Inspirerende mensen @WUR: Albert van Dijk

Wageningen University & Research gelooft dat inclusiviteit bijdraagt aan beter onderzoek en onderwijs. Daarom streven we naar een organisatie waarin iedereen zich veilig en welkom voelt. Bij WUR willen we dat ieder talent zich thuis voelt en gelijke kansen krijgt. Om dit te bereiken heeft WUR zich de laatste jaren actief ingezet voor zaken als (gender)inclusiviteit en diversiteit.

Wordt deze wens al werkelijkheid? En is er ruimte voor verbetering? Albert van Dijk, sinds kort hoogleraar Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer bij de Environmental Sciences Group, reageert in dit interview op stellingen en vragen over diversiteit en inclusie.

"Laat ik vooropstellen dat ik aarzelde toen je me wilde interviewen voor deze serie, als witte Nederlandse man van middelbare leeftijd op een bevoorrechte positie", vertelt Van Dijk. "Ik heb deels bewust, deels onbewust flink geprofiteerd van het huidige systeem. Maar dat brengt ook verantwoordelijkheden mee, zoals extra hard nadenken of je als organisatie wel goed bezig bent en je uitspreken als je iets ziet. Daarnaast ben ik sinds september 2021 voor het eerst in dienst bij WUR en heb hiervoor zeventien jaar in Australië gewoond en gewerkt. Mijn vrouw is Australische en zo maak ik van dichtbij ook de ervaring mee van een buitenstaander in de Nederlandse samenleving. Misschien kijk je dan weer net iets anders tegen de zaken aan. Ik heb daar er ook een heel goed gesprek over gehad met Eva Siebelink (Projectleider Diversity & Gender bij Concernstaf). Dus brand los met je vragen."

Stelling: WUR is een inclusieve organisatie, waarbij iedereen zich veilig en welkom voelt. Iedereen kan zichzelf zijn binnen WUR.

Vraag: Voel jij je welkom op de campus?
Jazeker, ik ben terechtgekomen in een hele open en collegiale groep. Heel bijzonder; tijdens de sollicitatieprocedure werd ik uitgenodigd voor een aantal boswandelingen met groepsleden. Dat was een unieke gelegenheid om kennis te maken – voor hen, maar ook voor mij. De groep was zich er kennelijk van bewust dat een interne kandidaat of alumnus een voorsprong heeft ten opzichte van iemand die de organisatie nog niet goed kent. Ze hadden zelf het initiatief genomen. Ik vond dat echt super. Dat is in mijn ogen heel belangrijk; evenwichtig met verschillen om proberen te gaan en niet automatisch de bekende weg kiezen.

WUR kan een grotere rol spelen bij het repareren van de leaky pipeline

Wat zijn de zaken die jou het meest zijn opgevallen op het vlak van D&I in de maanden dat je bij WUR werkt? Het aanstellen van buitenlands talent wordt terecht aangemoedigd binnen WUR, maar naar mijn mening moeten we ze véél meer ondersteuning bieden. Je moet niet te makkelijk denken over de impact dat het verlaten van huis en haard heeft op iemands leven, helemaal als ze familie meebrengen. Je verliest je hele sociale netwerk en moet in vele opzichten helemaal opnieuw beginnen in een land waar je de taal en mores niet kent. Dat ervaren wij gedeeltelijk zelf ook. Ik bespeur soms een wat niet-betrokken, zakelijke insteek: gelijke monniken gelijke kappen, of ‘het was toch je eigen keuze? Dan moet je het ook maar zelf oplossen’. Je kunt zo’n houding aannemen, maar dan zul je als universiteit niet lang internationaal toonaangevend meer blijven.

