Project

Keizersneden bij vleesvee

De wetenschapswinkel heeft onderzocht welke factoren kunnen bijdragen om meer natuurlijk geboren kalveren te krijgen bij Belgisch Witblauwe en Verbeterd Roodbonte koeien.

Het routinematig met keizersneden afkalven bij Belgisch Witblauwe of Verbeterd Roodbonte koeien wordt door de maatschappij niet meer geaccepteerd. Vleesveehouders passen maatregelen die leiden tot natuurlijk afkalven bij vleesvee onder andere niet toe, omdat de sector die extra kosten moet opbrengen en niet kan doorberekenen aan de consument. Naast de kosten die de omschakeling naar natuurlijk afkalven met zich meebrengt, spelen ook andere factoren een rol die deze omschakeling belemmeren.

De economische gevolgen van natuurlijk afkalven zijn bestudeerd voor twee situaties: de huidige situatie waarin een koe viermaal afkalft met een keizersnede, en de toekomstige situatie waarin een keizersnede alleen voor de eerste twee kalveren wordt gebruikt. Momenteel is het bekken van de koeien tijdens de geboortes van de eerste twee kalveren nog te smal om natuurlijk te kunnen afkalven.

Uit het onderzoek concluderen we:

Op basis van de gemiddelde resultaten zijn er geen opvallende economische verschillen tussen 50% toepassing van de keizersnede en 100% toepassing van de keizersnede. Dat betekent dat hogere kosten geen belemmering vormen voor vleesveehouders om meer koeien natuurlijk te laten afkalven.

Andere factoren van invloed op natuurlijk afkalven bij Belgisch Witblauwe en Verbeterd Roodbonte koeien zijn: 
  • Driekwart van de fokkers maakt zich zorgen dat bij natuurlijk afkalven meer kalveren en koeien zullen sterven. Deze kans wordt nu ingeschat op 10% en daalt volgens experts en ervaren fokkers als de fokkers meer ervaring met natuurlijk afkalven hebben en de koeien bredere bekkens hebben. Dit laatste kunnen de fokkers bereiken met een fokprogramma dat toewerkt naar natuurlijk afkalven.
  • Fokkers vrezen verlies van de kwaliteit en een verminderde opbrengst van het vlees door deze fokrichting.
  • Fokkers vrezen dat ze minder presteren op veekeuringen en dat hun rassen zich minder onderscheiden van de andere vleesrassen, wanneer ze gaan fokken richting natuurlijk afkalven.
  • Projecten gericht op natuurlijk afkalven zijn van belang voor het voortbestaan van beide rassen, volgens 62% van de fokkers.
  • De kans dat in 2020 50% van de Belgisch Witblauwe en Verbeterd Roodbonte koeien natuurlijk afkalft schatten de vleesveehouders zeer laag in (< 25%).

Om meer draagvlak voor de overgang naar natuurlijk afkalven te creëren is een praktijknetwerk Natuurlijk Afkalven opgericht door de stamboeken Belgisch Witblauw en Verbeterd Roodbont en de LTO.

Het praktijknetwerk heeft in 2013 en in 2014 bijeenkomsten georganiseerd voor de vleesveehouders over verschillende thema’s gerelateerd aan natuurlijk afkalven. Onderwerpen van de bijeenkomsten zijn onder andere het fokbeleid, de rol van dierenartsen, dierenwelzijn en de economische consequenties van natuurlijk afkalven.

Het praktijknetwerk zet in op het meten van de bekkens van de runderen. Door het bekken van runderen te meten, weten vleesveehouders welke dieren een voldoende groot bekken hebben om in de toekomst mogelijk natuurlijk af te kunnen kalven. Door deze runderen aan te houden en verder te fokken op grotere bekkens kunnen vleesveehouders toewerken naar meer natuurlijke geboortes.

In 2014 hebben LTO en de stamboeken Belgisch Witblauw en Verbeterd Roodbont een plan van aanpak geschreven voor staatssecretaris Dijksma dat beschrijft hoe de sector denkt het aantal keizersneden bij deze rassen te kunnen verminderen. Dit plan van aanpak wordt dit najaar aangeboden.