VSD+-SUMO berekent de ontwikkeling van vegetatie en bodem

Deze tool beschrijft de bodemprocessen en vegetatiegroei en kan de klimaatbestendigheid van vegetatie langs grote wateren berekenen op regionale en nationale schaal. Het laat zien hoe het milieu van een standplaats van een plantensoort zich ontwikkelt bij verschillende inrichtingsscenario’s. VSD+-SUMO kan ook worden ingezet bij natuurontwikkeling om varianten van beheer te evalueren. Gecombineerd met het Natuurtechnisch model (NTM) helpt deze tool de ecologische potentie van een gebied bepalen.

Het model berekent hoe de vegetatie en bodem zich in de tijd ontwikkelen onder invloed van langjarige effecten van veranderende nutriënten, stikstofneerslag en beheersmaatregelen. De bodemmodule VSD+ onderscheidt voor zeven bodemtypes belangrijke kenmerken waaronder zuurgraad, kalktoestand, nutriëntenhuishouding, bodemvocht en -temperatuur. De vegetatiemodule SUMO onderscheidt voor veertien vegetatietypen kenmerken als maximale groeisnelheid, benodigde nutriëntengehaltes en beheer. SUMO kan ook het beheer meenemen en de afvoer van biomassa en nutriënten door bijvoorbeeld kappen of maaien berekenen.

Bodem, vegetatie en stikstofneerslag

VSD+ en SUMO zijn volledig geïntegreerd en kunnen informatie uitwisselen en afstemmen, bijvoorbeeld de nutriëntenbeschikbaarheid en -opname en de strooiselproductie per jaar. In het model wordt ruimtelijke informatie ingevoerd als bodemtype, vegetatietype en atmosferische depositie, zoals stikstofneerslag. VSD+ haalt ook cijfers uit een hydrologisch model over de waterbalans, vochtgehaltes en temperatuur. Alterra werkt met KWR Water Recycle Institute en Deltares aan een gezamenlijke natuureffectmodule voor gelijksoortige toepassingen die ook door eindgebruikers toegepast kan worden.

Praktijk: De Baakse beek

Gridgroottes binnen dit model variëren van 250 bij 250 meter, totaan een fijnere ruimtelijke resolutie met cellen van 25 bij 25 meter voor regionale toepassing. Het model is gebruikt in een studie naar de Baakse beek. Daarvoor zijn de hydrologische gegevens uit het Actueel Model Instrument Gelderland Oost (AMIGO) gebruikt; grondwaterstand, vochtgehaltes, neerslag, kwel en verdamping. Vervolgens is de potentiële natuurwaarde berekend met VSD+-SUMO en NTM. Uit de berekeningen voor een scenario dat uitgaat van drogere zomers bleken er lagere natuurwaarden te verwachten doordat de grondwaterstand daalt. De nutriëntenbeschikbaarheid neemt toe, vanwege een grotere mineralisatie bij hogere temperaturen.