Blogpost

Column - Grond, een hot issue

Gepubliceerd op
28 juli 2014

Grond is schaars in Nederland. Dat is geen nieuw feit. We zien echter ontwikkelingen rond grond die nadelige effecten hebben op het aanbod van grond en op de bodemkwaliteit, met nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering (financieel en technisch) van agrarische bedrijven.

In het verstedelijkte en dichtbevolkte Nederland van vandaag wordt nog altijd twee derde van de totale grondoppervlakte (exclusief water) door de landbouw gebruikt. Grazend vee, kassencomplexen, bloeiende bollenvelden, boomgaarden vol fruit, akkers vol groenten of percelen met snijmaïs vullen en kleuren het Nederlandse landschap anno nu. Ondanks de omvang van het areaal is goede landbouwgrond de meest schaarse productiefactor in de agrarische sector. De oplopende schaarste van grond in de landbouw is zowel kwantitatief als kwalitatief van aard. Kwantitatief in de zin van beschikbare hoeveelheid grond en de verspreiding of verdeling van deze grond. Kwalitatief in de zin van bodemverschraling. Een analyse van de grondmarkt moet daarom over beide gaan: de hoeveelheid beschikbare grond en verspreiding daarvan en over de kwaliteit van de bodem.

Grondhonger

De grondhonger kent verschillende monden. Op het meest algemene niveau geldt dat voor het (voort)bestaan van veel agrarische bedrijven grond een voorwaarde is. De grondgebondenheid groeit kortweg. We zien al jaren de trend van schaalvergroting in Nederland. Dat kan op akkerbouw- en melkveehouderijbedrijven door intensivering en door uitbreiding van het areaal. Omdat intensivering aan grenzen (onder andere milieueisen) is gebonden, verloopt schaalvergroting vooral via uitbreiding van het areaal. Op dit moment hebben akkerbouwers behoefte aan land omdat ze goede tijden doormaken. Maar ook melkveehouders worden meer grondgebonden. Hun behoefte aan grondoppervlakte komt enerzijds voort uit de wens ruwvoer te kunnen produceren en anderzijds om mest uit te rijden. Ook in deze sector geldt dus dat groei en grond aan elkaar gekoppeld zijn. De toenemende vraag naar grond levert suboptimale verspreiding en verdeling van de grond op.

Het stillen van de grondhonger wordt gecompliceerd door stijgende grondprijzen, weinig mobiliteit in grondtransacties (1,5% van het totale Nederlandse grondoppervlak wordt jaarlijks verhandeld), en de pachtregelgeving. Zo’n 780.000 ha (circa 42% van het totale areaal landbouwgrond) wordt gepacht in Nederland. De verpachters van die grond vallen uiteen in verschillende groepen. Naar raming een derde van de verpachte grond is eigendom van agrariërs, ruim een vijfde is in bezit bij de overige particulieren, bijna een vijfde is van de overheid en ruim een kwart van de verpachte grond is in eigendom bij overige rechtspersonen (zoals beleggingsinstellingen, kerken en natuurbeschermingsorganisaties). De grond in bezit van de overheid neemt snel af, de grond in eigendom van oudere agrarische ondernemers en van mensen met een hoofdberoep buiten de landbouw is juist aanzienlijk.

Toenemende verspreiding en verdeling grond

We zien als gevolg van de toenemende vraag naar grond niet alleen een opwaartse druk op de grondprijzen, maar ook een toenemende  verspreiding en verdeling van de beschikbare hoeveelheid grond. Niemand lijkt echter gebaat bij een toenemende verbrokkeling van de percelen die tot één bedrijf behoren. Zo’n omgekeerde ruilverkaveling treedt nu op omdat boeren, uit nood geboren, hun toevlucht nemen tot grond die verder weg ligt. Dit is behalve bedrijfsmatig ook milieutechnisch nadelig. Versnippering van bedrijfsgrond en kortlopende duur van pachtcontracten werken in de hand dat met landbouwgronden minder zorgvuldig wordt omgegaan. Het lokt korte termijn gedrag uit, waardoor de bodemvruchtbaarheid onder druk kan komen te staan. Pachters en verpachters hebben verschillende belangen maar ook gedeelde belangen, evenals groeiende en stoppende ondernemers. De kunst is hier een goed evenwicht te vinden.  

APK voor grond

Om de bodemkwaliteit in stand te houden, zou er onder andere gedacht kunnen worden aan de invoering van een grondpaspoort. In zo’n paspoort komt te staan wat er met de grond gebeurd is (individueel grondbeheer) en hoe het met de gezondheid van de bodem (als common pool resource) gesteld is. Een soort APK voor grond. Een mogelijk nadeel hiervan is de administratieve rompslomp.

Om de kwantitatieve problemen van de grond aan te pakken zou er weer meer aandacht voor verkavelen moeten komen. Ook nodig zijn verdere discussies over aanpassingen van het pachtstelsel en de effecten daarvan. En als laatste kan er nog worden gekeken hoe het staat met het grondbeslag van de gestopte boeren die nog hobbymatig dieren (schapen, geiten, paarden) houden op land dat in verstedelijkte gebieden ligt.

Kortom, er is genoeg stof voor discussie als gevolg van de ‘warme grond’.

 

Op uitnodiging van het ministerie van Economische Zaken kwam onlangs een grote groep agrarische grondexperts bij elkaar op het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Er werd van gedachten gewisseld over de agrarische grondmarkt, en dan vooral over hoe de grondmarkt in beweging te krijgen. LEI-collega Petra Berkhout gaf een key note presentatie over ontwikkelingen in grondbezit, -gebruik en -prijzen.