Nieuws

Internationale tarwehandel in tijden van oorlog: zeven vragen en antwoorden

Gepubliceerd op
19 juli 2022

De oorlog in Oekraïne heeft grote impact op de beschikbaarheid en prijs van tarwe in de wereld. Dit stellen we in de Financiële Telegraaf. Nu er een principe akkoord in de maak is tussen Oekraïne en Rusland over het doorlaten van het graan over de Zwarte Zee, blijven er nog grote vraagstukken liggen over veiligheid van de graanschepen. Want wie gaat bijvoorbeeld die 300 graanschepen sturen en zijn deze schepen nog wel te verzekeren?

Intussen ligt het tarwe in de silo’s nog te wachten terwijl de volgende oogst zich al aandient. Voedselcrisis is het mantra, maar klopt deze term wel? Het is eerder een voedselprijzencrisis en sommige partijen hebben daaraan goed verdiend. Hoe zit deze markt nu in elkaar? We onderzoeken dit door het stellen van zeven vragen

1. Is er genoeg tarwe in de wereld om alle monden te voeden?

In principe is er nog steeds genoeg tarwe voor de hele wereld. De hoogte van de tarweprijzen en de blokkade van juist het relatief goedkope tarwe uit Oekraïne veroorzaken de problemen. Oekraïne is bij lange na niet de grootste tarweproducent ter wereld. Dat zijn China en India, maar die produceren vooral voor de eigen bevolking. Op de lijst van de grootste graanexporteurs neemt Oekraïne wél een belangrijke plek in (al staan Rusland, de VS, de Europese Unie en Australië bovenaan) en veel van dat tarwe en maïs kunnen nu het land niet uit. Ook de export uit Rusland ligt grotendeels stil. Juist het Oekraïense en Russische tarwe domineerden de export naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika, via relatief korte transportroutes. De importerende landen zijn nu aangewezen op andere, veel duurdere voorraden.

Tarwe-export wereldwijd in miljoen metrische ton, 2020-2021 en prognose 2021-2022 vóór het uitbreken van de oorlog in Oekraïne
Tarwe-export wereldwijd in miljoen metrische ton, 2020-2021 en prognose 2021-2022 vóór het uitbreken van de oorlog in Oekraïne

Het huidige probleem voor de Oekraïense exporteurs is dat ze hun tarwe niet kwijt kunnen door de blokkades en de mijnen voor de havens die nog in Oekraïense handen zijn. Tegelijkertijd komt de volgende oogst eraan. De Oekraïense boeren en exporteurs zijn dus genoodzaakt om hun prijs te verlagen voor het tarwe dat in de voorraadschuur ligt, maar dat helpt niet met het exporteren ervan. Met deze status quo blijven de prijzen van tarwe op de internationale markten hoog.

Vanwege de veel hogere tarweprijs op de wereldmarkt hebben importeurs ook meer handelskapitaal nodig om tarwe op te kopen en naar hun binnenlandse markten te verschepen. Het komt geregeld voor dat importeurs in bepaalde (Afrikaanse) landen niet over voldoende handelskapitaal bezitten om de transacties van tarwe te financieren. Dat leidt tot absolute tekorten op die nationale markten en dat drijft de binnenlandse prijs van tarwe verder op.

Inmiddels komen in verschillende landen, waaronder in Rusland en de VS, de winteroogsten van tarwe binnen. Die zijn boven verwachting goed en zullen de wereldmarktprijs voor tarwe weer drastisch naar beneden brengen.

Kortom: in principe is er genoeg tarwe in de wereld om alle monden te voeden. De veel hogere prijs belemmert consumenten met lage koopkracht echter om bij dat tarwe te komen. Lokaal kunnen er absolute tekorten ontstaan vanwege een gebrek aan handelskapitaal onder importerende firma’s. Nieuwe oogsten uit andere landen dan Oekraïne kunnen het tekort opvangen en de wereldmarktprijs voor tarwe naar beneden brengen en stabiliseren.

