Blogpost

BLOG - Gemeentelijk groen: zet in op groeien in plaats van snoeien

Gepubliceerd op
17 maart 2014

Groen in en om de stad is geen vooraanstaand issue in de debatten en campagnes die met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen worden gevoerd. Behalve dat mountainbikers, ruiters en watersporters van zich hebben laten horen in hun zorg over de mate waarin ze plezierig en veilig hun sportieve hobby kunnen blijven uitoefenen, is het opvallend stil. Dat is eigenlijk raar. Ook merkwaardig is dat beheer en onderhoud van het gemeentelijk groen en de groene productieruimte vaak als een sluitpost van de gemeentelijke begroting worden gezien. Groenvoorziening en natuurbeheer gelden dan als gemakkelijke doelwitten om getroffen te worden door gemeentelijke bezuinigingen. De inzet is gericht op het snoeien van groen.

Vreemd, want er zijn goede redenen om groen te koesteren. Het is niet alleen van waarde als het gaat om het tegengaan van vervuiling en verloedering of om het opwekken van gevoelens van veiligheid en welbehagen. De groene ruimte draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving door het zuiveren van de lucht, door de berging van overtollig water of het tegengaan van hittestress. Economische waarde is eveneens aan een groene omgeving toe te schrijven. Bijvoorbeeld doordat de waarde(vastheid) van onroerend goed wordt versterkt als er groen in en om het huis is in de vorm van plantsoen en park, boom en bosschage. Kortom, een lommerrijke straat of omgeving doet meer met een mens en diens welbevinden dan een straat of stad met louter lantaarnpalen.        

Wanneer niet snoeien maar groeien het credo is, dan is het de uitdaging om bedrijven en burgers te stimuleren een impuls te geven aan ‘groene groei’. Het LEI helpt bij het zoeken naar slimme oplossingen om de potentie van de groene ruimte te verzilveren (Publicatie 'Verzilveren Helders Erfgoed). Om in tijden van financiële krapte ruimte te geven aan groen is het belangrijk dat meerdere diensten in het groen met elkaar worden gecombineerd. De marktkansen voor individuele verdienmogelijkheden zijn beperkt, terwijl eendracht marktmacht maakt: een wellnesscentrum in het buitengebied vraagt om goede infrastructurele ontsluiting en krijgt er een dimensie bij als er bijvoorbeeld ook aantrekkelijk en opgeknapt cultureel erfgoed in de buurt is of leuke picknick- of recreatiemogelijkheden voor dagbesteding.

Om economische en maatschappelijke meerwaarde te creëren, is het juist belangrijk groen niet als kostenpost en sluitstuk te kwalificeren. Wat extra aandacht krijgt groeit, en dat geldt ook voor groene groei. Om met de groene ruimte financieel en maatschappelijk rendement te halen, is het zaak ruimte te geven aan de combinatie van mogelijkheden en gezamenlijke activiteiten. Het advies aan gemeentebesturen is het groen in en om de stad niet af te danken of in te perken, maar aantrekkelijke condities te realiseren voor bedrijvigheid in het buitengebied en groene burgerparticipatie.

LEI-onderzoekers helpen gemeenten graag geïnteresseerde stakeholders bijeen te brengen en de totstandkoming van een gezamenlijk verdienmodel te faciliteren (publicatie 'Bedrijven InvesteringsZone'). Het LEI rekent ook de financiële haalbaarheid van en opbrengsten uit verdienmodellen door. Menselijke energie en economisch rendement zijn van vitaal belang voor groenbeleid gericht op groei.

De veelheid aan taken die de gemeenten erbij krijgen en de bezuinigingen waarmee ze geconfronteerd worden, geven eerder reden om dergelijk nieuw groenbeleid voortvarend op te pakken dan er vanaf te zien. Het LEI nodigt de (nieuwgekozen) gemeentepolitici na 19 maart uit om met elkaar nader invulling te geven aan een gedragen groeibeleid voor de groene ruimte.