Symposium Klimaatadaptatie Landbouw

Symposium Klimaatadaptatie Landbouw | Interviews

Het klimaat verandert en dat heeft gevolgen voor de landbouw in Nederland. Maar weten we wat die gevolgen zijn, en zijn we er klaar voor?

De extreme weersomstandigheden in 2018 en 2019 hebben het besef versterkt dat er wat moet gebeuren. Het ministerie van LNV heeft met diverse partners uit de landbouw recent het Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw gepresenteerd. Daarnaast heeft de WUR in opdracht van het ministerie in beeld gebracht wat we weten over klimaatverandering, over de gevolgen voor de grondgebonden landbouw en over de mogelijkheden voor adaptatie.

Op 3 maart organiseert WUR in opdracht van LNV een symposium, waarin het Actieprogramma Klimaatadaptatie Landbouw wordt gepresenteerd door LNV. Daarnaast worden de resultaten van het WUR onderzoek toegelicht en geven diverse partijen hun kijk op klimaatverandering en de gevolgen voor de landbouw. Er zijn vier workshops, waarin wordt ingegaan op de gevolgen voor waterbeheer, voor gewasgezondheid en keten, op de toenemende verzilting en op de financiële gevolgen. De bijeenkomst is ook bedoeld als start van een netwerk waarin kennis en ervaring van verschillende projecten en partners gedeeld wordt. Dit netwerk is ook een belangrijk onderdeel van het Actieprogramma.

'Niet alles is verzekerbaar'

Timo Brinkman
Timo Brinkman

Timo Brinkman, Bond van Verzekeraars

De impact van klimaatverandering is zo groot, dat sommige schades straks mogelijk niet meer verzekerbaar zijn. Dat zegt Timo Brinkman, van de Bond van Verzekeraars. “Adaptatie is cruciaal voor het beheersen van financiële risico’s. Verzekering is slechts een sluitstuk.”

Wat merken verzekeraars al van klimaatverandering?
“Het aantal weergerelateerde claims neemt toe, waarbij vooral de extremen opvallen. Zoals de hagelbuien in Zuidoost Nederland die in 2016 voor 600 miljoen euro schade hebben aangericht. Dat soort extremen zullen toenemen. Alleen al de particuliere schade, nu jaarlijks 125 miljoen euro, zal naar verwachting in de komende decennia verdubbelen. Voor de agrarische sector kunnen we geen bedrag noemen, maar boeren merken als eerste de gevolgen.”

Toch sluit maar een klein deel van de telers een weersverzekering af. Waarom?
“We zien recent een stijging van het aantal afgesloten polissen, vanwege de vrijstelling van assurantiebelasting. Maar boeren redeneren ook vaak: ik ben ondernemer en schade aan gewassen is een risico van alle tijden. Ze kennen heel goed de huidige risico’s per perceel en voelen niet een urgentie voor een andere aanpak. Dat is mens-eigen. Dit verandert pas als je in je omgeving de gevolgen gaat zien. Het probleem is dat weerspatronen geleidelijk veranderen en bij extremen plotseling een heel gebied wordt getroffen. Je kunt dus minder goed bouwen op je eigen ervaring of die van de buurman.”

Met welke gevolgen van klimaatverandering houden jullie rekening?
“Wij volgen de scenario’s van het KNMI. Het is moeilijk te voorspellen hoe snel de veranderingen precies zullen gaan, maar we weten in ieder geval dat het aantal extremen toeneemt. Telers zullen daarop moeten anticiperen, want de schade kan snel in de papieren lopen. Het betekent ook dat zaken die op dit moment nog verzekerbaar zijn, dat in de toekomst misschien niet meer zijn, of tegen andere voorwaarden. Die waarschuwing moeten we telers meegeven.”

Op welke hulp van verzekeringen kunnen telers dan blijven rekenen?
“In 2021 komen er nieuwe klimaatscenario’s beschikbaar en kunnen we daar een betere inschatting van maken. Verder zullen verzekeraars dat gaandeweg bijstellen. Het is eigenlijk heel simpel: veel agrarische verzekeringen zijn onderlingen; door en voor de leden. Zij maken geen winst op agrarische verzekeringen, maar moeten wel zwarte cijfers blijven schrijven. Elke schade moet worden opgebracht uit de premie van collega’s. Worden de risico’s te groot, dan worden de premies zo hoog dat verzekeren geen zin meer heeft. Daarom is het zo belangrijk om in een vroeg stadium te overleggen met telers, met de overheid, met waterschappen; met alle partijen die daar een rol in spelen: hoe kun je gebieden en bedrijven zo inrichten dat weersextremen minder schade veroorzaken?”

