Tularemie - bevindingen in 2015

In 2015 was er sprake van een uitbraak van tularemie onder hazen. In de periode van februari tot mei werden tientallen dode hazen gevonden in een relatief klein gebied in Friesland, rond Akkrum. Hiervan werden over het algemeen steeds één of twee dieren ingestuurd naar het Dutch Wildlife Health Center (DWHC) in Utrecht voor onderzoek naar de doodsoorzaak.

Van deze dieren werd door DWHC materiaal naar CVI gestuurd voor diagnostiek op tularemie; bij elf ingezonden dieren werd de ziekte met laboratoriumonderzoek bevestigd. Waarschijnlijk is het totaal aantal hazen dat met tularemie besmet was veel hoger. Dit is voor Nederland een uitzonderlijke situatie, aangezien eerdere tularemie cases in Nederland incidentele gevallen betroffen.

Tularemie is een ziekte veroorzaakt door de bacterie Francisella tularensis. F. tularensis kan een groot aantal diersoorten infecteren, met name wilde fauna. Ook de mens kan geïnfecteerd worden en daarmee is F. tularensis een zoönose.

Eerdere gevallen tularemie in Nederland
In 2013 werd, na de start van onderzoek van hazen op tularemie door het Dutch Wildlife Health Centrum en Central Veterinary Institute, voor het eerst sinds decennia een positieve haas aangetroffen in Nederland en werd tularemie vastgesteld bij een patiënt die de infectie waarschijnlijk in dezelfde regio had opgelopen. In 2014 werden er meerdere Nederlandse gevallen van tularemie aangetoond, zowel bij hazen (2) als mensen (3).

Responsteam zoönosen
De uitbraak onder hazen begin 2015 was aanleiding om een responsteam zoönosen (RT-Z) bij elkaar te roepen. Aan het responsteam namen deskundigen deel uit verschillende disciplines (RIVM, GGD, CVI, GD, Faculteit Diergeneeskunde Universiteit van Utrecht, NVWA) om een goed onderbouwd advies te kunnen geven aan de overheid over eventueel te nemen maatregelen. De conclusie van het RT-Z was dat het risico van deze uitbraak voor de volksgezondheid als beperkt moest worden ingeschat. Naar de mate van verspreiding van tularemie in Friesland is tegelijk een initiatief gestart voor nader onderzoek. Uiteraard wordt ook mogelijke blootstelling van de mens aan de bacterie die tularemie veroorzaakt daarin meegenomen. Na de uitbraak begin 2015 verstrekten de GGD en het RIVM direct gerichte informatie aan huisartsen en ziekenhuisspecialisten om eventuele infecties bij mensen in een vroeg stadium te onderkennen.

Mogelijke rol muizen
Er wordt ook gekeken naar mogelijke bronnen en transmissieroutes van F. tularensis. Naast hazen vormen knaagdieren (vooral woelmuizen) een belangrijk reservoir van de bacterie. Sinds juni 2014 werd een toename van veldmuizen geconstateerd in Friesland, ook in het gebied waar het cluster van hazen van februari-mei 2015 is gevonden. De vraag was of veldmuizen een rol hebben kunnen spelen in de uitbraak van tularemie onder hazen in het getroffen gebied. Behalve onderzoek naar het voorkomen van F. tularensis onder muizen, is gekeken naar de aanwezigheid van deze bacterie in verschillende vectoren voor tularemie (onder andere teken en dazen), en in watermonsters. Over de resultaten van het onderzoek zal in de loop van 2016 worden bericht.

Overige bevindingen 2015
Behalve in het gebied rond Akkrum werd in maart 2015 ook tularemie vastgesteld bij een haas uit Zuid-Friesland en bij een haas in het oosten van Overijssel. In 2015 werd ook tularemie vastgesteld bij een patiënt uit het midden van het land; de infectiebron kon niet met zekerheid worden vastgesteld, maar het meest waarschijnlijk is dat dit is gebeurd via insectenbeten.

Al met al is intussen duidelijk dat tularemie vrij algemeen voorkomt in ons land. Meer informatie over de Nederlandse gevallen van tularemie, de ziekteverschijnselen bij dieren en de mogelijkheden voor diagnostiek kunt u vinden op onze website.