We moeten meer luisteren naar de maatschappij

‘We moeten meer luisteren naar de maatschappij’

Signalen uit de samenleving opvangen, de dialoog organiseren en samen voor maatschappelijke impact zorgen. Dát is volgens Judith Westerink de kracht van de Wetenschapswinkel. ‘De Wetenschapswinkel verdient het om op een voetstuk geplaatst te worden.'

De lange reeks onderzoeken geeft blijk van de langjarige bijdrage van Judith Westerink, onderzoeker van Wageningen Environmental Research aan de Wetenschapswinkel. ‘Van de onderzoeken waaraan ik werk zijn er bijna altijd wel één of twee onderzoeken van de Wetenschapswinkel’, zegt zij. ‘Daar werk ik altijd met veel plezier aan, omdat het altijd om onderwerpen gaat die écht bij mensen spelen. En vergis je niet: opdrachtgevers zijn vaak zeer professionele, hoogopgeleide mensen met een groot netwerk. Zij schakelen ons in om wetenschappelijke kennis in te brengen en de dialoog op gang te brengen.’

Voor de troepen uit

De taak van de Wetenschapswinkel: wetenschappelijk onderzoek toegankelijk maken voor maatschappelijke organisaties, vindt zij van vitaal belang: ‘Dankzij de Wetenschapswinkel kunnen allerlei maatschappelijke groeperingen gebruikmaken van wetenschappelijke kennis waartoe zij anders geen toegang hebben. Zij hebben normaal gesproken niet de middelen om onderzoek te financieren. Maar ze zijn wel enorm belangrijk, omdat ze vaak discussies aanzwengelen die in de maatschappij leven. Ze lopen voor de troepen uit. Een goed voorbeeld vind ik een project van de Wetenschapswinkel in Eemland, dat heeft geleid tot de oprichting van een grondgebruikersbank. De deelnemende boeren zijn daar tot op de dag van vandaag trots op. Grond als instrument om natuurvriendelijke landbouw te stimuleren, is nu steeds meer in beeld. Natuurorganisaties zijn zover dat ze er iets mee willen, het begint op de maatschappelijke agenda te komen. Terwijl dit project in Eemland al in 2009 speelde.’

Met in plaats van naast elkaar

Voor maatschappelijke impact zorgen, is ook een kwestie van organiseren. Ook dat is de rol van de Wetenschapswinkel, zegt Westerink: ‘Zo hebben we in opdracht van de Stichting Beschermers Amstelland onderzoek gedaan naar de toekomstkansen van Amstelland, het open weidegebied ten zuiden van Amsterdam. Boeren zijn cruciaal om het gebied open te houden en kostbare natuur te beschermen. Maar hun concurrentiepositie laat te wensen over, mede omdat de grond duur is en de weilanden door de natte omstandigheden niet erg productief zijn. Ons onderzoek ging over het organiseren van samenwerking tussen gebruikers en producenten van het landschap, om de boeren mee te laten profiteren van recreatie en toerisme. Wij hebben voor het onderzoek een brede begeleidingscommissie samengesteld met vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam, natuurbeschermers, boeren en horeca- en recreatieondernemers. Daar is structureel overlegplatform uit voortgekomen, wat heeft geleid tot diverse vervolginitiatieven. De verschillende actoren werken nu veel meer met elkaar in plaats van naast elkaar.’

Maatschappij als geheel

De Wetenschapswinkel ontvangt veel onderzoeksaanvragen van maatschappelijke organisaties. Lang niet alle vragen worden gehonoreerd. Westerink: ‘Er wordt eerst een verkenning uitgevoerd, waarin we de bredere relevantie van het onderwerp in kaart brengen. Soms blijkt dat de aanvrager nauwelijks een achterban heeft. Dan kun je leuk onderzoek gaan doen, maar het leidt dan tot een rapport waar niemand iets mee doet. Bedenk wel dat het gaat om publiek geld. Geld dat besteed moet worden aan onderzoek dat de maatschappij als geheel ten goede komt en niet alleen de belangen van de aanvrager dient.’