Wat heeft een teler straks nog aan een verzekering?
“Je moet een verzekering zien als een sluitstuk. Een teler zal eerst na moeten gaan: welke adaptatiemaatregelen kan en moet ik nemen? Kan mijn bedrijfsmodel nog wel uit? Ook banken en andere adviseurs zullen de gevolgen van klimaatverandering moeten meenemen in hun gesprekken. Wij hebben niet dé oplossing. Niemand heeft dé oplossing. Een verzekering is een stukje van de puzzel.”

‘We moeten de discussie aanzwengelen’

Edwin Michiels
Edwin Michiels

Edwin Michiels, akkerbouwer en LTO-bestuurder

Klimaatverandering leeft te weinig onder akkerbouwers, vindt akkerbouwer en LTO-bestuurder Edwin Michiels. “Van nature sorteren telers voor op wisselende weersomstandigheden. Maar dat is niet genoeg om de klimaatverandering op te vangen.” Hij wil de discussie onder collega’s aanzwengelen.

Hoeveel aandacht krijgt klimaatverandering binnen LTO?
“Momenteel te weinig. Er spelen zoveel zaken die dringend zijn  – gewasbescherming, stikstof, om maar eens wat te noemen – dat klimaat niet de hoogste prioriteit heeft. Sinds kort ben ik degene die vanuit de akkerbouwvakgroep de ontwikkelingen bijhoudt en probeer ik het onderwerp hoger op de agenda te krijgen. LTO-breed wordt er natuurlijk al langer gewerkt aan thema’s als verzilting, waterberging en het verbeteren van de bodem, maar we zullen al die onderwerpen bij elkaar moeten brengen. Dat gebeurt voor een deel al via projecten binnen de Brancheorganisatie Akkerbouw.”

Leeft klimaatadaptatie onder telers?
“Nog te weinig. Van nature sorteren telers voor op wisselende weersomstandigheden. Via raskeuze, perceelskeuze en het werken aan een gezonde bodem, probeert iedere boer zijn teeltrisico’s zo klein mogelijk te houden. Maar het wordt steeds duidelijker dat je het daar niet mee gaat redden. We zullen weerbaarder moeten worden tegen een grilliger klimaat. In het ene gebied zijn telers daar meer van doordrongen dan in het andere. Voor telers in gebieden waar in korte tijd meerdere klappen zijn gevallen, is het probleem zichtbaarder.”

Hoe bereik je ook andere collega’s?
“Ik denk dat we ervaringen uit verschillende regio’s moeten gebruiken en leren van elkaars ervaringen. In het gebied waarin ik woon, in het zuidoosten, zijn we in studieclubverband aan het rekenen geslagen, aan de hand van een door WUR ontwikkelde stresstest: wat voor gevolgen heeft klimaatverandering voor de manier waarop je je bedrijf hebt ingericht? Dan gaat het om verdiencapaciteit, gewasrotatie en de risico’s die je loopt. Ook al is het een grove berekening, je schrikt toch wel hoe groot de schade kan zijn. Je zult jezelf moeten afvragen: kan mijn verdienmodel straks nog wel uit? Het is leerzaam om daarover te discussiëren.”

Welke aanpassingen kunnen telers doen?
“Ik ben voor Agriterra naar Vietnam geweest en daar zijn de gevolgen van klimaatverandering al voelbaar. De delta’s waarin men jarenlang rijst heeft geteeld, zijn niet langer geschikt voor de rijstbouw, als gevolg van zeespiegelstijging en verzilting. Die boeren stappen nu massaal over op een combinatie van visteelt en tomatenteelt. Zulke drastische maatregelen zie ik hier niet zo snel gebeuren. Wij kunnen met techniek nog een heel eind komen. Bijvoorbeeld met regelbare drainage, waarmee je in droge tijden water kunt inlaten en in natte perioden het peil kunt verlagen. Of het aanleggen van een gezamenlijke ringleiding voor irrigatiewater. Dan kun je met één pomp energiezuinig meerdere percelen van water voorzien. Ook bouwplanverruiming kan een onderdeel zijn, als onderdeel van het werken aan een weerbare bodem, die minder gevoelig is voor droogte en wateroverlast. Dat is een spanningsveld, want met grond van soms wel 90.000 euro per hectare zijn we hier afhankelijk van hoogsalderende gewassen.”

