Blogpost

BLOG - Schilderachtig landschap kan geld waard zijn

Gepubliceerd op
24 februari 2014

Er is vanuit de milieueconomie nog te weinig aandacht voor de cultuurhistorische waarde van het landschap. De agrarische sector is een belangrijke drager van ons landschap. Zolang de landbouw bestaat is zij bepalend geweest voor de visuele beleving van het buitengebied. Als we het cultuurhistorische belang niet meenemen, onderschatten we de werkelijke waarde van het buitengebied. Om deze waarde van landschap integraal te kunnen afwegen, heeft het LEI een afwegingsmodel ontwikkeld: de Maatschappelijke Kosten-baten Analyse (MKBA).

Paul Gabriel, Watermolen in polder van de Leidse Dam, 1884, collectie van het Dordrechts en het huidige uitzicht.

Kenmerkend voor de MKBA is dat in principe alle effecten van ontwikkelingen of ingrepen in het landelijk gebied in termen van kosten en baten worden uitgedrukt. Met de MKBA kan bepaald  worden wat we als maatschappij – agrariërs, omwonenden, recreanten, natuurliefhebbers, et cetera – er qua welvaart op voor -of achteruitgaan bij ontwikkelingen of ingrepen in het landelijk gebied.

Als LEI hebben we decennialang een grote expertise opgebouwd op het terrein van landbouweconomie. Sinds enkele jaren is daar onder andere expertise over de economische waardering van natuur –en landschap bijgekomen. Zo voert het LEI op aanbeveling van het Centraal Planbureau een grootschalige economische waarderingsstudie uit naar de baten van investeren in landschap in een drietal gebieden. Voorafgaand aan de landschapsinvesteringen zijn daartoe duizenden data verzameld van bezoekers en omwonden om een nulmeting uit te voeren. Zodra de landschapsinvesteringen zijn voltooid, vindt de effectmeting plaats.  Hiermee wordt bepaald wat het effect van de landschapsinvesteringen is op recreatiebeleving en woongenot. Nooit eerder heeft een dergelijk grootschalig landschapswaarderingsonderzoek plaatsgehad. Daarmee zal het LEI beschikken over unieke economische data over het agrarisch landschap.

Ons onderzoek naar landschapswaardering eindigt daar echter niet mee. De waardering van natuur en landschap is namelijk niet statisch, maar maakt een ontwikkeling door. Het aandeel van publieke baten blijkt daarin steeds meer toe te nemen; daar waar landbouwgebieden in het verleden voornamelijk een productiefunctie hadden is nu veel meer aandacht voor baten als recreatie, woongenot en biodiversiteit. Volgens het Centraal Planbureau zouden cultuurhistorische waarden tezamen met natuurwaarden wel eens doorslaggevende batenposten kunnen zijn van het agrarische landschap in het Groene Hart. Deze baat heeft betrekking op het eeuwenoude cultuurlandschap van polders en boerderijen. Echter, niet alleen het feit dat wij vandaag de dag dit landschap kunnen beleven heeft waarde, ook het feit dat onze landschappen al eeuwenlang door schilders op het doek zijn vastgelegd voegt een extra laag toe aan het landschap. Dit versterkt bijvoorbeeld de regionale identiteit. De schilderachtigheid van ons landschap hebben we nog niet in euro’s uitgedrukt, maar dat dit het Nederlandse landschap een extra dimensie geeft blijkt wel al uit een net gepubliceerd artikel.

Het LEI zal haar expertise over landschapswaardering de komende jaren verder uitbreiden, zodat de vele baten die ons agrarisch landschap herbergt de plek krijgen die ze verdienen. 


Re:ageer