De herontwikkeling van het park rond een voormalig klooster in Oirschot is volgens Westerink een schoolvoorbeeld van een onderwerp met een brede maatschappelijke relevantie: ‘De gemeente wilde het complex ombouwen tot een zorgcentrum met een openbaar toegankelijk park, maar het ontwerp stuitte op veel verzet. Een student van de Leerstoelgroep Landschapsarchitectuur heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de natuurhistorische en cultuurhistorische waarden van het park en heeft vervolgens een nieuw ontwerp gemaakt. Dit plan viel zo goed dat het voor het grootste deel is overgenomen.’ 

‘De Wetenschapswinkel maakt het mogelijk dat maatschappelijke groeperingen gebruikmaken van wetenschappelijke kennis waartoe zij anders geen toegang hebben.’
Dr. ir. Judith Westerink, onderzoeker Wageningen Environmental Research

Flinke discussie gevoed

Dit soort onderzoeken raken volgens Westerink de kern van waar het in Wageningen om zou moeten gaan: maatschappelijke signalen opvangen, de dialoog organiseren en samen voor maatschappelijke impact zorgen. ‘Het werk van de Wetenschapswinkel past naadloos in het strategisch plan van het College van Bestuur. Ik signaleer echter dat er andere prioriteiten zijn. Kort door de bocht: innovaties ondersteunen die de wereld moeten redden, waarbij wij vanuit Wageningen vertellen hoe het zit. Ik vind dat wij veel meer moeten luisteren naar de maatschappij: wat zijn de zorgen en de vragen die daar leven ten aanzien van landschap, natuur en leefomgeving? Neem het onderzoek naar een economische basis voor mergellandschapen als begrazers in het Zuid-Limburgse Gulpdal. Zo’n kudde vertegenwoordigt een cultuurhistorische en natuurhistorische waarde waar iedereen baat bij heeft: toeristen, natuurliefhebbers, horecabedrijven en bewoners. Tegelijkertijd staat de subsidie onder druk. Ons onderzoek heeft echt een flinke maatschappelijke discussie gevoed. Zonder dat onderzoek waren signalen uit de samenleving niet opgepikt en was die discussie uitgebleven. Precies daarom voer ik zo graag onderzoeken namens de Wetenschapswinkel uit.’

Van grote waarde

Ze vindt dat de coördinatoren en projectleiders van de Wetenschapswinkel zeer actief zijn om de projecten intern én extern op de kaart te zetten. Maar ze herhaalt dat de Wetenschapswinkel nog meer aandacht verdient vanuit het bestuurscentrum. ‘We krijgen als Wageningen University & Research veel kritiek over ons heen. Zo zouden we niet objectief zijn omdat we ook voor het bedrijfsleven werken. Het werk van de Wetenschapswinkel biedt ons juist mogelijkheden om wat meer balans te brengen in het beeld dat onze omgeving van ons heeft. De Wetenschapswinkel verdient het om op een voetstuk geplaatst te worden.’

Zelf doet ze wat ze kan om ambassadeur van de Wetenschapswinkel op te treden. ‘Veel projecten die ik doen gaan over landschapsbeheer, natuurbeheer en de rol van boeren daarbij. Dan vent ik de ervaringen met een project als de Grondgebruikersbank in Eemland dankbaar uit. Voor mij als onderzoeker is mijn werk voor de Wetenschapswinkel van grote waarde.’

Als ze haakjes ziet voor mogelijke vervolgopdrachten, gebruikt ze die. Tenminste: als ze daarvoor de tijd heeft. ‘Ik probeer bijvoorbeeld altijd contact te houden met opdrachtgevers nadat het onderzoek is afgelopen. Even bijpraten en bespreken of er vervolgvragen leven. Vaak leidt het een tot het ander. Ik zou mijn acquisitierol graag wat meer willen oppakken, maar ik kom een beetje om in het werk en daarom ontbreekt het me gewoon aan tijd.’