Blogpost

Boeren-economen moeten de boeken in

Gepubliceerd op
12 augustus 2014

In de zomervakantie slaan veel lezers weer een voorraadje boeken in. Daarmee betaalt u ook voor boeken die u niet koopt: elke papieren uitgave van een Nederlands of Friestalig boek kent een vaste adviesprijs voor de detailhandel. Die maatregel verzekert de boekenbranche van een hoge marge per verkocht papieren boek, met als doel een kruissubsidie naar andere uitgaven om vele literaire bloemen te (kunnen) laten bloeien.

Recent pleitte de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor afschaffing van de Wet op de Vaste Boekenprijs. Ook de Raad voor Cultuur is voor afschaffing van de wet over vier jaar, tenzij voor die tijd de doelmatigheid van het instrument is aangetoond. De Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB) slaat terug en stelt dat de vaste boekenprijs heeft geleid tot “een blijvend pluriform aanbod, ook in het literair-culturele segment”. De KVB stelt dat uitgevers de vaste boekenprijs nodig hebben om commercieel minder aantrekkelijke titels te publiceren. De vaste boekenprijs houdt volgens de KVB ook fysieke boekhandels op de been, die een culturele functie hebben.

Landbouweconomen komt de discussie bekend voor, de boekenbranche zou ze eens moeten raadplegen. Ook bij boeren is er sprake van het produceren van een aantal publieke goederen zoals biodiversiteit en behoud van landschap. Zo lijken de boeren, die streekproducten produceren waar een relatief bescheiden vraag voor is, op de weinig gelezen dichters. Friese nagelkaas is zodoende verwant aan de Friese dichtbundel. Boekhandels kunnen gezien worden als de boerenmarkt, waar advies van een deskundige verkoper wordt gegeven. Hiervoor is geen vaste boekenprijs nodig; streekproducten kosten vaak iets meer en de markt doet zijn werk. De schrijver of zijn agent moet dan wel de boer op.

Net als boeren doen ook boekhandels steeds meer aan verbreding. Een groeiend aantal boekhandels schenken koffie, soms in een eigen café. Ze bieden schrijvers een podium om hun werk onder de aandacht te brengen. Dergelijke verbredende activiteiten zijn weliswaar geen vetpot - voor de landbouw noch de boekhandel - maar het kan vooral kleinere bedrijven helpen om net wat extra’s te verdienen – naast het plezier dat de verbredende activiteiten voor de ondernemer opleveren. Ook hier is geen vaste boekenprijs nodig.

De laatste analogie: die tussen “culturele diversiteit”, die de boekenbranche zegt te bevorderen, en de biodiversiteit in de landbouw. In de landbouw hebben we geleerd om met doelgerichte betalingen te werken, en niet met een vaste (wat hogere) prijs voor landbouwproducten. Hiervoor is een inventarisatie nodig van het publieke goed in kwestie. In de landbouw is dit nauwkeurig vastgesteld: de boer kan kiezen voor bloemen- of bijenranden langs de akkers en/of broedende vogels en hiervoor een bepaald subsidiebedrag krijgen. Natuurwaardering is al goed ingebed en een reeks van geijkte methodes is beschikbaar. Cultuurwaardering staat echter nog in de kinderschoenen. Kortom, de boekenbranche kan leren van de landbouw. En de landbouw kan illustreren dat er meer sectoren zijn waar de vrije markt ook nadelen kan hebben. Misschien moeten wij boeren-economen de boeken in.