Schapen-en-geitenpokken

Schapen-en-geitenpokken

Schapen-en-geitenpokken (SGP) of Capripox is een virusziekte veroorzaakt door een pokkenvirus (Capripoxvirus).

Naast schapen en geiten kunnen ook runderen besmet worden met SGP. Bij runderen die besmet zijn met SGP verloopt de ziekte volledig subklinisch, dus zonder duidelijk waargenomen klinische verschijnselen.

Het virus dat SGP veroorzaakt, is wel verwant aan het virus dat bij mensen pokken veroorzaakt, maar is niet besmettelijk voor mensen. Het virus dat SGP veroorzaakt is een dsDNA-Virus van het geslacht Capripoxvirus uit de familie van de Poxviridae. Er is maar een serotype van het schapen-en-geitenpokkenvirus bekend.

Verspreiding

SGP is endemisch in Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Ook in Europa steekt de ziekte af en toe de kop op. Zo is in januari 2007 in Griekenland SGP uitgebroken op een geïsoleerd eiland. Ook in 1998 en 2000 zijn er nog uitbraken in Griekenland geweest, waarschijnlijk door illegale import van schapen. Import van dieren uit besmette gebieden is verboden. Dat is geen garantie dat de ziekte ook niet uitbreekt in Europa, want het virus kan zich verspreiden via bijtende insecten (over korte afstanden), kleding of transportmiddelen die in contact zijn geweest met besmette dieren of door onbewerkte wol van besmette dieren. De kans dat schapen-en-geitenpokken in Nederland uitbreekt is klein.

Besmetting

De gemiddelde incubatietijd van SGP is 12 dagen met een maximum van 21 dagen. Dieren besmetten elkaar via de ademhaling; zieke dieren scheiden het virus uit in mest, speeksel, neusuitvloeiingen, huidverwondingen en in de huidschilfers. In droge huidschilfers kan het virus tot zes maanden besmettelijk blijven. Het virus is ongevaarlijk voor mensen. Mensen kunnen het virus echter wel verspreiden, onder meer via kleding, schoenen en handen. Ook besmette materialen (bijvoorbeeld voertuigen, instrumenten of injectienaalden) kunnen ervoor zorgen dat het virus wordt verspreid. De besmetting van dier op dier kan dus plaatsvinden via direct contact maar ook via indirect contact doordat de huidschilfers kunnen functioneren als aerosolen. Bijtende insecten zijn bekende besmettingsbronnen, zij het niet in grote getalen. Het virus kan lange tijd buiten de gastheer overleven, daardoor is indirecte besmetting als gevolg van slecht schoongemaakte veewagens of schoeisel ook mogelijk.

Klinische verschijnselen

De mate waarin dieren ziek worden of doodgaan als gevolg van SGP is sterk afhankelijk van de variant van het virus, de leeftijd van de dieren en van de mate waarin de dieren specifieke weerstand hebben opgebouwd tegen het virus. Bij volwassen dieren kan tot 80% van een koppel ziek worden en tot 50% doodgaan. Bij jonge dieren kan 100% van de dieren ziek worden en tot 95% van de dieren doodgaan. In regio’s waar SGP regelmatig voorkomt is de mortaliteit meestal rond de 5 à 10% van een koppel dieren. In gebieden waar de ziekte niet voorkomt en dieren dus geen weerstand hebben opgebouwd, worden in principe alle dieren ziek en is het ook mogelijk dat ze aan de ziekte sterven. Zowel bij jonge als oude dieren kunnen secundaire infecties zorgen voor een verhoogde sterfte.

In sommige gevallen, met name daar waar de dieren weinig weerstand hebben, kunnen de verschijnselen zeer ernstig zijn. Dieren worden ziek, krijgen koorts en eten slecht. Daarnaast kunnen zij 'echte' pokken krijgen. Deze beginnen met rode plekken, met name op plaatsen waar geen wol of haar zit. Deze rode plekken ontwikkelen zich tot blazen, puisten en tenslotte tot dikke korsten. De dieren hebben hierbij ook vaak oog- en uierontsteking. Tenslotte kunnen ook de longen aangetast raken, waardoor veel van de dieren sterven.

Verschijnselen:

  • verhoogde temperatuur 
  • verminderde voeropname
  • ontstoken ogen
  • ontstoken uier
  • pokken
  • aantastingen van de longen.

Diagnostiek

  • Identificatie agens:
    • Viruscultuur
    • Immunologisch inoculatie
    • Nucleid acid herkenning
  • Serologische test:
    • Virusneutralisatie
    • Agar gel immunodiffusie
    • Indirecte fluorisatie-antilichaam-test
    • Western blot analyseo
  • ELISA

Bestrijding

Het preventief bestrijden van SGP is mogelijk door vaccinatie. Omdat in Europa SGP nauwelijks meer voorkomt, worden dieren in Europa niet preventief gevaccineerd tegen SGP. Vaccineren wordt alleen gedaan bij een uitbraak van SGP om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen. Om te voorkomen dat de ziekte uitbreekt in Europa is er een importverbod van kracht van dieren uit regio’s die wel besmet zijn.

Vaccin

In Europa worden schapen en geiten niet tegen de ziekte gevaccineerd. De Europese Commissie kan bij een uitbraak toestemming geven om op beperkte schaal schapen en geiten in te enten om de ziekte onder controle te krijgen. Dit kan echter ernstige gevolgen hebben voor de export. Er bestaan vaccins tegen SGP, maar deze zijn in Nederland niet beschikbaar.