2. Hoe werkt de wereldhandel in graan?

Na de oogst komt het meeste tarwe terecht bij een handjevol kopers: een rijtje wereldwijd opererende handelaren dat na fusies in de afgelopen decennia van enkele tientallen is gekrompen tot vier dominante multinationals. Die worden de ABCD's genoemd: ADM, Bunge, Cargill en Louis Dreyfus. Ze zijn niet zo bekend omdat ze vooral in bulkgoederen handelen en producten maken als veevoer, maissiroop of bloem; niet meteen iets voor in het oog springende advertentiecampagnes. Machtig zijn ze echter wel: Cargill is de zevende voedingsgigant ter wereld, na bedrijven als Nestlé, Pepsi, Coca-Cola, Philip Morris en Unilever.

De vier multinationals verhandelen meer dan 70 procent van het graan en verkopen het door aan de hoogste bieder. Ze beheersen de graanmarkt en kunnen profiteren van prijsverschillen die ontstaan tussen exporterende en importerende landen. Met hun grote opslag-, verwerkings- en logistieke faciliteiten kunnen ze snel inspelen op tekorten. Of ze ook tekorten laten ontstaan om te kunnen profiteren van oplopende prijzen of dat ze onderling prijsafspraken maken, is niet aangetoond.

Een recente studie van Follow The Money geeft een inkijk in de financiële partijen die betrokken zijn bij de handel in granen. Deze studie wijst uit dat er veel met zogenaamde futures wordt gehandeld door investeerders (dus niet de handelaren) die opties nemen op toekomstige graanproducties. Die opties worden weer door verhandeld, waardoor er sprake kan zijn van speculatie.

Doordat er tot voor kort op de wereldmarkt minder aanbod was, steeg de prijs die de ABCD's konden vragen. De multinationals doen volgens de wereldhandelsregels niets onrechtmatigs. Graan wordt behandeld als een commodity als olie of steenkool, en ze willen hun eigen productlijnen en omzet veiligstellen. Ze kijken naar de beschikbare voorraad, hoeveel ze zelf nog hebben. Bij de handel zit echter ook veel psychologie, net als op de aandelenmarkt. Er is een prijsopdrijvend effect door de oorlog, maar ook door problemen bij de leveranciers door COVID-19 en klimaatverandering.

3. Van wie is de tarwe in Oekraïne nu?

De wereldwijde tussenhandel in tarwe is niet transparant in alle opzichten. De meeste tarwe wordt verhandeld met futures: contracten op toekomstige producties. De ABCD werken met deze futures om hun toekomstige leveranties veilig te stellen. Naar alle waarschijnlijkheid is dit ook het geval geweest met het tarwe dat nu nog in Oekraïne ligt. Wat gebeurt daarmee in tijden van oorlog? Het is aannemelijk dat de getekende leverantiecontracten niet meer geldig zijn vanwege de situatie van overmacht, waarvan nu sprake is. In feite hebben de Oekraïense exporteurs “gedefault” door het tarwe niet te leveren, maar vanwege die overmacht vervalt ook de verplichting tot leveren. Het gevolg: de tarwe die nu nog ligt opgeslagen in Oekraïne, is bezit van de exporteurs.

In gebieden die nu zijn bezet door het Russische leger wordt Oekraïens tarwe geconfisqueerd en verscheept naar bevriende naties, zoals Syrië. Internationaal wordt dit gezien als een misdaad omdat het gaat om handel in gestolen waar. Juridisch moet dit worden gezien als heling.

4. Wat gebeurt er met de wereldmarktprijs als de tarwe uit Oekraïne wel wordt geëxporteerd?

Het ligt eraan of hoeveel tarwe uit Oekraïne wordt geëxporteerd en van wie de tarwe is. Als het tarwe is opgekocht en gedoneerd aan het WFP, zal dit weinig tot geen effect hebben op de wereldmarktprijs. Wordt deze tarwe via de ABCD door verhandeld, dan kan het de prijs op de wereldmarkt op de korte termijn aanzienlijk verlagen. Maar omdat de situatie in Oekraïne naar verwachting voorlopig instabiel blijft en de havens aan de Zwarte Zee niet kunnen worden gebruikt, zullen de voedselprijzen weer snel stijgen als de voorraad uit Oekraïne verhandeld is.

