Martin Scholten in weiland (foto: Kjell Postema)

Martin Scholten in Trouw: circulaire landbouw is de toekomst

Diversiteit en kringloop zijn sleutelwoorden voor echt duurzame en diervriendelijke landbouw, betoogt Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group bij Wageningen University & Research.

This tiny country feeds the world’ schreef National Geographic onlangs. Overal waar je in de wereld komt, is er een diep respect voor de expertise van Nederland op landbouwgebied.

In eigen land ligt het anders. De landbouw - en vooral de veehouderij - wordt kritisch onder de loep genomen. Het debat over dierenwelzijn, de gevolgen voor milieu en klimaat, biodiversiteit, landschap en de gezondheid van omwonenden wordt op steeds hogere toon gevoerd.

We kunnen ons echter geen patstelling permitteren. Ook voor toekomstige generaties moet er voldoende gezond eten zijn. En dat voedsel willen we produceren zonder de aarde uit te putten. En dat kan, als we inzetten op een landbouw die, net als de natuur, draait op diversiteit en kringlopen.

Want hoe duurzaam en efficiënt de afzonderlijke productieketens van de Nederlandse landbouw ook zijn, als je naar het geheel kijkt, zie je nog steeds veel verspilling. Van de gewasopbrengsten belandt uiteindelijk nog niet eens de helft op ons bord. Daarbij is ook de food-feed-competitie een probleem: dieren eten gewassen die ook voor menselijke consumptie geschikt zijn. En landbouwgrond waarop voedsel voor mensen kan worden geteeld, wordt ingezet voor diervoerproductie.

Dat moet en kan anders. Centraal in de kringlooplandbouw staat het slim verknopen van de plantaardige en de dierlijke productie tot een integraal landbouwsysteem. Daarmee komen we  terug bij de reden waarom onze voorouders lang geleden vee zijn gaan houden: omdat landbouwhuisdieren op een efficiënte manier reststromen omzetten naar hoogwaardige eiwitrijke voedingsmiddelen: melk, eieren, vlees. En niet te vergeten: mest als bron van waardevol organisch materiaal, waarmee de bodem opnieuw wordt ‘opgeladen’.

Restanten

Kringlooplandbouw betekent dat runderen en schapen voortaan grazen van het gras en de kruiden op land dat ongeschikt is voor het telen van voedselgewassen, zoals in Nederland de veenweidegebieden. Diervoer gaan we maken van delen van voedselgewassen die we nu niet gebruiken, zoals het eiwitrijke blad van suikerbieten. De mogelijkheden zijn enorm. Zelfs restanten die we tot nu toe als onbruikbaar beschouwden, zoals stro en loof, zijn met behulp van insecten, wormen of paddenstoelen om te zetten in voedingsrijke grondstoffen voor diervoer. En, last but not least, als er kringloopvriendelijke regelgeving komt gaan we ons vee veel meer dan nu voeren met reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie.

Kringlooplandbouw klinkt misschien nostalgisch, maar verwar het niet met de landbouw van weleer. Die was behoorlijk verspillend. Dat kunnen we ons nu niet meer veroorloven. Met behulp van smart-farmingtechnieken zoals GPS, sensoren en drones kunnen boeren hun land veel preciezer en fijnmaziger gaan bewerken. Dat maakt een gevarieerdere, ‘natuurinclusieve’ landbouw mogelijk, met ruimte voor interessante gemengde teelten en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Goed voor de biodiversiteit en voor het landschap. Sensoren en andere nieuwe gezondheidstechnologieën maken ook een veehouderij zonder antibioticagebruik mogelijk, waarin dierenwelzijn centraal staat. Dat is essentieel: dieren met de belangrijke rol om de kringlopen in het voedselsysteem te sluiten, moeten kerngezond zijn en lekker in hun vel te zitten.

In 2050 heeft de wereld 70 procent meer voedsel nodig dan we nu produceren. Met kringlooplandbouw is dat mogelijk binnen het huidige areaal aan landbouwgrond. We zijn het aan onze stand als innovatieve landbouwnatie verplicht om koploper te zijn op weg naar een moderne kringlooplandbouw, waarin voedselzekerheid voor een groeiende wereldbevolking samengaat met duurzaamheid, biodiversiteit, een aantrekkelijk landschap en dierenwelzijn.