Een bundel ballonnen die gezien het patroon van scheuren, deels in de hoge atmosfeer zijn geexplodeerd, terwijl de rest vrijwel onveranderd naar beneden is gekomen.

Wetenschappelijk onderzoek naar afbreekbaarheid en schadelijkheid van ballon-latex

Er is verrassend weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar de afbreekbaarheid en eventuele schadelijkheid van latex ballonnen in de natuur.

Foto: Een bundel ballonnen die gezien het patroon van scheuren, deels in de hoge atmosfeer zijn geexplodeerd, terwijl de rest vrijwel onveranderd naar beneden is gekomen.

Rapport van de industrie

Een geregeld als ’wetenschappelijk’ aangehaald oud rapport is dat van:

Dit betreft een studie van de industrie zelf. Betoogd wordt dat latex ballonnen bijna allemaal hoog in de atmosfeer door koude en overdruk in kleine stukjes exploderen, en dat de afbraak van die kleine stukjes op aarde net zo snel zou gaan als eikenbladeren en ‘dus’ geen gevaar vormt. De eikenblad vergelijking wordt erbij gehaald, omdat in testen na 6 weken slechts een gewichtsverlies van enkele procenten van het rubber kon worden aangetoond. Eikenbladeren verteren ook niet echt snel!

Rapport over eten van latex door dieren

Een recente rapportage die veel wordt aangehaald omdat het ‘onschadelijkheid’ zou aantonen bij eten van latex door dieren, betreft:

Het eerste hoofdstuk uit deze studie bestrijdt de conclusies van Burchette. Slechts 12% van opgelaten ballonnen brak in kleine stukjes, en 81% kwam als grote stukken met minstens de helft van de oorspronkelijke rubbermassa naar beneden. De vraag ‘hoe groot’ de stukjes zijn die naar beneden komen, is overigens weinig relevant: verschillende formaten hebben hoogstens verschillende effecten of treffen andere diersoorten. Experimenten van Irwin lieten zien dat aan lucht blootgestelde latex na 8-10 weken stijf en breekbaar werd maar niet verdween. In water behield latex ruim 5 maanden elastische vorm en daarmee het risico op vergissingen door dieren.

Het tweede hoofdstuk van Irwin wordt wel aangehaald als “bewijs” dat het eten van latex rubber voor dieren geen schadelijke gevolgen heeft. Een Utrechts VVD raadslid zag daarin zelfs aanleiding om demonstratief een klein stukje van een CDA ballon op te eten. Een dergelijke  actie heeft geen enkele wetenschappelijke betekenis.

Het rapport van Irwin toont overigens geenzins onschadelijkheid aan. Slechts vier weken werd met kwartels, vis en zoetwaterschildpadden geexperimenteerd. De experimenten hadden géén controles (dieren die géén rubber in hun eten kregen), een wetenschappelijke doodzonde. Uit de resultaten is onduidelijk hoeveel rubber door verschillende individuen echt werd opgegeten. Mogelijk nadelige effecten werden gemeten aan stresshormonen, zonder dat duidelijk is hoe gegeten plastics tot meetbare stress zouden kunnen leiden. Effecten werden ook bekeken op basis van gewichtsontwikkeling waarbij gemiddeld gewicht soms toenam (kwartels en vis) of geen duidelijke afname vertoonde over de volle periode. Echter, alle beesten verkeerden nog in een groeistadium en kregen onbeperkt hoogwaardig voedsel voorgezet, dus dan is het verloop in lichaamsgewicht geen beste maatstaf voor effecten. Maar in de maag en darmen van 20% van de schildpadden werd na afloop van het experiment ophoping van onverteerd ballonrubber aangetroffen, met ook lagere gemiddeld lichaams-gewicht in de laatste weken. De suggestie van verstopping van het maagdarm kanaal en het begin van onvoldoende voedsel-opname dringt zich daarmee op, maar het experiment is te kort durend.  De auteur ziet dat zelf ook wel in, en houdt in zijn conclusie vele slagen om de arm: “Results of this study suggest that consumption of latex balloon fragments may not pose a threat to many wildlife species” Vertaald staat daar dus:  Resultaten ‘SUGGEREREN’ dat het eten van FRAGMENTEN van latex MOGELIJK GEEN BEDREIGING vormt voor VEEL wilde diersoorten.

Kortom, de interpretatie van dit rapport als ‘géén bewijs voor negatieve effecten’ is niet correct. Misschien daarom dat dit universitaire verslag nog niet wetenschappelijk is gepubliceerd, hoewel dat wel in de bedoeling lag van de auteur. Hoe dan ook, dit onderzoek was ongeschikt om effecten te kunnen aantonen. Het is dan ook dubbel ontoelaatbaar om de studie te gebruiken voor een ‘omgedraaide’ conclusie in de zin van ‘er is dus geen effect’.

Onderzoek door Wageningen Marine Research

Het onderzoek van Wageningen Marine Research aan plastics in de maaginhouden van stormvogels registreert niet specifiek per maag de aanwezigheid van balloon rubber. Vaak zijn rubber-resten daarvoor onvoldoende herkenbaar als afkomstig van een ballon. Ook andere rubbers zwerven door de natuur. Alleen in duidelijke gevallen wordt onder de notities vermeld dat er ‘ballon rubber’ was aangetroffen (zie foto’s en filmpje voor voorbeelden). Bij zo’n twee procent van de onderzochte magen van stormvogels is dat het geval. Daar houden de wetenschappelijke feiten helaas op. Wat de precieze gevolgen zijn of hoe dat bij andere diersoorten zit, weten we gewoon niet.  Er rest dan slechts de ‘niet wetenschappelijke’ afweging of het plezier van een latex ballon oplating opweegt tegen een paar procent van dood gevonden dieren met ballonresten in de maag.