Afrikaanse varkenspest (AVP) interview Tijdschrift Diergeneeskunde

Interview over Afrikaanse varkenspest in Tijdschrift voor Diergeneeskunde

Vanuit het oosten van Europa breidt de Afrikaanse varkenspest zich langzaamaan uit. Volgens Willie Loeffen en Tosca Ploegaert van Wageningen Bioveterinary Research moet Nederland zich wel zorgen maken over de gevolgen van een uitbraak, maar is de kans daarop vooralsnog heel klein. Desondanks adviseren ze varkenshouders en dierenartsen alert te zijn op een eventuele uitbraak.

Het is alweer ruim dertig jaar geleden dat in Nederland voor het eerst de Afrikaanse varkenspest de kop opstak. Enkele varkenshouderijen in Zuid-Holland werden destijds geruimd. Daarna is er volgens Tosca Ploegaert en Willie Loeffen in ons land nooit meer iets vernomen van dit virus. Zij zijn respectievelijk veterinair onderzoeker en projectleider Afrikaanse en klassieke varkenspest bij Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad.

Ploegaert vertelt dat de Afrikaanse varkenspest in 1921 voor het eerst werd beschreven. “In Afrika komt het virus vooral voor bij wrattenzwijnen, die er zelf niet ziek van worden. Ze raken via zachte teken geïnfecteerd. De Afrikaanse varkenspest is pas ontdekt na de introductie van Europese varkens op het Afrikaanse continent. Die werden na besmetting namelijk wel ziek.”

De Afrikaanse en klassieke varkenspestvirussen zijn afkomstig uit twee verschillende virusfamilies. Ze geven vergelijkbare symptomen maar het ziekteproces is in beide gevallen iets anders. Zo is er meer van het Afrikaanse varkenspestvirus nodig om ziek te worden dan van het klassieke, zegt Loeffen. “Als de Afrikaanse variant eenmaal aanslaat, dan is die vaak wel agressiever. Je kunt dan naast verschijnselen als koorts, niet eten, sloomheid, huidbloedingen en blauwe oren -die bij beide ziekten kunnen vóórkomen- ook diarree met bloed zien. Er is meestal veel meer sterfte dan bij klassieke varkenspest, tot bijna 100 procent, en de dieren gaan sneller dood.”

Swillvoedering

Was de Afrikaanse varkenspest voorheen vooral een Afrikaans probleem, in 1957 kreeg ook Europa ermee te maken. Niet via de gevreesde teken maar door besmet vleesafval. Portugal en later Spanje werden als eerste getroffen, Nederland volgde pas in 1986 op beperkte schaal. Loeffen legt uit dat ook in ons land zogenaamde swillvoedering de belangrijkste oorzaak was. “Het ging om keukenafval van onder andere ziekenhuizen, bejaardentehuizen en restaurants. Het was toen nog toegestaan om dat aan varkens te geven. Nu is dat verboden. In dat afval konden stukjes besmet vlees zitten zoals gedroogde worst en salami. In dat vlees kan het virus maanden overleven.”

Sinds 2007 is er sprake van een nieuwe uitbraakvan de Afrikaanse varkenspest buiten Afrika. In dat jaar dook de ziekte op in Georgië. De oorzaak was vrijwel zeker besmet vleesafval uit Afrika. Inmiddels heeft het virus zich verspreid naar onder andere Rusland, Wit-Rusland, de Baltische staten, Oekraïne, Moldavië, Polen, Tsjechië en Roemenië. “De ziekte lijkt zich nog verder uit te breiden”, aldus Ploegaert. “In Polen bleef die aanvankelijk beperkt tot het oosten, maar vanaf 2017 zijn er ook geïnfecteerde wilde zwijnen gesignaleerd in de buurt van Warschau. Mogelijke verspreidingsroutes zijn via menselijk handelen of op korte afstand via direct contact tussen zwijnen of contact met besmette karkassen van soortgenoten. Vanwege deze dreiging zijn er in Duitsland plannen om maar liefst 70 procent van de wilde wijnen in dat land preventief af te schieten.”

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Monitoringsprogramma

Loeffen begrijpt de strategie van ons buurland, zeker omdat daar begin deze eeuw de strijd tegen een uitbraak van de klassieke varkenspest moeizaam verliep. Maar hij kan niet inschatten hoe effectief zo’n drastische maatregel is, en vooral of het wel jaren is vol te houden de wilde zwijnen-aantallen zo laag te houden. Nederland heeft dat soort plannen niet. Wel heeft de Tweede Kamer begin dit jaar vragen gesteld aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over een mogelijke dreiging van de Afrikaanse varkenspest voor Nederland.

Wageningen Bioveterinary Research houdt de ontwikkelingen nauwgezet bij, weet Loeffen. “Wij coördineren een monitoringsprogramma voor wilde zwijnen. Verder zorgen we ervoor dat onze diagnostiek actueel en op orde is. Bij verdenkingen gaan we direct testen.” Het Afrikaanse varkenspestvirus is een potentieel risico voor de Nederlandse varkenshouderij, benadrukt Loeffen.

De kans is momenteel heel klein, maar als we ermee worden geconfronteerd, zijn de gevolgen groot. Het gaat dan om veel dierenleed en economische schade voor de hele sector.
Willie Loeffen

Beide onderzoekers wijzen tevens op de psychosociale gevolgen voor de varkenshouders en andere betrokkenen en op het grote risico van besmette vleesproducten. Loeffen: “Toeristen of mensen uit die landen moeten bij voorkeur geen vleesproducten meenemen naar Nederland. Varkenshouders dienen alert te zijn dat bezoekers geen vleesproducten meenemen naar hun bedrijf. Verder zijn hygiëne- en bioveiligheidsmaatregelen van belang. Moeilijker is het te voorkomen dat wilde zwijnen met dit soort producten in aanraking komen. Als een wandelaar wilde zwijnen voert, kan dat zomaar leiden tot een uitbraak. Verder moeten boeren die iets afwijkends signaleren bij hun varkens, meteen een dierenarts inschakelen. Die kan via de NVWA laten onderzoeken of het om de Afrikaanse of klassieke varkenspest gaat. Als we er vroeg bij zijn, kunnen we het probleem in de kiem smoren.”