Nieuws

Meer inzicht in de gevolgen van de productie van mosselen op natuur in Waddenzee

Gepubliceerd op
15 april 2013

Mosselzaadvisserij heeft gevolgen voor de onderwater natuurwaarden van de westelijke Waddenzee. De effecten zijn echter van beperkte duur en treden alleen op na visserij op zaadbanken in relatief stabiele gebieden. Direct na mosselzaadvisserij zijn daar minder vissen en bodemdieren op de beviste plekken. Na een jaar is er geen verschil meer te meten met de onbeviste locaties. Op de kweekpercelen, waar het opgeviste mosselzaad wordt uitgezet, gedijen de bodemdieren en vissen net zo goed als op de wilde banken. Er zijn dus wel visserij-effecten, maar er zijn op de kweekpercelen ook mogelijkheden om natuurwaarden te bevorderen. Dit blijkt uit het zesjarige onderzoeksproject PRODUS, dat is uitgevoerd door IMARES Wageningen UR, NIOZ, Buro MarinX en Buro Kersting.

Effecten mosselzaadvisserij in voorjaar en najaar

Na mosselzaadvisserij in het voorjaar zijn de effecten op het mosselbestand nog twee jaar zichtbaar. Door de visserij zijn er ook effecten op de overige fauna in de gebieden waar is gevist; na een jaar verschilt de fauna niet meer van de onbeviste plekken.

Mosselzaadvisserij in het najaar is gericht op instabiel gelegen banken. Dat zijn plekken waar veel jonge mosselen de winter niet overleven; ze komen om in winterstormen of vallen ten prooi aan predatoren, zoals zeesterren en krabben. Uit het onderzoek blijkt dat er na visserij geen verschillen te zien zijn in mosselvoorraad en biodiversiteit tussen gebieden waar wel en waar niet is gevist. Visserij in het najaar heeft dus tot gevolg dat mosselen, die anders verloren zouden gaan, naar percelen worden verplaatst waar ze meer kans hebben te overleven.

‘Hot spots’ voor biodiversiteit

Het uitzetten van de jonge mosselen op kweekpercelen heeft een positief effect op de soortenrijkdom van de Waddenzee binnen het huidige beheer, constateren de onderzoekers. Wilde mosselbanken en kweekpercelen bieden namelijk beschutting aan heel veel verschillende diersoorten. Dat blijkt uit de zeebodemmonsters die genomen werden in het kader van het PRODUS-project. In monsters die mosselen bevatten zaten gemiddeld twee keer zoveel bodemdiersoorten als in monsters die geen mosselen bevatten: mosselen zijn belangrijke “hotspots” voor de biodiversiteit. Die grote biodiversiteit geldt zowel voor wilde mosselbanken als voor mosselkweekpercelen. Van belang is dat de meeste kweekpercelen dichter bij de Noordzee liggen dan de wilde banken. In deze gebieden is het zoutgehalte hoger. Dit is gunstig voor de biodiversiteit, en werkt dus mee aan de soortenrijkdom van de percelen.

Herstel mosselbanken

Het onderzoek laat zien dat het sluiten van gebieden voor de mosselzaadvisserij niet betekent dat daarmee de meerjarige onderwater-mosselbanken vanzelf tot ontwikkeling komen. Mocht er een wens zijn meerjarige banken te herstellen, dan zijn er naast sluiting voor visserij wellicht aanvullende beheersmaatregelen nodig.

Onderzoek afgerond

De resultaten van PRODUS, een project dat tussen 2006 en 2012 is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur, zijn op maandag 15 april 2013 gepresenteerd. Meer informatie over PRODUS is te vinden op www.wur.nl/produs.

PRODUS

PRODUS staat voor project duurzame schelpdiercultuur. PRODUS draagt bij aan een duurzame schelpdiercultuur door het in kaart brengen van de ecologische draagkracht van de Nederlandse kustzone en de effecten van de schelpdiervisserij op het sublitorale mosselbestand en natuurwaarden.