Nieuws

Spiering paait in lab

Gepubliceerd op
14 april 2011

Onderzoekers van IMARES, onderdeel van Wageningen UR, hebben spiering uit het IJsselmeer in het lab laten paaien. Dat is voor deze soort een unicum.

eitjes van net een dag oud
eitjes van net een dag oud

Het zijn nog maar eitjes, dus een klein voorbehoud is wel op zijn plaats. Maar toch heeft onderzoeker Marieke Keller de beschuit met muisjes al geserveerd. De prestatie is er dan volgens haar ook naar. ‘Spiering is een heel lastige soort om te houden. Ze levend uit het IJsselmeer en Markermeer in het lab krijgen is al bijzonder. Ze zijn heel kwetsbaar.'

Nieuw leven

Maar daar bleef het dus niet bij. Door te ‘spelen met licht en temperatuur' is het zelfs gelukt om de spiering ‘spontaan' te laten paaien. Volgens Keller is dat met deze soort nog niet eerder gelukt in Nederland en de rest van Noord-Europa, het leefgebied van de Europese spiering. Keller verwacht dat er in het lab in IJmuiden over een of twee weken nieuw spieringleven valt te bewonderen.

Dieet

Het experiment maakt onderdeel uit van het project Autonome Neerwaartse Trends dat de hele voedselketen in het IJssel- en Markermeer in beeld moet brengen. De vogel- en visstand in de beide binnenwateren is de laatste decennia sterk teruggelopen. Hoe dat precies komt is niet duidelijk, laat staan wat er tegen te doen valt. Spiering vormt voor veel vogelsoorten -waaronder visdief, stern, zaagbek en fuut- een belangrijk onderdeel van het dieet.

Klimaat

Daarnaast speelt mogelijk klimaatverandering een rol. Als larven te vroeg uitkomen, is er nog weinig voedsel beschikbaar. Een groot deel van de larven sterft dan. Als larven daarentegen te laat uitkomen, hebben ze niet genoeg tijd om zo groot te groeien dat ze aan hun predatoren ontsnappen. In beide gevalllen zijn de gevolgen voor het totale voedselweb mogelijk groot. Inzicht in de invloed van de temperatuur op de ontwikkelingssnelheid van de eitjes is dus belangrijk.