Kwade droes

Kwade droes

Kwade droes of malleus, in het Engels ‘glanders’ genoemd, is een ernstige ziekte van paarden en paardachtigen, zoals ezels en muildieren. Ook andere diersoorten zijn gevoelig, waaronder kamelen.

Ook andere diersoorten zijn gevoelig, waaronder kamelen. Besmette dieren kunnen binnen enkele weken sterven, maar de ziekte kan ook chronisch worden waardoor de ziekte jarenlang kan worden verspreid. Ook mensen kunnen besmet raken, hoewel dat zelden voorkomt. Zonder tijdige antibioticabehandeling kan de ziekte levensbedreigend zijn.

Kwade droes is een besmettelijke, wettelijk bestrijdingsplichtige dierziekte, net als mond- en klauwzeer en varkenspest. Vrijwaring en bestrijding van kwade droes is een taak die in Nederland door de overheid wordt uitgevoerd. Wageningen Bioveterinary Research heeft daarin kerntaken op het gebied van diagnostiek, advisering en training. Ook worden testen voor export van dieren uitgevoerd door ons.

Kwade droes moet overigens niet worden verward met ‘gewone’ droes. Laatstgenoemde wordt veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi en komt – in tegenstelling tot kwade droes - nog regelmatig voor bij paarden in ons land.


Ziekteverwekker

Kwade droes wordt veroorzaakt door de bacterie Burkholderia mallei, voorheen bekend als Pseudomonas mallei. Het is nauw verwant aan de veroorzaker van melioïdose, Burkholderia pseudomallei.

Burkholderia mallei wordt door vrijwel alle standaard desinfectantia geïnactiveerd. De bacterie wordt gedood door verhitting (10 minuten bij 55°C) en is gevoelig voor UV-licht.

Situatieschets

Tot halverwege vorige eeuw kwam kwade droes wereldwijd veelvuldig voor bij paarden. Tijdens de eerste en tweede wereldoorlog, toen paarden nog een belangrijk onderdeel waren van het leger, is het zelfs ingezet als biologisch wapen.

In veel landen werd de ziekte succesvol bestreden en tegenwoordig komt het nog maar zelden voor in Europa en Noord-Amerika. In Nederland komt kwade droes niet meer voor.

Ook Duitsland is vrij van kwade droes. Toch werd in januari 2015 is in Duitsland een infectie met Burkholderia mallei vastgesteld bij een paard dat getest werd voor export. De complement bindingsreactie (CBR) was positief, ook na bevestiging door het Duitse nationale referentie laboratorium Friedrich Löffler Institut (FLI, tevens OIE referentielaboratorium voor kwade droes). Hoewel het betreffende paard geen klinische verschijnselen van kwade droes vertoonde en er geen epidemiologische aanwijzingen waren voor deze infectie is het dier overgenomen en is sectie verricht. Bacteriologisch kon geen B. mallei worden aangetoond, maar PCR op huidmateriaal was wel positief. Onduidelijk is hoe het dier de infectie heeft opgelopen. Het paard is geboren in 2008 en is niet buiten Duitsland geweest. Mogelijk is indirect contact geweest met Zuid-Amerika. Alle andere paarden op het bedrijf waren negatief.

In bepaalde gebieden komt kwade droes wel nog gewoon voor, hieronder vallen delen van het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Zo worden regelmatig gevallen gemeld van kwade droes in Brazilië, China, India, Iran, Irak, Mongolië, Pakistan, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. Zie WAHID Technical Disease Cards, trefwoord glanders.

Ziektebeeld

Er worden meerdere vormen van kwade droes bij dieren onderscheiden. De ziekte kan worden ingedeeld op grond van de plaats van infectie (neus-, long- en huidvorm), of naar het verloop van ziekte, namelijk acuut (meestal geassocieerd met ezels) of chronisch (vaak bij paarden in endemische gebieden). Bij acute gevallen van kwade droes sterven de dieren binnen een paar dagen tot enkele weken. Daarnaast is er ook een latente vorm van kwade droes beschreven, waarbij de verschijnselen beperkt blijven tot neusuitvloeiing en moeizame ademhaling.

Neusvorm (nasale vorm)

Deze vorm begint met hoge koorts, verlies van eetlust en moeizame ademhaling met hoesten. Uit de neus komt dikke, geel-groene pus en dit kan leiden tot korsten rond de neusgaten. In het neusslijmvlies kunnen knobbeltjes of zweren worden gezien. Eventueel kan ook etterige ooguitvloeiing voorkomen. De plaatselijke lymfeknopen zijn vergroot en ontstoken en kunnen uiteindelijk doorbreken. zijn De pus is zeer besmettelijk.


Longvorm (pulmonale vorm)

Het duurt over het algemeen een aantal maanden voordat deze vorm zich heeft ontwikkeld. Ook hier is het eerste verschijnsel koorts dat samen kan gaan met kortademigheid, (aanhoudende droge) hoest en ademhalingsmoeilijkheden. Dit alles leidt tot een toenemend verlies van conditie.


