Nieuws

Gebrek aan ondersteuning vanuit beleid voor kleinschalige visserij en aquacultuur ondermijnt de voedselzekerheid van miljoenen

Gepubliceerd op
17 september 2021

Kleinschalige visserij en aquacultuur worden door beleidsmakers en besluitvormers over het hoofd gezien, ondanks dat deze sector wereldwijd aan ruim 100 miljoen mensen een inkomen biedt en ruim een miljard mensen van voedsel voorziet. Tot deze conclusie komt een groep onderzoekers, waaronder Simon Bush, hoogleraar Milieubeleid aan Wageningen University & Research.

Het nieuwe artikel "Harnessing the diversity of small-scale actors is key to the future of aquatic food systems" wordt gepubliceerd als onderdeel van de Blue Food Assessment.  

Professor Simon Bush is een van de dertig auteurs die oproepen tot actie en een beter begrip van de diversiteit, rollen en veerkracht van de SSFA-sector (small-scale fisheries and aquaculture - kleinschalige visserij en aquacultuur). 

Het onderzoek beschrijft de vele partijen die actief zijn in de sector. Co-auteur Stefan Gelcich, directeur van het Coastal Social-Ecological Millennium Institute (SECOS) aan de Pauselijke Katholieke Universiteit van Chili legt uit:  "Het onderzoek laat zien hoe divers de kleinschalige producenten van voedsel uit water ('blue foods') zijn, variërend van hypermoderne verwerkingsbedrijven met geïmporteerde apparatuur die oesters aan Uruguese restaurants leveren tot lokale handelaars in Zambia die gebruikmaken van zelfgemaakte rieten manden."

Crisis

Simon Bush: "Dit artikel laat zien dat we in hoge mate afhankelijk zijn van de SSFA-sector. Deze sector produceert niet alleen twee derde van het voedsel uit water voor menselijke consumptie, maar levert ook nog eens meer dan 100 miljoen banen op. De meeste beleidsmakers hebben echter nog helemaal geen oog voor deze markt. Als we de mensen die dit voedsel leveren niet steunen, terwijl we zien dat de vraag naar vis tegen 2050 verdubbeld zal zijn, kun je wel spreken van een crisis.

Kleine visserijbedrijven springen in het gat

Op basis van zeventig wereldwijde casestudy's benadrukt het onderzoek de waarde van kleine producenten, handelaars en verwerkers van voedsel uit water. Kleinschalige bedrijven in landen zoals bijvoorbeeld Kenia vulden snel het gat op dat achterbleef toen grotere, internationale producenten hun activiteiten terugschroefden tijdens de COVID-19-pandemie. 

Simon Bush vertelt: "De visserij is een van de meest mobiele voedselsectoren in de wereld en is niet aan een plaats gebonden. Tijdens de pandemie zagen we hoe kwetsbaar deze grote schepen waren. De kleinschalige visserij sprong in het gat dat de grote schepen achterlieten en leverde daarmee een belangrijke dienst. Mensen denken vaak dat deze handelsnetwerken alleen uit kleine lokale bedrijfjes bestaan, maar ze reiken tot ver landinwaarts. De helft van de tijd wordt hun werk niet gezien door overheden."

Gebrek aan steun

Kleinschalige bedrijven worden geconfronteerd met toenemende onzekerheden waar beleidsmakers geen oog voor hebben. Zo zijn subsidies alleen gericht op grootschalige bedrijven. Daarnaast is er onvoldoende steun om in te spelen op de snel sterker wordende effecten van klimaatverandering. 

Bush legt uit hoe deze twee kwesties verband houden met elkaar: "Er gaat veel subsidie naar de grootschalige visserijbedrijven om de capaciteit te vergroten. Maar we weten dat vis zich verplaatst op basis van temperatuur, iets wat we zowel globaal als lokaal zien gebeuren. Kleinschalige vissers kunnen niet altijd met de vis meebewegen. Dus wat doen we met deze bevolkingen? Is het een kwestie van compenseren? Of zorgen voor alternatieve middelen van bestaan? Als je hun bestaan of het belang van hun rol niet erkent, heb je geen goed uitgangspunt voor een discussie."

Vrouwelijke vissers

De analyse laat zien dat vrouwen een centrale rol spelen bij het bouwen van een voedselsector die duurzamer en eerlijker is. Simon Bush: "We denken vaak alleen aan mannen als we het over vissers hebben, maar wat we zien, vooral in kleinschalige visserijbedrijven, is hoe belangrijk de rol van vrouwen is, vooral nadat de vis gevangen is. 

Het beleid richt zich vrijwel alleen op de productiekant. Beleidsmakers denken dat kleinschalige visserijen rommelig en lastig te controleren zijn. Dat ze lokaal zijn en alleen voor hun eigen gemeenschap produceren. Kleinschalige visserijen worden vaak in een bepaald hokje gestopt. Maar als je de diversiteit negeert, gaat geen enkel beleid werken."