Invloed mosselzaadvisserij genuanceerder

Persbericht

Invloed mosselzaadvisserij genuanceerder

Gepubliceerd op
19 april 2013

Naar aanleiding van berichten eerder deze week over de invloed van de mosselzaadvisserij in de Waddenzee hebben sommige mensen verkeerde conclusies getrokken. Het NIOZ en IMARES Wageningen UR, die dit onderzoek grotendeels hebben uitgevoerd, laten weten dat de conclusies wat genuanceerder liggen.

Gezamenlijk persbericht van IMARES en NIOZ

De afgelopen zes jaar is onderzoek (PRODUS) gedaan naar de gevolgen van de mosselzaadvisserij en de mosselkweek op de natuurwaarden van mosselbanken onder water. Dit onderzoek stond onder leiding van het onderzoeks­instituut IMARES. Naar aanleiding van het verschijnen van het eindrapport heeft IMARES op 15 april een persbericht verstuurd. In dit persbericht is een aantal zaken zodanig geformuleerd, dat sommige mensen conclusies hebben getrokken, die niet stroken met de bevindingen van het onderzoek.

De wetenschappelijke resultaten van het onderzoek staan niet ter discussie, het gaat om de interpretatie van de resultaten. Deze interpretatie had in het oorspronkelijke persbericht anders geformuleerd kunnen worden.

In het onderzoek zijn plekken vergeleken waar wel en geen mosselzaad werd gevist. Omdat veel plekken lagen in zogenaamd instabiele gebieden, verdwenen de mosselen en andere dieren ook veel uit de gesloten percelen. Het aantal plekken waar mosselen bleven liggen was klein (slechts 3 van de 36 proefgebieden), maar toont wel aan dat meerjarige wilde mosselbanken zich kunnen ontwikkelen met name wanneer visserij achterwege blijft.

Ook zijn mosselpercelen vergeleken met ‘wilde’ mosselbanken. De conclusie dat dieren net zo goed gedijen op kweekpercelen als op wilde banken, suggereert dat mosselpercelen goed zijn voor de natuur. Dit kan zo zijn, maar ligt met name aan het feit dat de mosselpercelen in gebieden met een hoger zoutgehalte liggen, waar van nature meer soorten leven. De onderzochte wilde mosselbanken liggen in minder zoute gebieden die van nature minder soorten bevatten.

Tot slot zou je eigenlijk willen weten wat er gebeurt als je delen van de Waddenzee, en met name natuurlijke mosselbanken, écht met rust zou laten. Dan zou je in deze gebieden geen menselijke activiteit moeten toestaan die mogelijk invloed hebben op mosselbanken, en dit vele jaren moeten volgen. Dit is niet onderzocht en is ook moeilijk te realiseren.

Het NIOZ en IMARES concluderen dus dat op grond van dit onderzoek niet gesteld kan worden dat de mosselzaadvisserij geen schade doet aan de mosselbanken in de Waddenzee.

Toelichting op deze conclusies

Het PRODUS onderzoek bestond uit twee delen. Het eerste deel betrof een langjarig experiment waarin op de in de westelijke Waddenzee gelegen wilde zaadbanken een 36-tal onderzoeksgebiedjes geselecteerd zijn. Elk gebiedje is in tweeën gedeeld: in de ene helft mocht gevist worden, in de andere helft niet. De gebieden zijn een aantal jaren gevolgd en er is niet alleen gekeken wat er met de mosselen zelf gebeurde, maar ook of er verschillen waren tussen het beviste en het onbeviste gedeelte wat betreft de overige fauna, waaronder vissen en allerlei andere bodemdieren.

Een deel van deze onderzoeksgebiedjes lag op de zogeheten instabiele banken, een ander deel op stabiele banken. Het verschil zit hem erin dat de instabiele banken, zoals het oorspronkelijke persbericht ook meldt, op plekken ligt waar de mosselen de eerste winter hoogstwaarschijnlijk niet zullen overleven. Deze banken worden daarom al in het najaar bevist.

Een half jaar na de eerste najaarsvisserij was er geen significant verschil meer te zien tussen de beviste gedeelten en de onbeviste. Voor de stabiele banken duurde het langer voor de verschillen verdwenen waren. Hier was het verschil nog twee jaar zichtbaar. Het feit dat er geen significant verschil tussen de gemiddelden in beide groepen te zien is zegt echter lang niet alles. Er bleek zowel op de zogenaamde instabiele banken als op de stabiele banken in totaal een drietal gebieden (van de 36 onderzochte) te zijn waarin na enkele jaren zoals het eindrapport het uitdrukt nog ‘uitzonderlijk grote hoeveelheden mosselen aanwezig zijn’. Uit het rapport blijkt dat dit met name in het onbeviste gedeelte te zien was. Dit duidt er op dat meerjarige onderwater mosselbanken zich zouden kunnen ontwikkelen bij sluiting van de mosselzaadvisserij. Een belangrijk punt in de discussies rond het ‘Mosselconvenant’.

Het tweede deel van het PRODUS onderzoek gaat over een vergelijking van de biodiversiteit van de kweekpercelen met die van wilde mosselpercelen. Ze liggen vooral in de buurt van de Afsluitdijk waar het water zoeter is. Dit heeft tot gevolg dat veel dieren, waaronder zeesterren, daar niet graag komen. Dat ontbreken van zeesterren, liefhebbers van mosselzaad, kan trouwens een reden zijn dat juist daar zich banken gevormd hebben. De biodiversiteit van de kweekpercelen, die hoofdzakelijk in veel zouter water liggen, bleek niet veel te verschillen van die van de wilde banken.

Het oorspronkelijke persbericht stelt dat het uitzetten van jonge mosselen op kweekpercelen dus een positief effect heeft op de soortenrijkdom van de Waddenzee binnen het huidige beheer. Daar valt wat voor te zeggen. In 33 van de 36 gebiedjes zouden de mosselen bij niets doen hoogstwaarschijnlijk verdwenen zijn. In het huidige beheer worden ze allemaal naar de percelen versleept en dragen dan inderdaad bij aan de biodiversiteit. Maar als het huidige beheer vervangen zou worden door een beheer waarin de mosselen met rust gelaten zouden worden? Dan zouden zich in drie van de 36 gevallen banken kunnen ontwikkelen waar de biodiversiteit nog beduidend hoger is dan op de percelen, zeker als deze banken zich in zouter water vestigen dan waar die paar wilde banken tot nu toe zich gevestigd hebben.

Juist omdat de vestiging van meerjarige wilde banken een relatief zeldzame gebeurtenis is, kon het PRODUS onderzoek waarin nog geen 40 kleine gebiedjes gevrijwaard waren van mosselzaadvisserij, geen sluitend antwoord geven op de vraag waar en hoe vaak dit kan gebeuren. Maar het resultaat dat meerjarige banken zich kunnen ontwikkelen en dat de biodiversiteit van wilde banken in zoute gebieden hoger zal zijn dan op kweekpercelen is belangrijk genoeg om meegenomen te worden in verdere discussies rond het ‘Mosselconvenant’.