden in de politiek, muziek, schrijvers, wetenschap, noemt hij mannen. De top 20 van meest-gevraagde talkshowgasten zijn allemaal blanke mannen. Er is dus nog werk aan de winkel. Nederland loopt erg achter.”

Hoe werk jij binnen WUR aan Diversity en Gender?
“Mijn visie is dat diversiteit alleen bereikt worden door in te zetten op inclusiviteit. Iedereen is welkom en moet zich veilig en gezien voelen. Om die reden handteren we binnen WUR (nog) geen harde quota. Dan streef je naar cijfers en niet naar een cultuuromslag. Ik wil beide realiseren.
Binnen WUR volgen we vier wegen op het gebied van Diversity en Gender; Verankering in de top, Cultuurinterventies, Empowerment en HR-interventies.
Een praktisch voorbeeld is erkennen dat we allemaal discrimineren en vooroordelen hebben. Dat kan je ervaren door een BIAS-test te doen, waarbij gekeken wordt naar onbewuste vooroordelen. Zo’n test kan een eyeopener zijn. Er zijn honderden soorten vooroordelen, meningen die je in een minder dan een seconde vormt. Als je je daarvan bewust bent, heeft dat al invloed op je gedrag daarna. Naast dit alles richt ik mij bovendien ook op nationaal niveau op diversiteit, namens WUR. Dit doe ik door lid te zijn van het Landelijk netwerk Diversity officers, contacten met LNVH, VSNU, etcetera.”

Kun je uitleggen waarom jij dit zo’n belangrijk onderwerp vindt voor een universiteit?
“De cijfers liegen er niet om. Onze studentenpopulatie is 50% man en 50% vrouw. Diezelfde afspiegeling zie je bij aio’s. Daarna, voorbij schaal 12, ontstaat scheefgroei. Ons personeelsbestand is beslist geen afspiegeling van onze studentenpopulatie en niet van de maatschappij. Er is sprake van een glazen plafond. Terwijl wij juist de plek zouden moeten zijn waar eenieder welkom is (en zich welkom voelt) en waar alle talent mag floreren.”

Heb jij het idee dat gender-ongelijkheid in bepaalde functies of groepen meer speelt dan in andere?
“Het speelt overal. Dit heeft een aantal oorzaken. Eén daarvan is dat leerstoelhouder vaak een positie is voor het leven. Door die scheefgroei in al die stappen daarvoor, zitten er in de ‘pijplijn’ al veel minder vrouwen dan mannen. Als je kijkt naar het bedrijfsleven, dan is daar een veel snellere doorstroom. Onze hoogleraren zijn veelal mannen. Vrouwelijke rolmodellen zijn voor alle functies belangrijk en zeker in de wetenschap. Die vrouwelijke rolmodellen ontbreken. Waarom? Ze worden anders beoordeeld. Ze zitten niet in de old boys netwerken. Of, heel ouderwets, dat mannen als betere leiders worden gezien. Dat zie je overal; landelijk, in de wetenschap, in de media.
We moeten echt streven naar inclusiviteit. Dat levert ook ons meer op. Het verhoogt de kwaliteit van ons werk, en de vijver waaruit wij ‘vissen’ wordt groter. Een team van ongeveer dezelfde samenstelling, kijkt op eenzelfde manier naar een probleem. Heb je meer diversiteit, dan duurt het langer, maar kom je tot betere oplossingen. Daar moeten we echt iets mee. Ik vind het een statement dat dit onderwerp benoemd is in het SP en niet alleen belegd is in tijdelijk projecten.”

Wat zijn voor jou de voorwaarden voor een inclusieve werkomgeving?
“Dat je jezelf mag en kan zijn. Dat je je welkom voelt. Dat je een sense of belonging hebt, het gevoel hebt dat je erbij hoort. Dat je beoordeeld wordt op je talent en niet op geslacht, religie, seksuele voorkeur, kleur, beperking, etcetera. We zijn allemaal mens en dat is wat ons hetzelfde maakt.”

Hoe ziet over, zeg tien jaar, de cultuur binnen WUR eruit? Wat is jouw ideaal?
“Ik hoop op een open cultuur waar het niet nodig is om politiek te bedrijven. Ik ben daar heel positief over en ik geloof daarin. Dat kan trouwens niet anders, met zoveel uitstroom uit onze organisatie en steeds minder mensen op de arbeidsmarkt. We moeten onze blik wel gaan verruimen en meer vrouwen en buitenlandse medewerkers aantrekken. Doen we dat niet, dan laten we te veel talent lopen.”

Heb jij suggesties voor de volgende editie? Neem dan contact op met Eva Siebelink, projectleider Diversity & Gender.