Onderzoek naar voorkomen en bestrijden van staartbijten

Op Varkens Innovatie Centrum Sterksel is in 2014 het demotraject gestart, er wordt onderzoek gedaan naar het voorkomen en bestrijden van staartbijten. Staartbijten is een probleem dat wordt veroorzaakt door meerdere risicofactoren. Deze worden geanalyseerd, geoptimaliseerd en getest op hun resultaat op het houden van varkens met lange staarten. Daarnaast zijn maatregelen uitgetest om in geval van bijtproblemen deze zo snel mogelijk in te dammen (vangnetmaatregelen). In onderstaande infographic zijn de verschillende factoren uitgebeeld.

De Werkgroep Krulstaart neemt initiatief in het zoeken naar een oplossing voor staartbijten. Deze werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van diverse betrokkenen uit de varkensvleesketen; LTO, Dierenbescherming, NVV, dierenartsen, fokkerij, slachterij, diervoederindustrie en overheid. Het CAWA-team van Wageningen University & Research begeleidt het proces. Het ministerie van Economische Zaken maakt het onderzoek mogelijk.
couperen varkensstaarten

Kennis delen in netwerken

Zoektocht naar het voorkomen en bestrijden van (staart) bijten bij varkens. Proberen, monitoren en managen zijn sleutelwoorden.

Internationale samenwerking

  • Staarten heeft internationaal aandacht: de EU zet in op stoppen met couperen
  • Nederland zoekt de samenwerking met het buitenland:
    om draagvlak te creëren voor de Nederlandse aanpak volgens de Verklaring van Dalfsen
  • Samenwerking op drie niveau’s:
  • Onderzoek: met uitwisselen van kennis en onderzoekresultaten en samenwerking tussen praktijknetwerken in de verschillende landen (bilateraal met onderzoekers en op internationale bijeenkomsten)
  • Bedrijfsleven: met praktijkervaring en afstemmen aanpak per land
  • Overheid: met intentie voor gemeenschappelijke aanpak Duitsland, Denemarken en Nederland (welzijnstop met de staatsecretaris voorjaar 2015)

Niet méér, maar anders kijken naar varkens

  • Elk varken heeft de behoefte om zijn omgeving te onderzoeken. Als er geen materiaal beschikbaar is, worden de hokgenoten onderzocht.
  • De behoefte om te onderzoeken of af te reageren neemt toe als stress aanwezig is.
  • Als in de kraamstal al bijtpuntjes aan de staarten te zien zijn, is de kans groter dat in dat toom later staartbijten optreedt.
  • Verhoogd gebruik van afleidingsmateriaal kan een signaal zijn dat er iets in de omgeving of in het varken niet in orde is.

Voeding

Picto voeding.jpg
  • Een laag eiwitgehalte in het voer verhoogt risico op staartbijten.
  • Een hoog tryptofaangehalte in het voer resulteert in minder staartbijten en rustigere dieren.
  • Beperkt voeren, te lage energie opname en onvoldoende verzadiging kunnen leiden tot staartbijten.
  • Fermenteerbare vezels in het voer verminderen manipulatief gedrag, waaronder staartbijten.
  • Competitie rond voeren door beperkt voeren of te weinig eetplaatsen kan leiden tot staartbijten. Onbeperkt voeren en meer vreetplaatsen kunnen staartbijten verminderen.
  • Storingen in de voer- en/of drinkwaterinstallatie zijn risicofactoren voor staartbijten.

Klimaat

Picto Klimaat.jpg

  • Voldoende inhoud in de afdeling
  • Geïsoleerde ligvloeren
  • minimaal één keer per jaar klimaatcheck uitvoeren

Voorkom:

  • hoge temperatuurschommelingen binnen een etmaal, automatische correctie op bandbreedte op basis van buitentemperatuur
  • windinvloed, regelbare luchtinlaat
  • hoge concentraties aan CO2 en NH3, voldoende ventilatie en voorkom hokbevuiling
  • hittestress

Hokverrijking

Picto Hokverrijking.jpg
  • Vorm: Verrijkingsmateriaal is aantrekkelijk voor varkens als het complex, te vervormen, manipuleerbaar, en kapot te maken is, én het af en toe ook een (kleine) eetbare beloning geeft.
  • Verstrekking: Verrijkingsmateriaal blijft aantrekkelijk als het regelmatig vernieuwd wordt en schoon is, én het is belangrijk dat zoveel mogelijk – idealiter alle - aanwezige varkens tegelijkertijd met de verrijking bezig kunnen zijn.
  • Plaats: Varkens houden hun snuit meestal dicht bij de grond, ze hebben moeite hun kop (langdurig) omhoog te houden doordat ze een korte nek hebben. Verrijkingsmateriaal kan het beste dicht bij de grond - idealiter zelfs op de grond - aangeboden worden.
  • Nut: Verrijking helpt om het overgrote deel van ongewenst bijtgedrag te voorkomen én tijdig te signaleren; verbruiken de varkens ineens méér van het materiaal dan normaal? Dit illustreert een onderliggend probleem en kan een voorbode zijn voor ongewenst bijtgedrag.

Genetica

Picto Genetica.jpg
  • Ras: Staartbijtgedrag blijkt deels erfelijk te zijn, hoewel er wel rasverschillen bestaan.
  • Directe fokwaarde: Een hoge genetische productie bijvoorbeeld voor een snelle groei, een hoog percentage voor mager vlees en een grote toom, is een risico voor het ontwikkelen van ongewenst bijtgedrag.
  • Indirecte fokwaarde: Varkens verschillen in hun effect op de groei van hun hokgenoten, dit effect blijkt erfelijk te zijn. Varkens met een positief effect op de groei van hun hokgenoten (ofwel de hokgenoten groeien harder dankzij hen) beschadigen hun hokgenoten minder en gebruiken ook minder verrijkingsmateriaal.
  • Toepassing: Fokken tegen ongewenst bijtgedrag blijkt deels mogelijk. Let wel, de erfelijkheidsgraad wordt relatief laag geschat.

Omgevingsfactoren

Picto Omgeving.jpg

Omgevingsfactoren die de kans op staartbijten verhogen:

  • Volledig of grotendeels roostervloer
  • Hoge temperatuur
  • Tocht
  • Beperkt aantal vreetplaatsen
  • Te weinig afleiding in het hok
  • Overbezetting
  • Lege voerbakken bij de gespeende biggen
  • Verstopte drinknippel



Gezondheid

Picto Gezondheid.jpg
  • Staartcouperen geeft een wond waardoor bacteriën naar binnen kunnen dringen die tot abcessen kunnen leiden.
  • Staartbijten geeft een wond waardoor bacteriën naar binnen kunnen dringen die tot abcessen kunnen leiden.
  • Een lagere gezondheid kan de prikkel zijn voor een uitbraak van staartbijten.
  • Een verminderde gezondheid leidt tot frustratie en een toename in onderzoekend gedrag. Als afleidingsmateriaal ontbreekt, kunnen hokgenoten slachtoffer zijn.
  • Zieke dieren lopen minder snel weg en kunnen daardoor sneller slachtoffer van bijten worden.
  • Achterblijvers kunnen door een hoger stress of frustratieniveau tot bijter worden.