5. Hoe lang kan het graan in Oekraïne opgeslagen blijven?

Hoe lang de opgeslagen tarwe in Oekraïne geschikt kan blijven voor menselijke consumptie, hangt sterk af van de omstandigheden waaronder het is opgeslagen. Onder gunstige omstandigheden kan tarwe meerdere jaren bewaard blijven. Klimaatbeheersing met ventilatie en koeling zorgen voor deze omstandigheden. De opslagfaciliteiten zijn in principe goed in Oekraïne, maar het is de vraag of airco’s en ventilatoren aan staan met de hoge brandstofprijzen en onduidelijkheid over de export. Daarmee is de huidige waarde van de opgeslagen tarwe niet bepaald en dit kan effect hebben op het besluit de tarwe wel of niet veilig op te slaan tegen de kosten die daarmee gepaard gaan. Het is ook niet duidelijk of de infrastructuur die nodig is om veilige opslag te garanderen nog overal functioneert.

Een ander dilemma is dat de winteroogst van tarwe aanstaande is in Oekraïne. Hiervoor moet de huidige opslagcapaciteit moeten worden vrijgemaakt, maar dat is niet het geval.

6. Zijn andere landen al meer tarwe aan het produceren?

Veel andere landen zijn op dit moment vooral tarwe en ander voedsel aan het veiligstellen voor hun binnenlandse markten door exportrestricties in te stellen. Voor zover bekend hebben vijftig landen nu dergelijke maatregelen genomen voor diverse voedselgewassen. Deze maatregelen drijven de wereldmarktprijs verder op voor tarwe, maar ook voor andere granen zoals rijst.

Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne verkondigde Premie Modi dat India het tekort aan tarwe op de wereldmarkt zou gaan aanvullen vanuit hun nationale voedselreserves. India is een van de weinige landen ter wereld waar de overheid een grote opkoper is van voedsel. Ze leggen hiermee reserves aan die in tijden van voedseltekorten beschikbaar worden gemaakt voor de allerarmsten. Dit beleid kost de overheid ongeveer US$ 10 miljard per jaar, maar het heeft ervoor gezorgd dat de absolute ondervoeding in India is teruggedrongen. Helaas volgde er kort na de uitspraak van Premier Modi een extreme droogte die een bedreiging vormt voor de komende oogsten. Daarmee deed India toch niet wat Premier Modi aanbood. Het land hield de tarwereserves beschikbaar voor binnenlands gebruik.

In: VOA, 20 april 2022

India is expected to reduce shortages of wheat on global markets created by the war in Ukraine as overflowing warehouses help it step up exports. Although India is the world’s second biggest wheat producer after China, it has been a small exporter, selling wheat mostly to Bangladesh, Sri Lanka and some Middle Eastern markets. But as supplies from Russia and Ukraine are threatened by the war, India is eyeing markets across Africa and Asia. The Black Sea region is one of the world’s important grain-growing regions and the two countries together account for about 30 percent of global exports.

On April 20th 2022 Modi said India had "enough food" for its 1.4 billion people and was "ready to supply food stocks to the world from tomorrow" if the World Trade Organization allowed.

India is relying on surplus stocks in its warehouses as it eyes exports - its vast northern and central plains grow millions of tons of wheat and farmers harvested bumper crops for five straight years until 2021. The country is holding nearly two-and-a-half times the buffer stocks that it needs to maintain. Millions more tons will be added this month as farmers bring their produce into markets following the wheat harvest.

India’s exports have traditionally been low because the government buys huge stocks of wheat from farmers at guaranteed prices – those prices are usually higher than overseas market prices, meaning exports are not competitive. But the huge increase in global prices has changed that, making it lucrative for traders to sell Indian wheat abroad. An increase in exports was already witnessed in the fiscal year that ended in March – India’s wheat exports hit 7.85 million tons compared to 2.1 million tons in the previous year.

Bron: VOA, India Steps Up Wheat Exports Amid Supply Disruptions Due to Ukraine Crisis

7. Waarom produceren landen met een hoge tarweconsumptie niet zelf tarwe?

In de maanden voor het begin van de oorlog (februari 2022) importeerde Egypte tarwe uit Oekraïne ter waarde van US$ 270 per ton. In mei bedroeg de gemiddelde importprijs US$ 475 per ton. Om sociale en politieke onrust te voorkomen, blijft de Egyptische overheid de broodprijs subsidiëren en laag houden. De kosten van dat subsidieprogramma lopen enorm op.