Huidvorm (cutane vorm)

Ook hierbij kunnen de ziekteverschijnselen pas lange tijd na het begin van de infectie worden gezien. In het beginstadium kan koorts optreden en kunnen de lymfeklieren vergroot zijn. Tijdens het verloop van de ziekte ontstaan knobbeltjes (ontstekingshaarden) in het onderhuidse weefsel langs de loop van lymfevaten van de benen, borst- en buikgebied. Wanneer deze doorbreken komt er een geel etterend wondvocht uit. Geïnfecteerde lymfevaten kunnen zichtbaar worden als verdikte, koord-achtige laesies op de benen. Deze vorm gaat vaak tevens gepaard met hoesten, ademnood en algemene verzwakking.

Verspreiding/transmissie

Kwade droes wordt voornamelijk overgedragen via ontstekingsvocht (neusafscheiding, pus) van besmette dieren, ook zonder dat deze ziektesymptomen hoeven te laten zien. De bacterie kan ook gemakkelijk worden overgedragen via besmet voer of water of door contact met besmette voorwerpen zoals zadels, tuig of verzorgingsmaterialen zoals borstels.

De bacterie wordt onschadelijk gemaakt door hitte en zonlicht, maar kan vrij lang (weken tot maanden) overleven onder vochtige omstandigheden.

Mensen worden besmet door contact met zieke dieren of via besmette materialen. Infectie treedt over het algemeen op doordat de bacterie via kleine wondjes of schaafwonden de huid kan binnendringen, maar kan ook gebeuren door het eten of drinken van besmet voedsel of water of door het inademen van besmette aerosolen (kleine vaste of vloeibare deeltjes die door de lucht zweven).

Diagnostiek

Voor het definitief vaststellen of uitsluiten van kwade droes is laboratoriumonderzoek noodzakelijk. De bacterie kan worden aangetoond door middel van kweek, maar het is wel belangrijk dat dit gebeurt in een laboratorium dat is ingericht op het werken met dergelijke zeer besmettelijke ziektekiemen die ook nog eens voor de mens gevaarlijk zijn. Dit worden zogenoemde Biosecurity Level 3 (BSL3) laboratoria genoemd. In Nederland is Wageningen Bioveterinary Research het enige veterinaire laboratorium dat hier over beschikt.

Binnen Nederland is de kans klein dat een paard of paardachtige met deze ziekte wordt aangetroffen. Wel wordt routinematig diagnostiek uitgevoerd voor exportdoeleinden. Veel landen eisen dat er bloedonderzoek is uitgevoerd op aanwezigheid van antilichamen tegen de verwekker van kwade droes voordat paarden in het betreffende land mogen worden ingevoerd. Internationaal is afgesproken dat dit gebeurt door middel van een complement bindingsreactie (CBR test) in serum (OIE Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals). Deze test wordt door ons routinematig (binnen 3 werkdagen) uitgevoerd.

Preventie en controle

Er is geen vaccin beschikbaar tegen kwade droes. Om insleep van de ziekte te voorkomen kunnen  paarden worden onderzocht op de aanwezigheid van antilichamen tegen Burkholderia mallei, voordat ze worden vervoerd naar andere landen.

Hoewel dergelijke serologische testen een goede betrouwbaarheid kennen, kan het een enkele keer voorkomen dat een test onterecht een positief resultaat geeft. De afgelopen jaren is dit bij Wageningen Bioveterinary Research slechts een paar maal voorgekomen. In dergelijke gevallen wordt het bloedonderzoek herhaald en wordt tevens een bloedmonster naar een (ander) referentielaboratorium gestuurd. Tot nu toe kon op grond van deze resultaten besmetting met kwade droes worden uitgesloten.

Bijzonder geval

Een bijzonder geval van een paard met een vals positieve uitslag van bloedonderzoek voor malleus vond plaats eind 2013. Een uit Nederland afkomstig paard was vóór export negatief getest, maar bij aankomst in de VS werd bij het dier een positieve reactie werd gevonden in de daar uitgevoerde test. Het paard werd op grond van deze testuitslag niet toegelaten tot de VS. Bij terugkomst op Schiphol werd het dier in quarantaine geplaatst en een nieuw genomen bloedmonster werd door Wageningen Bioveterinary Research negatief getest. Van hetzelfde serummonster werd ook materiaal naar het referentielaboratorium voor kwade droes in Duitsland gestuurd (het Friedrich Löffler Instituut, FLI). Ook hier werden géén antilichamen aangetoond.

Mede op verzoek van de exporterende partij heeft Wageningen Bioveterinary Research hierin bemiddeld en is enige weken later opnieuw bloed afgenomen van het paard en is dit doorWageningen Bioveterinary Research naar verschillende laboratoria verzonden. Behalve door Wageningen Bioveterinary Research zelf is het serum onderzocht door het Amerikaanse referentielaboratorium (USDA) dat het paard eerder positief had bevonden, naar het Europese referentielaboratorium voor besmettelijke paardenziekten in Frankrijk (Anses) en naar twee internationale (OIE) referentielaboratoria voor kwade droes, namelijk het eerder genoemde FLI in Duitsland en het Central Veterinary Research Laboratory (CVL) in Dubai. Op grond van alle verzamelde testresultaten kon onomstotelijk worden vastgesteld dat er geen sprake was van kwade droes en is het paard alsnog toegelaten tot de VS.