Maak het platteland mede-eigenaar van het proces om Nederland te verduurzamen

Nieuws

Maak het platteland mede-eigenaar van het proces om Nederland te verduurzamen

Gepubliceerd op
29 november 2018

In dorpen is het heel gewoon: inwoners steken zelf de handen uit de mouwen om hun dorp leefbaar en vitaal te houden. Zo is het altijd al gegaan. Maar er komen grote opgaven aan voor het platteland. Denk aan energietransitie, klimaatverandering, verduurzaming van de landbouw… Wageningen Environmental Research onderzocht voor de P10, het netwerk van grote plattelandsgemeenten, hoe het zelforganiserend vermogen van de plattelandsgemeenten kan worden gestimuleerd.

“Dorpsgemeenschappen worden steeds zelfredzamer en voeren zelf steeds grotere projecten uit,” zegt projectleider Roel During. “Als we dit vertalen naar de mogelijke bijdrage van het platteland aan de verduurzaming van Nederland, dan is het beter om deze kracht in het platteland te respecteren en in te schakelen, in plaats van het werken met investeerders van buiten die met stoom en kokend water hun businessmodellen voor bijvoorbeeld duurzame energie aan de gemeenschap opleggen. Krimp speelt hierbij een cruciale rol: de vraag is of het grootschalige ingrepen legitimeert, of dat het juist kansen biedt om het platteland bij te laten dragen aan verduurzamen van Nederland op een wijze die past bij de cultuur ervan?”

Juist in de perifere dorpen van het platteland, waar de inwoners het gevoel hebben in hoge mate op elkaar aangewezen te zijn, wordt het sociaal kapitaal gevormd dat nodig is voor een actieve participatiesamenleving. De cultuur van nabuurschap, het doen van activiteiten voor en met elkaar, vormt de humuslaag waarin steeds meer en ook grotere initiatieven zijn ingebed. Mensen weten elkaar te vinden en te mobiliseren. Als de gemeenschap een project aanpakt en tot een goed einde brengt, dan wordt er een volgend, liefst groter, project aangepakt. In toenemende mate worden ze de eigenaar van de ontwikkelingen in het gebied, de voorzieningen en de problemen die er spelen. Zo is er in het dorp Meijel een centrumplan tot ontwikkeling gebracht met voor 16 miljoen euro aan private investeerders. In Kessel is een kasteel opgeknapt en veranderd in een goed lopend bedrijf. In Rietmolen is er met enkele duizenden vrijwilligersuren en zelf vergaard geld, een eigen buurthuis neergezet en nu is de vraag ‘what’s next?’

“We hebben het onderzoek op een bijzondere manier uitgevoerd,” zegt Roel During. “Om de dorpsculturen in zestien dorpen in beeld te brengen hebben we acht studenten ingeschakeld die er telkens een week lang verbleven om gesprekken en interviews te houden met de dorpsbewoners. Hieruit bleek dat het platteland bruist van de activiteiten.” Een van die studenten was Imme Koorn: “Naarmate de sfeer informeler was gingen mensen meer op de praatstoel zitten. Het voelde bij veel huishoudens alsof je de mensen al jaren kende en gewoon weer eens bij ze op koffiebezoek kwam. Overal werd ik open en warm onthaald. Alle gesprekken zijn heel open verlopen. Hierdoor hebben de mensen op hun gemak hun verhaal kunnen doen, wat waarschijnlijk ten goede komt aan het in kaart brengen van wat er in het dorp speelt.”

Roel During: “Ons onderzoek laat grote verschillen zien. In het ene geval gaat de participatiesamenleving op het platteland haast ten onder aan grootschalige initiatieven van buiten, en in andere gevallen ontwikkelen de bewoners zelf een ambitieuze energiestrategie. Het ene dorp wordt overvallen door een aantal megagrote windmolens in de achtertuin, met grote gevolgen voor het sociaal kapitaal van het dorp en daarmee voor het zelf in stand houden van de leefbaarheid. Andere dorpen laten juist het omgekeerde zien: de vitale gemeenschap met veel zelf ontwikkeld sociaal kapitaal bepaalt zelf haar duurzame energiestrategie en voert die op eigen kracht uit.”

De nieuwe generatie omgevingsplannen en de omgevingswet zijn bij deze processen belangrijk. “In Zeeland vinden we voorbeelden waarin de gemeente stuurt op een financieel aandeel van de dorpsgemeenschap bij grote investeringsprojecten,” voegt During hier aan toe. “Als de ontwikkelaar de lokale gemeenschap niet mee wil laten profiteren, dan gaat het plan niet door.”  

Het platteland bruist van de activiteiten, blijkt uit het onderzoek. Een analyse van grotere leefbaarheidsinitiatieven heeft laten zien dat deze zijn ingebed in die dorpscultuur en dat elk dorp daarin zijn eigenheid heeft ontwikkeld. De mate waarin dorpsbewoners meedoen aan leefbaarheidsinitiatieven, is ongekend hoog. De onderzoekers adviseren dan ook om het organiseren van dorpsactiviteiten die goed zijn voor het sociaal kapitaal zo gemakkelijk mogelijk te maken of te stimuleren. Ook is het belangrijk om de botsing met de structuren van verzorgingsstaat in goede banen te leiden. De aanstaande Omgevingswet zou zo moeten worden ingericht dat integrale initiatieven vanuit plattelandsgemeenschappen die leefbaarheid en verduurzamen als één en dezelfde uitdaging zien, veel ruimte krijgen.