Blogpost

Vooruitkijken kan niet zonder omkijken

Gepubliceerd op
29 oktober 2015

Nostalgie is ook het LEI niet vreemd. Ons 75-jarig bestaan was aanleiding om terug te kijken op de kolonisatie van Flevoland. We deden dat eind september met oud-medewerkers die inmiddels met pensioen zijn of zijn uitgewaaid naar een andere werkplek. En met Eva Vriend als spreker, die aan de hand van haar boek ‘Het Nieuwe Land’ vertelde over de wijze waarop boeren werden geselecteerd voor een nieuw bedrijf in de polders.

Veel oud-medewerkers hebben daar zelf ook mee te maken gehad. Sommigen zijn er opgegroeid, anderen hebben op het oude land in ruilverkavelingen en stadsuitbreiding streekgenoten zien vertrekken. En in de jaren ‘50 en ‘60 hadden we zelfs een medewerker die zelf geselecteerd was om boer te worden, maar het hem aangeboden 12 ha-bedrijf te klein vond.

LEI droeg steentje bij

Flevoland is vooral gemaakt door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders met hulp van Wageningse en Delftse hoogleraren. Maar ook het LEI droeg een steentje bij. De in de jaren vijftig ontwikkelde bedrijfseconomische boekhouding was voor veel boeren, waaronder de zgn. Bedrijven in Eigen Beheer van de Rijksdienst, een belangrijk management instrument. De latere LEI-directeur Jan de Veer werd in zijn eerste LEI-jaren deels in Emmeloord aan het werk gezet om het instrument te doorgronden.

Natuurlijk expiriment

De volgende LEI-directeur Vinus Zachariasse vestigde zijn naam met een Wagenings proefschrift waarin hij de verschillen in bedrijfsuitkomsten onderzocht in wat we nu een natuurlijk experiment noemen: een groep van 36 ha-bedrijven die allemaal op hetzelfde moment waren gestart, op dezelfde grond, met dezelfde gebouwen en waar alleen het management verschilde. Met verschillen in inkomen ter grootte van een ministersalaris.

Terugblik ontstaan gebied

Een terugblik op het ontstaan van een gebied is niet alleen nostalgie. Het is ook voor economen belangrijk om een goed begrip te hebben van de geschiedenis van een gebied of een keten. Economen gebruiken daarvoor vaak de term ‘pad-afhankelijkheid’: een proces waarbij gebeurtenissen of keuzes uit het verleden van invloed zijn op de loop van latere ontwikkelingen. Bij die gebeurtenissen of keuzes zijn mensen betrokken geweest en zijn fysieke omstandigheden van belang. Zo vinden we in Nederland niet voor niets akkerbouw op de zware kleigronden in Groningen, de IJsselmeerpolders en Zeeland, veel intensieve veehouderijbedrijven op de zandgronden en melkveehouderij in streken die minder geschikt zijn voor de akkerbouw. Daarom zijn er groepen van boeren met dezelfde productie in bepaalde gebieden te vinden: graanboeren in Groningen, glastuinbouwers in het Westland en koffieboeren in de tropen.

Sterke positie biologische landbouw Flevoland

Soms is de aanwezigheid van een productie afhankelijk van enkele toevalligheden: de sterke positie van de biologische landbouw in Flevoland komt niet alleen door de jonge gronden maar vooral omdat de gemeente Lelystad grond nog niet nodig had en die ging uitgeven voor biologische landbouw, waarna een graanprijsdaling veel gangbare bedrijven aanzette om ook om te schakelen. Een voorbeeld van hoe rond die groepen in de loop van de tijd een ondernemerscultuur is ontstaan: hoe innovatief zijn de ondernemers, durven ze risico te nemen en kijken ze vooral naar binnen of juist naar buiten? Verder heeft zich ook een schil van afnemers, verwerkers, leveranciers arbeiders, financiers en kenniswerkers gevormd rond de groep boeren. En in elk gebied verloopt dat proces weer net even anders.

Innovaties en toekomstverkenningen

De huidige tijd staat bol van innovatie en toekomstverkenningen. Maar voor een goed begrip en verstandig manoeuvreren is het nodig om van tijd tot tijd ook de achteruitkijkspiegel te gebruiken. Daarom beginnen onze toekomstverkenningen vaak met een analyse van de sterkten en zwakten van een gebied om zo rekening te houden met de gebiedseigen kenmerken, die bepaald zijn door het verleden. Op die manier kan al snel een aantal mogelijke toekomstopties worden weggestreept  omdat ze niet blijken te passen bij een gebied, ze bouwen niet voort op de in het verleden behaalde resultaten.