‘Klimaatadaptatie raakt ook gewasbescherming’

Marleen Riemens
Marleen Riemens

Marleen Riemens, onderzoeker WUR-OT

Naast directe opbrengstschade aan gewassen, heeft klimaatverandering ook gevolgen voor de gewasbescherming. Bekende ziekten en plagen gaan zich anders gedragen en nieuwe komen erbij. Daar is nog te weinig aandacht voor, vindt onderzoeker en plantenziektekundige Marleen Riemens.

Wat voor gevolgen heeft klimaatverandering voor de gewasbescherming?
“Klimaatverandering raakt op heel veel manieren aan gewasbescherming. Weersextremen, maar ook subtielere veranderingen in weerspatronen, hebben invloed op de mate waarin ziekten en plagen voorkomen en schade veroorzaken. We hebben een reeks lange groeiseizoenen achter de rug, met vroege voorjaren en warm nazomerweer. Voor insecten betekent dit dat ze al vroeg in het jaar actief zijn en extra generaties kunnen vormen. Verder gaan schimmelziekten zich anders gedragen bij weersextremen zoals extreme neerslag of extreme droogte. Bovendien kunnen we bij een stijgende temperatuur de introductie van nieuwe ziekten en plagen verwachten.”

Wat betekent dat concreet voor telers?
“Bekend voorbeeld van een nieuwe plaag is de maisstengelboorder, die zich vanuit Duitsland steeds noordelijker heeft kunnen handhaven en sinds enkele jaren ook in Limburg actief is. Het is een plaag die potentieel voor flinke oogstverliezen kan zorgen in de mais. En als de temperatuur maar hoog genoeg is, schuift hij straks verder op naar het noorden. Hetzelfde zien we met knopkruid, een lastig onkruid, dat ook langzaam noordwaarts beweegt. Droge zomers leiden tot verschuivingen in ziekten. Bepaalde meeldauwsoorten kunnen bijvoorbeeld profiteren terwijl andere ziekten juist weer op de achtergrond raken, omdat ze minder goed tegen de droogte kunnen.”

Hoe kan de sector zich wapenen tegen schade?
“Je zult moeten monitoren hoe ziekten en plagen zich ontwikkelen. Waar komen ze voor, hoe vroeg en in welke aantallen? Aan de hand van de populatiedynamica kun je dan scenario’s updaten, ofwel: hoe kun je via teeltmaatregelen zo goed mogelijk schade voorkomen? Bijvoorbeeld door vroeger te zaaien of kiezen voor andere rassen. Andersom geldt dat veranderende teeltmaatregelen van invloed zijn op ziekten en plagen. De kans is bijvoorbeeld groot dat telers meer en vaker zullen gaan beregenen. Wat heeft dat voor invloed op de ontwikkeling van ziekten?”

Weten we genoeg om actie te kunnen nemen?
“Nee. We moeten die kennis actualiseren. Het verbaast me eigenlijk dat er op het ogenblik vrij veel aandacht is voor zowel het thema gewasbescherming als voor klimaatverandering, maar niet voor de combinatie van beide. Die vraag wordt simpelweg niet gesteld. Wil je problemen voor zijn, dan zul je moeten onderzoeken hoe klimaatverandering de gewasbescherming beïnvloedt en bestaande kennis updaten.”

Welke rol is er voor de teler zelf?
“Die zal ook zijn kennis moeten vergroten. Het effect van klimaatverandering komt bovenop de veranderingen waar telers al mee te maken hebben. Steeds meer gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen en de rol van ecologie wordt belangrijker. Misschien kunnen we een monitoring opzetten in de vorm van een app: wat voor soorten staan er al bloei en welke insecten zie ik op mijn bedrijf? Dergelijke skills zullen belangrijker worden.”