Onderzoek naar de gevolgen van COVID-19 voor de agrosector

Onderzoek naar de gevolgen van COVID-19 voor de agrosector

De coronacrisis heeft forse gevolgen voor de economie. Ook Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven ontkomen daar niet aan. De lockdown en wereldwijde maatregelen na de uitbraak van het coronavirus (COVID-19) hebben ingrijpende gevolgen voor bedrijven. Vaak is onduidelijk hoe groot de effecten precies (gaan) zijn. Wageningen Economic Research houdt de vinger aan de pols met doorlopend onderzoek.

Onderzoekers van Wageningen Economic Research hebben vanaf de eerste dagen van de lockdown in Nederland meegedacht over en meegerekend aan de gevolgen van de coronamaatregelen voor de Nederlandse land- en tuinbouw. Zij kunnen dit door data over en kennis van de praktijk, sectoren en markt en ketens te combineren met bedrijfsspecifieke modellen. Diverse kortlopende studies en (middel)lange onderzoeken geven een beeld van geleden schade en mogelijke knelpunten bij bedrijven en bedrijfsprocessen.

Korte-termijnsectoranalyses

Eind maart werden de eerste effecten van de lockdown zichtbaar bij diverse land- en tuinbouwbedrijven. Door de maatregelen die nodig zijn om de volksgezondheid te beschermen, vindt ernstige marktverstoring plaats in een aantal sectoren. Deze ontwikkelingen leiden tot dalingen in opbrengsten en daarmee inkomens van bedrijven en mogelijk zelfs tot faillissementen.

Wageningen Economic Research is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) gevraagd om voor diverse bedrijfstypen inzicht te geven in de maandelijkse omzetgegevens, gemiddelde inkomens, vermogenspositie en spreiding naar bedrijfsomvang. Onderzoekers deden dit onder meer voor:

  • Snijbloemenbedrijven
  • Pot- en perkplantenbedrijven
  • Bloembollenbedrijven
  • Boomkwekerijbedrijven
  • Glasgroentebedrijven (onderverdeeld naar tomaat, paprika en komkommer)
  • Vollegrondsgroenteteeltbedrijven
  • Fruitbedrijven
  • Akkerbouwbedrijven en specifiek bedrijven met fritesaardappelen

Bedrijven die vooral aan de food servicesector leveren, zijn extra getroffen vanwege de acute sluiting van horecagelegenheden en het verbod op evenementen en bijeenkomsten. Dit heeft grote omzetverliezen tot gevolg. Onderzoeker Harold van der Meulen: “Ook sierteeltbedrijven zagen de export van bloemen en planten nagenoeg stilvallen, juist in de periode van het jaar waarin zij vanwege Pasen en Moederdag de grootste omzet draaien. Dit heeft geresulteerd in een aanvullende tegemoetkoming vanuit de overheid voor de sierteelt, maar ook voor onderdelen van de voedingstuinbouw en fritesaardappelen.”

Onderzoek naar mogelijke knelpunten op de middellange termijn

Voortbouwend op de korte-termijnsectoranalyses is door de betrokken onderzoekers geanalyseerd wat mogelijke knelpunten kunnen worden in de bedrijfsvoeringsprocessen bij een langer aanhoudende lockdown. Dit is gedaan voor vrijwel alle (deel)sectoren van de land- en tuinbouw. Mogelijke knelpunten zijn bijvoorbeeld tekorten in veevoer of sterk verhoogde kosten voor  (internationale) afzet. “We zien dat de bedrijfsprocessen in de primaire land- en tuinbouw veelal gewoon doorgaan - die processen zet je ook niet zomaar stop -, maar daarna stokt het bij de afzet”, aldus onderzoeker Petra Berkhout. “Daar zit duidelijk een knelpunt. We hebben dan ook een inventarisatie gemaakt van de Nederlandse opslagcapaciteit om te zien hoe lang we producten zouden kunnen opslaan.”

De knelpuntenanalyse is ook bedoeld om boven water te halen aan welke knoppen kan worden gedraaid om een knelpunt aan te pakken of mogelijk zelfs te voorkomen (de zogenaamde handelingsperspectieven). Wat kunnen bedrijven doen om een mogelijk knelpunt op te lossen en zo eventuele schade te voorkomen, en wat kan de overheid doen?

Berkhout: “Met inzicht in de processen zien we waar bedrijven zouden kunnen ingrijpen. De mogelijkheden zijn overigens meestal vrij beperkt en hebben grote consequenties. Bijvoorbeeld: de enige Nederlandse eendenslachterij was bijna volledig gericht op de horeca in Noordwest-Europa. Dit bedrijf heeft besloten de broederij stil te leggen en geen eendagskuikens meer te leveren aan de eendenhouders. Hierdoor is de totale schade beperkt, maar worden eendenhouders geconfronteerd met een lange periode van leegstand en dat kost geld. Ter indicatie: acht weken leegstand geeft een schade van 20.000 euro per volwaardig bedrijf.”

Samenvattend leiden de onderzoeksresultaten tot een tijdlijn per (deel)sector met de ontwikkelingen in de periode mei-oktober. “Dit geeft een beeld van de knelpunten die er speelden en knelpunten die we verwachten”, licht Berkhout toe. “De analyses passen we waar nodig aan op basis van nieuwe inzichten.” De resultaten van het middellange-termijnonderzoek worden begin oktober gepubliceerd.

Onderzoek naar de langetermijngevolgen

Aan de hand van economische modellen berekenen de onderzoekers van Wageningen Economic Research ook wat de mogelijke gevolgen zijn voor de agrarische sector bij de recessie die voortvloeit uit de coronamaatregelen. Zij doen dit door scenario’s uit te werken met verschillende aannames over de lengte en de diepte van de recessie. Daarbij gaan zij uit van verschillende voorkeuren van consumenten voor de herkomst van hun voedsel. Bijvoorbeeld: stel dat consumenten een voorkeur ontwikkelen voor meer lokaal geproduceerd voedsel, wat betekent dit voor Nederlandse agrarische bedrijven? De resultaten van het langlopende onderzoek worden begin oktober verwacht.