Paratuberculose

Paratuberculose

Paratuberculose (paratb), in het Engels Johne’s Disease (JD) is een besmettelijke ziekte, die wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis (MAP) en kan leiden tot een ongeneeslijke chronische darmontsteking. De aandoening komt vooral voor bij herkauwers. In Nederland komt paratb vooral voor bij runderen en geiten. De tijd tussen infectie en de eerste symptomen varieert van zes maanden tot vele jaren. Gemiddeld treden de eerste klinische symptomen op bij runderen tussen de 4 en de 6 jaar, bij geiten ronde de leeftijd van 2 jaar. De meest opvallende symptomen bij het rund zijn diarree en vermagering. Bij de geit alleen vermagering. Omdat daarnaast slechts enkele van besmette dieren deze niet-specifieke symptomen laten zien wordt besmetting niet of pas heel laat opgemerkt.

Waar komt paratuberculose voor?

Paratuberculose komt wereldwijd voor bij zowel bedrijfsmatig gehouden herkauwers (rund, schaap, geit, hert) als bij wilde herkauwers (o.a. herten). In de meeste landen met commerciële veehouderij is de ziekte endemisch wat wil zeggen dat het algemeen voorkomt in de populatie en dat een groot deel van de bedrijven in meer of mindere mate met de infectie te maken heeft.

Belang van de infectie

De ziekte leidt tot welzijnsvermindering bij geïnfecteerde dieren die de ziekte ontwikkelen. Door de chronische uitputting vermageren dieren en zonder ingrijpen zal dit leiden tot sterfte. De ziekte veroorzaakt daarnaast grote economische schade in de melkveehouderij. De kosten ontstaan doordat besmette dieren minder melk produceren en een lagere slachtopbrengst hebben door de vermagering. Bovendien moeten dieren met aangetoonde infectie voortijdig van het bedrijf afgevoerd worden.

Gevoelige dieren

Herkauwers zijn gevoelig voor infectie door MAP. De ziekte wordt vooral gezien in runderen, schapen, geiten en herten. Infectie (voorkomen van MAP zonder verschijnselen) is ook gerapporteerd in onder andere paarden, varkens, alpaca’s, lama’s, konijnen, hermelijnen, vossen en wezels.

Voor mensen gevaarlijk?

Er zijn geen aanwijzingen dat mensen gevoelig zijn voor infectie door MAP. Echter, MAP wordt wel vaker aangetroffen bij mensen die lijden aan de Ziekte van Crohn dan bij gezonde mensen. Het is echter nog onduidelijk of dit verband oorzakelijk is.

De verwekker: Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis (MAP)

De bacterie die paratb veroorzaakt behoort tot de familie van de mycobacteria die onder andere tuberculose bij mensen (Mycobacterium tuberculosis), herkauwers (Mycobacterium bovis) en vogels (Mycobacterium avium) veroorzaakt. De paratb-bacterie heeft een stevige coating, waardoor deze heel lang (meer dan een jaar) buiten het dier in bijvoorbeeld kuilgras, mest, grond en vooral goed in water kan overleven. UV-straling bijvoorbeeld blootstelling aan direct zonlicht kan de bacterie doden.

Klinische verschijnselen

Vanwege de lange incubatietijd kan de ziekte zich lange tijd niet openbaren. Symptomen die bij paratuberculose gezien worden, zijn niet specifiek, deze komen ook bij andere ziekten voor.

  • Chronische darmontsteking
  • Diarree (komt niet bij alle diersoorten voor)
  • Steeds slechtere conditie
  • Gewichtsafname zonder verlies aan eetlust
  • Afname melkproductie
  • Géén koorts
  • Op den duur sterke verzwakking die zelfs tot de dood kan leiden.

Verspreiding en overdracht van infectie (transmissie)

Besmette dieren scheiden de bacterie uit via feces, biest en melk en doen dat al ruim voordat klinische symptomen zichtbaar worden. Bovendien duurt het lang voordat met diagnostiek aangetoond kan worden dat een dier besmet is. Hierdoor kan de bacterie onopgemerkt via de mest in de omgeving terecht komen en een gevaar opleveren voor andere gevoelige dieren. Jonge herkauwers zijn het meest gevoelig voor infectie maar dieren van alle leeftijden kunnen geïnfecteerd raken door MAP. De meest gebruikelijke vorm van overdracht is opname van MAP uit de besmette omgeving via mest of stofdeeltjes. Daarnaast kan de bacterie ook via melk en in uitzonderlijke gevallen ook via een besmet moederdier naar haar ongeboren foetus verspreid worden.

