Inaugurele rede Jakob Wallinga 'To see a world in a grain of sand'

Persbericht

‘Niet vechten tégen de natuur, maar bouwen mét natuur’

Gepubliceerd op
3 september 2013

Gebruik maken van de kracht van de natuur. Dat moet de strategie zijn rond landgebruik en kust- en rivierbeheer: Niet vechten tégen de natuur maar bouwen mét natuur. Alleen die lijn leidt tot duurzame oplossingen voor het intensieve gebruik van het aardoppervlak om de groeiende wereldbevolking te voorzien van voedsel en energie. En van veilige plekken om te wonen, zegt prof. dr. Jakob Wallinga op 5 september bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Bodemgeografie en landschap aan Wageningen University.

In de prehistorie maakte de mens gebruik van het landschap zoals hij dat aantrof. Hij paste zich aan aan de mogelijkheden die de natuur hem bood. Gaandeweg ging de mens echter grond en landschap aan hem aanpassen en veranderen naar zijn behoefte. En nog maar recent ging de mens het natuurlijke landschap buiten beschouwing laten en ontwierp hij eenvoudigweg het landschap zoals hij dat wenste.

Op dit moment is vijftig procent van het landoppervlak op aarde veranderd en aangepast door de mens. Waar natuurlijke erosie zorgt voor een bodemdaling van twee millimeter wereldwijd over een periode van een mensenleven, wordt door toedoen van de mens in dezelfde periode van tachtig jaar een hoeveelheid grond verplaatst dat gelijk staat aan drie centimeter daling, zegt prof. Wallinga in zijn inaugurele rede To see a world in a grain of sand.

Jakob Wallinga

Overstromingen

Helaas, aldus Wallinga, is de mens tot nu toe niet erg succesvol met het beheer van het aardoppervlak. Met intensieve interventies lost hij weliswaar een specifiek probleem op en voor een relatief korte termijn. Lange termijneffecten zijn daarentegen vaak onverwacht en soms verwoestend van aard. Zo zijn we weinig succesvol in het voorkomen van overstromingen. Wereldwijd nemen die alsmaar toe, als gevolg van een combinatie van klimaatverandering, bouwpraktijken en verandering in landgebruik.

Een voorbeeld van een ongewenste lange termijnreactie van de natuur is de Nederlandse rivierdelta. Vanaf de 11e eeuw zijn we bezig rivieren in te dijken om overstromingen te voorkomen en draineren we met greppels, wind- en machinekracht ons land. Consequentie is wel dat de bodem in delen van Nederland aanzienlijk is gedaald. Wallinga: “We hebben ons land op sommige plaatsen meters beneden zeeniveau gepompt en ons daarmee zeer kwetsbaar gemaakt voor extreme omstandigheden.”

We hebben duizenden jaren ingegrepen in natuurlijke systemen met maar weinig kennis en begrip van hoe die systemen werken en wat de lange termijneffecten van onze ingrepen zijn. Tegelijkertijd dringt het besef door dat de natuur het zelf helemaal nog niet zo gek deed, legt prof. Wallinga uit. Dat inzicht moet volgens hem tot de notie leiden dat het beter is om niet tégen de natuur te vechten maar met die natuur de krachten te bundelen.

Achterwaarts lopen

Essentieel is dat wij kennis hebben van de historische ontwikkeling van de bodem en landschap, zegt prof. Wallinga. Anders dan de pretentie in de westerse samenleving dat wij naar de toekomst moeten kijken, draait hij die metafoor om: in zijn tak van wetenschap is het beter om achteruit te lopen, met het gezicht naar het verleden en een achteruitkijkspiegel naar de toekomst. Op die manier kunnen we leren van het verleden, en voorkomen vergissingen te maken die onze toekomst bepalen.

De bovenlaag van het aardoppervlak omvat een veelheid aan informatie over de ontwikkeling van de bodem en landschap. Die ontwikkeling heeft millennia geduurd. Hoe dieper we graven, hoe verder we in de tijd terug gaan. Goed beschouwd biedt het bodemverleden ons een blik op de toekomst, stelt Wallinga. We kunnen zie hoe de ontwikkeling, ook in de tijd, verloopt, hoe de bodem reageert op veranderende en soms extreme omstandigheden en hoe veerkrachtig hij is.

Bodem en landschap zijn complexe systemen die plotselinge, omvangrijke veranderingen kunnen ondergaan door kleine oorzaken. Wallinga ziet het als uitdaging om na te gaan waar zulke kantelpunten liggen (vgl. de theorie van prof Marten Scheffer c.s.) die de omslag naar een onwenselijke situatie bepalen. Andersom is het voor hem nog interessanter om na te gaan hoe een systeem bewust gekanteld kan worden naar een wenselijke staat: “Zou het niet geweldig zijn om ooit met een kleine ingreep de voortdurend afkalvende Nederlandse kust te veranderen in een systeem dat juist voor natuurlijke aanwas zorgt?”

Jakob Wallinga (Enschede, 1973) is sinds 1 november 2012 hoogleraar Bodemgeografie en Landschap aan Wageningen University en leidt de leerstoelgroep Soil Geography and Landscape. Hij is tevens directeur van het door hem opgerichte Netherlands Centre for Luminescence dating (NCL), dat sinds Wallinga’s komst deel uitmaakt van Wageningen UR (University & Research centre). Luminescentiedatering is een techniek waarmee de ouderdom van afzettingen in de ondergrond wordt bepaald, zodat de ontwikkeling van bodem en landschap kunnen worden gelezen.