Nieuws

Afstand van boer tot bord kan korter; detailhandel en de horeca willen wel

Gepubliceerd op
11 maart 2021

Dit blijkt uit het onderzoek Korteketen Producten in Nederland, uitgevoerd door Wageningen University & Research, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Provincie Gelderland.

Op dit moment bestaat ongeveer 3 à 4 % van de omzet van retail en horeca uit de zogenaamde korteketenverkoop. Dat lijkt weinig, maar het gaat toch om een totaal van 2,2 miljard euro. In een provincie als Gelderland gaat het dan om iets meer dan 250 miljoen euro omzet. Dat is een substantiële goederenstroom, die via korte ketens bij de consument komt.

Eisen aan boeren scherp

Korte ketens spreken tot de verbeelding. Je spreekt volgens de Europese definitie van een korte keten als er slechts één ketenschakel tussen boer en consument zit. Volgens de onderzoekers zijn die eisen aan boeren te scherp. Ze constateren dat detailhandel zoals supermarkten en horeca van boeren vragen om een professionele bedrijfsvoering. En dat betekent hoge eisen aan bestellen, factureren, kwaliteitsmanagement en marketing, terwijl dat helemaal niet de corebusiness van boeren is. Onderzoeker Gemma Tacken van Wageningen University & Research: "Als je ‘korte ketens’ onder de afdeling inkoop plaatst, gaat het om efficiëntie en geld. Daar valt dat bestelsysteem onder dat boeren met korte ketens niet zomaar hebben.” 

Probleem: de procedures rond inkoop zijn heel strikt met binnen tijdslots afleveren. “Veel lokale aanbieders kunnen dat niet aan. Boeren niet; zij kunnen niet altijd op commando leveren. Dat is een drempel voor ze. Ze kunnen vaak niet aan die voorwaarden voldoen. Om het toch vlot te trekken moeten andere bedrijven daar weer tussen zitten. Dit is een extra schakel tussen bijvoorbeeld een supermarkt en de boer, waardoor je niet meer kan spreken van korte ketens volgens de definitie van de Europese Unie.”

Plaats in de organisatie bepaalt kansen voor boeren

Uit dit onderzoek blijkt dat veel horeca en retail een korteketenbeleid hebben. De plekken waaronder dit beleid valt verschillen nogal. Volgens de onderzoeker is ‘korte ketens’ vaak ondergebracht onder de afdeling inkoop. Tacken: "Als je dit onder inkoop plaatst, gaat het om efficiëntie en geld en daar valt dus dat bestelsysteem onder waar boeren moeite mee hebben. Soms hebben bedrijven van korte ketens er een strategisch speerpunt van gemaakt en het ketenbeleid direct onder de directie geplaatst in de organisatie. Tacken: “Voor beide valt wat te zeggen, maar redeneren vanuit een strategische invalshoek geeft vaak wat meer ruimte.”

Zowel de boer, horeca als retail aan zet

In grote lijnen zijn er drie belangrijke stappen te zetten voor aanbieders zoals boeren om aan de eisen van detailhandel en horeca te voldoen en zo korte ketens mogelijk te maken. Ze kunnen zich verder professionaliseren op het gebied van kwaliteit, voedselveiligheid, marketing, story-telling, logistiek, bestelsystemen en dergelijke.

Verder moeten ze consumenten aansporen in Nederland beschikbare seizoensgebonden producten te eten. Want vooral in de winter wordt veel ingevoerd, waardoor consumenten denken dat de meeste producten die in Nederland verbouwd kunnen worden het hele jaar door beschikbaar zijn. Geen boontjes meer uit Kenia dus.

Aan de andere kant moet de detailhandel en horeca die van de boer wil kopen goed nadenken waar deze dit duurzaamheidsbeleid in de organisatie onder gaat brengen. Ze zouden dit beleid niet meer onder de afdeling inkoop moeten laten vallen, om korteketenbeleid serieuzer te nemen. "Een goede match tussen de producenten en afnemers vraagt bewustwording van verkoopkanalen over hoe zij korte ketens kunnen integreren in hun bestaande systemen en manier van werken," concluderen de onderzoekers.