De meest voorkomende introductie van MAP op een melkveebedrijf of melkgeitenbedrijf is de aankoop van besmette dieren, die geen zichtbare ziekteverschijnselen hebben, van een ander bedrijf. Gesloten bedrijfsvoering is daarom aan te raden. De beste aankoop is van een bedrijf met paratb A-status op basis van het monitoringsonderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Diagnostiek

De bacterie (MAP) zelf kan worden aangetoond met een PCR-test waarbij het DNA van de bacterie aangetoond wordt. De bacterie kan ook via bacteriologisch onderzoek gekweekt worden maar dit duurt wel 4 tot 16 weken omdat de bacterie in het laboratorium erg langzaam groeit.

Afweerstoffen tegen MAP kunnen met een ELISA-test worden gevonden in melk en in bloed.

De GD zet verschillende laboratoriumtesten in om de aanwezigheid van paratb-infectie aan te tonen. Belangrijk hierbij is om te weten dat het enkele maanden tot vele jaren na de besmetting kan duren voordat paratuberculose-bacteriën of afweerstoffen tegen paratb kunnen worden aangetoond.

Preventie

Voor de ziekte is bij runderen geen behandeling mogelijk en vaccinatie is niet toegestaan. Het is bij geiten (tijdelijk) toegestaan een vaccin te gebruiken. Dit vaccin voorkomt wel het ontstaan van de klinische verschijnselen (vermagering, sterfte) maar niet de infectie en gevaccineerde dieren kunnen de infectie ook nog verspreiden. Voorkómen dat de bacterie het bedrijf binnendringt is daarom in alle gevallen belangrijk. Goede instrumenten daarvoor zijn implementatie van goede hygiënemaatregelen en correcte bedrijfsvoering: bij voorkeur een gesloten bedrijfsvoering en geen dieren aankopen. Eventueel nieuw aangekochte dieren (ook bijvoorbeeld stieren of bokken) screenen, besmette dieren zo snel mogelijk afvoeren, regelmatige monitoring van dieren voor zover dat niet via het GD programma gebeurt. Opfok van het jongvee in separate ruimtes en beperking van de aanvoer van mest van andere bedrijven met herkauwers vormen eveneens belangrijke aandachtspunten.

Bestrijding

De bestrijding van paratb is vooral gericht op het voorkomen van besmettingen. Bij reeds besmette bedrijven moet de preventie gericht zijn op het doorbreken van de infectiecyclus door de jonge dieren op te laten groeien in een paratb-vrije omgeving. 

Op besmette bedrijven bestaat de meest effectieve aanpak van paratb uit de combinatie van het voorkomen van nieuwe besmettingen en het opsporen en afvoeren van besmette runderen.

In 1997 hebben de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD, http://www.gddiergezondheid.nl/ ) en het ID-Lelystad, een voorloper van Wageningen Bioveterinary Research, een gezamenlijk Plan van aanpak voor de bestrijding van paratuberculose voor Nederland opgesteld. Sindsdien wordt met regelmaat grootschalig onderzocht welke bedrijven wel en niet besmet zijn; assisteren zij veehouder en dierenarts met de bestrijding van paratb op besmette bedrijven en geven voorlichting geven over de preventie van paratb. Via het certificeringprogramma van de GD kunnen melkveehouderijen een paratb-onverdachtstatus behalen.

Sinds 2005 worden dieren op melkveebedrijven systematisch met een melk- of bloedonderzoek getest. Als bij het eerste koppelonderzoek geen paratb wordt gevonden, krijgt het bedrijf status A. Vervolgens wordt het onderzoek eens per twee jaar herhaald. Als er bij het eerste koppelonderzoek wel paratb wordt gevonden, kan er een mestonderzoek gedaan worden ter bevestiging. Als de besmette dieren vervolgens worden afgevoerd, krijgt het bedrijf status B. Indien de besmette dieren niet worden afgevoerd, krijgt het bedrijf status C en dit kan consequenties hebben voor de mogelijkheden om melk te leveren. De bedrijven met status B (en C) worden ieder jaar opnieuw getest door middel van een melk- of bloedonderzoek.