Landen als Turkije, Egypte, Pakistan, Soedan en Tunesië zijn allen sterk afhankelijk van tarwe-import uit Oekraïne en Rusland. De mogelijkheden om de eigen tarweproductie uit te breiden zijn beperkt door de vaak korte en (te) droge groeiseizoenen. Ook de beperkte beschikbaarheid van water speelt een rol in deze landen. Irrigatieteelt in combinatie met droogteresistente zaden kan de productie verhogen, maar vergt nogal wat investeringen. Als deze investeringen al worden gedaan, dragen ze slechts op langere termijn bij aan een grotere mate van zelfredzaamheid. Het gevolg is dat deze landen afhankelijk zullen blijven van import, althans voor de komende jaren. En prijsschommelingen op de internationale graanmarkten zullen doorwerken in de binnenlandse voedselprijzen.

In Afrika hebben landen als Tanzania, Kenia en Ethiopië gunstige klimatologische omstandigheden om tarwe te verbouwen. De productiekosten in deze landen zijn echter aanzienlijk hoger dan in Oekraïne, dat het voordeel heeft van vruchtbare ‘zwarte’ bodems, goedkope energie, goedkope kunstmest en enorme arealen met hoog gemechaniseerde productietechnieken.

Met wat slagen om de arm kun je zeggen dat de productiekosten van tarwe op boerderijniveau in Oekraïne 90 US$/ton zijn (Kingwell 2016). Het transport naar de exporthavens bedraagt nog zo’n 130 US$/ton. Dat maakt dat een ton tarwe voor de export uit Oekraïne afgelopen jaren kon worden aangeboden voor 220 US$/ton.

Tanzania kan de binnenlandse productie van tarwe stimuleren met het subsidiëren van kunstmest en brandstof. Het vrijstellen van importbelasting op bijvoorbeeld tractoren en andere gemechaniseerde hulpmiddelen die nodig zijn voor grootschalige tarweproductie, helpt ook. Het heffen van importbelasting op buitenlands tarwe kan een noodzakelijke maatregel zijn, die mogelijk problematisch is vanwege de regels van de WTO op vrijhandel. Regionale verdragen om de handel in voedsel te stimuleren tussen bijvoorbeeld landen in Oost-Afrika, kunnen verder helpen bij het vergroten van de weerbaarheid van voedselsystemen. Tot slot kunnen landen de afhankelijkheid van de wereldmarkt ook verminderen met de productie van andere
voedselgewassen dan tarwe, zoals cassave, mais, sorghum stimuleren.

In: The Citizen, 23 maart 2022

Dar es Salaam. With the ongoing war between Russia and Ukraine having adverse effects on global wheat supplies, the government says it is taking measures to address any price surges, or shortages that may result from the conflict. The Minister for Agriculture, Mr Hussein Bashe (pictured), said although the country currently has sufficient supplies, the government has been holding meetings with individual importers to discuss price movements in the market.

The Citizen has learnt that in addition to meeting with importers, the government also plans to involve producers and farmers. “Among the things we have agreed upon is that they should continue to set fair prices. As we continue to monitor global prices, we don’t expect them to inflate prices locally,” Mr Bashe said.

Data from the National Bureau of Statistics (NBS) shows that Tanzania’s annual domestic wheat consumption is estimated at more than 1 million tonnes per year, while total annual production stands at around 93,184 tonnes. This means that Tanzania imports about 90 percent of the wheat it consumes. “We import an average of 800,000 tonnes annually, and while some is used locally, some is processed and exported to neighbouring countries,” Mr Bashe said. He added that Russia and Ukraine – along with the United States and Canada – were Tanzania’s major sources of wheat. “As a country, we have also initiated efforts to increase wheat production locally in partnership with the private sector. For instance, we have already distributed over 200 tonnes of quality seeds to farmers in the northern regions,” he said.

Apart from ensuring the availability of improved seeds, the minister said the government also plans to propose a memorandum of understanding (MoU) with importers that would ensure they fully supported the initiative to boost local production. “We want them to agree to buy all locally produced wheat, and only import to bridge any deficit because when farmers are assured of a reliable market and stable prices for their produce it stimulates production,” he said.

Speaking on condition of anonymity, a member of the Tanzania Grain Millers Association (Tangrama) said the conflict had put them in a precarious situation. As part of remedial measures, he asked the government to review import duty on wheat. “We request for stay of application of CET (common external tariffs) rate on wheat grain to zero.