Impact story

Kleine vis vergroot voedselzekerheid in Afrika

Een stoofpot van Dagaa of gefrituurde Kapenta: in Afrika maken gedroogde kleine vissoorten een steeds belangrijker onderdeel uit van het dieet. Vis zit namelijk boordevol belangrijke voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines, zink en ijzer. Toch hebben lokale overheden nauwelijks aandacht voor de visvangst, bewerking en handel van kleine vissen. Hierdoor blijft een groot deel van deze voedselbron onbenut. De leerstoelgroep Aquacultuur en Visserij van Wageningen University & Research wil hier verandering in brengen.

Van alle voedselproductiesystemen is de visvangst het meest energie-efficiënt en heeft het de laagste milieu-impact op het gebied van broeikasgassen en het gebruik van zoet water of pesticiden. Vis is daarnaast verreweg de grootste bron van oogstbare eiwitten en bevat allerlei micronutriënten zoals vitamines B12, D en A, omega 3 vetzuren, zink en ijzer. “Afrikaanse vissers richten zich steeds meer op kleine vissensoorten. Hele kleine vissen leveren vaak grote vangsten op en kunnen goed tegen visserijdruk: de visvangst brengt de populatie niet snel in gevaar,” zegt visserijbioloog Paul van Zwieten. “Maar lokale overheden hebben nog weinig aandacht voor de vangst van kleine vissen en het belang voor de voedselzekerheid. Hierdoor wordt de kwaliteiten van deze voedselbron nog niet voldoende benut.”

Dagaa uit het Victoriameer

Visserijbiologen van Aquacultuur en Visserij gaan samen met onderzoekers uit Duitsland, Oostenrijk, Ghana, Kenia, Oeganda en Tanzania na hoeveel vis gevangen wordt en waar de zongedroogde vis heengaat. Binnen het project Small Fish and Food Security zetten zij interview surveys in om die visstromen in kaart te brengen. “De grootste zoetwatervisserij ter wereld vindt bijvoorbeeld plaats op het Victoriameer. Vissers gaan ’s nachts op pad en vangen Dagaa door ze te lokken via licht. Ze vangen jaarlijks zo'n 450-550 duizend ton,” zegt Paul van Zwieten. “Om een ​​idee te geven: hypothetisch zou deze vangst wekelijks 25 gram gedroogde vis kunnen leveren aan alle 144 miljoen inwoners van Kenia, Oeganda en Tanzania: en hij zou nog veel groter kunnen zijn.”

Vis drogen

Na de vangst drogen vrouwen de vissen in de zon. Dat doen ze aan de rand van de oever. Lokale en regionale handelaren vervoeren de vissen vervolgens met fietsen, motorfietsen of bestelwagens naar markten van elke Afrikaanse stad. Zo kun je Dagaa terugvinden in Juba, Zuid-Soedan. En de pygmeeharing uit Lake Volta, met een maximale lengte van 3 cm, kun je kopen in de Ghanese straten van Tamale. Van Zwieten: “Af en toe bieden verkopers verpakte gezouten, gedroogde of gefrituurde vis aan als tussendoortje. En ziekenhuismedewerker verrijken pap die in ziekenhuizen wordt geserveerd met vispoeder.”

Het drogen van de vissen in de zon is de meest milieuvriendelijke verwerkingstechnologie die er is. Toch kent deze verwerkingsfase volgens van Zwieten een belangrijk knelpunt: “Het drogen gebeurt meestal direct op de stranden en oevers van het meer. Regenseizoenen, oververhitting en vermenging met zand en grond zorgen voor kwaliteitsverlies. Na een regenbui drogen de vrouwen de vis opnieuw. Maar het is dan ongeschikt voor menselijke consumptie en komt terecht in de diervoederwaardenketen. Zo’n 60-70 procent van de Dagaa uit het Victoriameer wordt gebruikt als veevoer.”

Investeringsvermogen van vrouwen

Volgens de onderzoekers zijn de technieken om het droogproces te verbeteren aanwezig. Maar dan moet de overheid het investeringsvermogen van vrouwen verbeteren. “Met kleine leningen kunnen zij bijvoorbeeld een rekkensysteem aanschaffen waarop ze de vis kunnen drogen, zodat de vis schoon blijft. Dat komt de kwaliteit van het product ten goede. Het versterken van het investeringsvermogen is ook goed voor de gezondheid van de gezinnen van de vrouwen. Want de gezinsleden eten de vis zelf ook.”

De visserijbiologen vinden het opvallend dat het vangen van kleine vissen nauwelijks een onderwerp is in nationale beleidsstukken. “Ons onderzoek maakt duidelijk hoe belangrijk kleine vissoorten zijn in het dieet van veel Afrikanen. Lokale overheden kunnen de onderzoeksresultaten gebruiken en meer investeren in het vangen en verwerken van kleine vissen. Hierdoor verbetert de voedselzekerheid.”