Iets vergelijkbaars geldt er voor de verhouding van mannen en vrouwen op de werkvloer. Er zijn keiharde cijfers over de leaky pipeline - het verschijnsel dat naarmate de carrière vordert er steeds meer vrouwen afhaken, al helemaal bij WUR. Toch wordt dit niet als een urgent probleem ervaren, lijkt het. Dan ontstaat er een eenzijdige bovenlaag van mensen zoals ik, en dat is niet best voor een organisatie. Leaky pipelines zijn er ook op ander vlak, bijvoorbeeld mensen van niet-Nederlandse afkomst en introverte personen, om maar wat te noemen. Dat soort problemen kun je als individu niet oplossen. Een organisatie moet er actief aandacht voor hebben en beleid uitvoeren om die pijplijn te repareren. WUR moet daar zelf een actievere rol bij spelen.

Vraag: Zijn er grote verschillen tussen Nederland en het buitenland in jouw ogen?
Australië staat bekend als aartsconservatief, en Nederland als sociaal progressief, denk maar aan drugs, prostitutie en euthanasie. Maar het is niet zo zwart-wit. Nederlanders zijn allang niet meer zo tolerant en vooruitstrevend als ze zelf denken. Bovendien, wie wil er nu alleen ‘getolereerd’ worden? In de discussie over anders zijn - bijvoorbeeld anders geaard zijn - zegt een Nederlander vaak: ‘prima hoor, als ik er maar geen last van heb’. Dan kun je dus niet jezelf zijn.

Of er in die zeventien jaar veel veranderd is in Nederland? Soms heb ik het gevoel dat er té weinig is veranderd. Sommige houdingen zijn zelfs achteruitgegaan, bijvoorbeeld ten opzichte van migranten en moslims. Dat zoveel meer vrouwen in deeltijd werken is een bijzonder Nederlands verschijnsel. Dat pakt slecht uit voor het aantal vrouwen in topfuncties, Nederland bungelt daarbij onderaan de Europese lijstjes. Als leerstoelgroep kun je wel wat dingen aanpakken. Door de selectiecommissie voor nieuwe posities evenwichtig samen te stellen, bijvoorbeeld. Of door onbewuste vooroordelen bewust te maken. Maar we hebben geen invloed op arbeidsregelingen, bijvoorbeeld ouderschapsverlof of kinderopvang op locatie, om maar wat te noemen.

Gezien de beroerde man/vrouw verhouding in Nederland, zou je denken dat dit meer aandacht zou krijgen. Daarin heeft Australië eigenlijk een meer nadenkende en proactieve houding vind ik, tenminste in de organisaties waar ik heb gewerkt. Misschien speelt er een zekere zelfgenoegzaamheid. Ik snap dat ergens wel, WUR doet het immers erg goed in de academische ranglijsten en bij beoordeling door studenten, maar dat betekent niet dat álles goed gaat en zal blijven gaan. Je moet oppassen voor arrogantie en luiheid.

We moeten anders omgaan met onze vrouwelijke rolmodellen

Hoe kunnen we binnen WUR ongelijke kansen verkleinen volgens jou?
Er liggen nog veel mogelijkheden. Bijvoorbeeld door zorgvuldiger met rekrutering om te gaan. Door te accepteren dat familiezaken óók personeelszaken zijn, die worden nu te veel als gescheiden gezien. Door exitgesprekken te voeren om erachter te komen of mensen zich hier misschien niet thuis voelden. Soms is vertrek een positieve keuze, maar als dat niet zo is dan moet je daar tenminste van leren. Ik weet niet of verplichte quota voor vrouwen zouden helpen. Het klinkt als symptoombestrijding met een paardenmiddel, maar misschien is het wel nodig. Ik zie wel dat er erg veel gevraagd wordt van onze weinige vrouwelijke rolmodellen. Die moeten daardoor overal opdraven voor het evenwicht. Dat kost ze veel tijd en kan ze tegenwerken in hun eigen ambities. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Stelling: WUR is een diverse organisatie, dus het maakt niet uit van wie je houdt, welke taal je spreekt, waar je geboren bent of waar je in gelooft.

