Project

Voortgang onderzoek effecten garnalenvisserij

Voortgang Project: Effecten van de garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden. Stand van zaken februari 2013.

In 2012 is in opdracht van het ministerie van Economisch Zaken en het Productschap Vis een onderzoek gestart naar de effecten van de garnalenvisserij in de Natura2000 gebieden. Doel van het onderzoek is om de effecten van de garnalenvisserij op het bodemleven te onderzoeken en de bijvangsten in kaart te brengen.

Bodemleven

Wat betreft het onderzoek naar effecten op de bodem wordt er inmiddels hard gewerkt aan het analyseren van alle benthosmonsters en de statistische analyses. Monsters genomen met de bodemschaaf (de grove fractie) zijn direct aan boord uitgezocht, maar boxcore monsters (de fijne fractie) worden pas later in het lab uitgezocht. Dat is een tijdrovende klus, elk monster neemt al gauw een dag in beslag. In totaal moeten er 120 boxcore monsters uitgezocht worden.

Bijvangst

Bijvangsten

Het onderzoek naar de bijvangsten door middel van het zelfbemonsteringsprogramma heeft in de winter een tijdje stilgelegen omdat er weinig gevist werd in Natura2000 gebieden. Zodra er weer gevist wordt gaat het bijvangst onderzoek verder. Het zelfbemonsteringsprogramma heeft een looptijd van twee jaar. Binnen het programma worden er minimaal 200 reizen en 400 trekken per jaar bemonsterd. Daarnaast willen we een goede verspreiding van de monsters over de beviste Natura 2000 gebieden. In 2012 hebben 24 garnalenschepen meegewerkt aan het zelfbemonsteringsprogramma. Dit zijn schepen verspreid over de Waddenzee en Noordzeekustzone: 7 schepen uit de oostelijke Waddenzee, 7 schepen uit de centrale Waddenzee, 7 schepen uit de westelijke Waddenzee en 3 schepen uit Zuid Nederland.

Controle door waarnemers

Ter controle op het zelfbemonsteringsprogramma zijn we in september in Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Noord-Holland) gestart met het waarnemersprogramma. Schepen van het ministerie van Economische Zaken nemen gemiddeld 4 keer per maand een monster aan boord van de schepen die meewerken aan het zelfbemonsteringsprogramma. De waarnemersreizen worden uitgevoerd door drie schepen van de WaddenUnit. Dit zijn de Krukel vanuit Lauwersoog, de Stormvogel vanuit Harlingen en de Phoca vanuit Texel/Den Oever.

Garnalenvisserij

Bijvangst onderzoek

Resultaten

In januari is er een bijeenkomst met de begeleidingscommissie (bestaande uit vertegenwoordigers van de sector, de wetenschap, het ministerie en NGO’s) geweest waarin enkele eerste resultaten zijn besproken. In de loop van het voorjaar zal een tussenrapportage gemaakt worden waarin alle resultaten tot dan toe aan bod komen. Deze resultaten worden pas met de buitenwereld gecommuniceerd als we helemaal klaar zijn met de analyses. Dit omdat we uiterst zorgvuldig met de resultaten willen omgaan en willen voorkomen dat voorlopige tussenresultaten een eigen leven gaan leiden. Ondertussen wordt ook door MARIN met behulp van AID en radar geanalyseerd of de gesloten gebieden die in het onderzoek naar de bodem gebruikt worden daadwerkelijk niet bevist zijn. Naar aanleiding van deze bevindingen wordt besloten wat er in 2013 aan veldwerk gedaan zal worden.

In de loop van 2013 zal de passende beoordeling geschreven worden die de onderbouwing moet vormen voor de nieuwe vergunning ronde. De resultaten die op tijd beschikbaar zijn, kunnen daarin meegenomen worden.