Vraag: Waar liggen de kansen op dit vlak voor WUR?
Daar is weer dat verschil tussen tolerantie en acceptatie. Het is ook lastig, sociale cohesie en inclusiviteit zijn soms moeilijk te combineren. Het is leuk om na veldwerk of na een excursie met elkaar een biertje te gaan drinken. Dat is gezellig, maar als bijvoorbeeld moslim voel je je misschien net zo buitengesloten als een vegetariër op een barbeque. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk samen leuke dingen blijven doen. Qua taal lijkt het makkelijker: WUR wil een Engelssprekende universiteit zijn.

Maar dat is nog niet altijd zo. Als niet-Nederlands-sprekende mis je de conversatie bij de koffieautomaat en de communicatie met de ondersteunende diensten is soms moeizaam. Ook op dat vlak is nog genoeg te winnen. Het maakt ook zeker uit waar je geboren bent. Nederland is geen immigratieland. Australië, VS en Canada zijn dat wel; de meerderheid van de mensen is van buitenlandse afkomst, of het nu eerste, tweede of derde generatie is. Niemand verbaast zich over een vreemde achternaam. Je bent Australiër én Griek, of Amerikaan én Indiër. Dat is de dynamiek van een immigratieland.

In Nederland heb je je aan te passen. Er zijn veel ongeschreven en onuitgesproken verwachtingen, die je niet kent als buitenlander. Dat ervaart mijn vrouw ook regelmatig: Nederlanders zijn er dikwijls als de kippen bij om je terecht te wijzen als je iets niet precies goed doet. Dat geeft je het vervreemde gevoel dat je voor altijd buitenstaander zult blijven.

Stelling: Bij WUR voelt elk talent zich thuis en krijgt dezelfde carrièrekansen aangeboden.

Vraag: Zijn er voldoende carrièrekansen? Hoe wordt er omgegaan met talent?
In theorie kan iedereen een onderzoeksvoorstel indienen of ergens op solliciteren. Maar of daar gelijk mee omgegaan wordt? Daar is moeilijk achter te komen. We hebben allemaal onbewuste vooroordelen en die spelen een rol. Daar zullen we nooit helemaal vanaf komen, daar zijn we te intuitief voor. Maar dat is wel de stip op de horizon waar we op ons moeten richten. WUR is een unieke universiteit met een unieke manier van denken. Dat is positief, maar je moet dan beducht zijn voor groepsdenken. Als je op een bepaalde manier opgeleid wordt, kun je blijven denken op die bepaalde manier, zeker als je nooit iets anders hoort. Dat leidt tot navelstaren en het vasthouden van je ‘eigen kweek’, terwijl je talenten én de universiteit zelf meer gebaat zijn bij uitwisseling van talent. Je moet geen slachtoffer worden van je eigen succes. Talent kan zich ook elders heus goed ontwikkelen en het aantrekken van extern talent zorgt ervoor dat je meer diversiteit in ideeën krijgt.

Word geen slachtoffer van je eigen succes; pas op voor groepsdenken

Vraag: Hoe zorg jij ervoor dat je geïnspireerd en gemotiveerd aan het werk blijft?
Ik vind het praten over dit soort zaken al heel inspirerend. Je indrukken toetsen aan anderen is altijd goed. Ik vind het heel motiverend om te werken met getalenteerde mensen met veel goede ideeën en die zijn hier meer dan genoeg. Als je zelf ouder wordt, worden je eigen ideeën soms ook minder goed, en zie je dat anderen eigenlijk ook hele goede ideeën hebben. Soms zelfs nóg beter dan die van jezelf (lacht).

Vraag: Wat zijn je plannen voor over tien jaar?
Zie je je dan nog binnen WUR werken? Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Dat zie ik over tien jaar wel. Zolang mogelijk mensen vasthouden moet geen doel op zich zijn, en zolang mogelijk ergens blijven werken evenmin. Als je langer ergens werkt, bouw je iets op en voel je je meer thuis in de organisatie, maar zie je ook steeds dezelfde problemen terugkeren. Dat kan op den duur heel frustrerend zijn. Het is zoeken naar de juiste balans tussen dat comfort en die frustratie. Het geheim is misschien dat er ook veel nieuwe positieve uitdagingen blijven. Dus stel me die vraag over tien jaar nog maar eens.