Nederlandse sorghum: achterblijvende voederwaarde én minder achtergebleven stikstof

Nieuws

Nederlandse sorghum: achterblijvende voederwaarde én minder achtergebleven stikstof

Gepubliceerd op
21 februari 2019

De meeste sorghumrassen hadden in 2018 lagere drogestof- en hogere eiwitopbrengsten met lagere verteringscoëfficiënten van de organische stof (Vcos) dan snijmaïs. Maar ook de reststikstof in de bodem na de oogst was bij lage stikstofgiften lager dan bij maïs, waardoor de kans op stikstofuitspoeling bij sorghum lager was. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen Livestock Research aan een aantal sorghumrassen op zand- en lössgrond en vergeleken met snijmaïs.

Sorghumteelt staat in Nederland nog in de kinderschoenen in vergelijking met de inmiddels grootschalige teelt van snijmaïs. Om een aantal kennishiaten in te vullen, is al meer jaren onderzoek gedaan naar sorghumteelt op zandgrond, maar voor lössgrond was dit het eerste jaar. Op beide grondsoorten zijn teeltwijze, stikstofniveaus, opbrengst, voederwaarde en nog benutbare bodemstikstof na de oogst (rest-N) onderzocht. Op de zandgrond zijn bovendien bodemvochtbepalingen gedaan. De proefvelden dienden tevens als demonstratievelden voor o.a. veehouders, adviseurs, medewerkers van waterschappen en financiers.

Zand: sorghum hoger ruw-eiwit

In Woudenberg (Utrecht) zijn op zandgrond vijf sorghumrassen en één maïsras gezaaid met een rijafstand van 50 cm. De stikstofbemesting was voor alle veldjes gelijk, zo’n 76 kg N per ha. Zowel de maïs als de sorghum ontwikkelden zich goed, maar hadden wel last van een vochttekort in juli en vooral begin augustus. De opbrengsten waren gemiddeld genomen laag. De voederwaarde van maïs was echter hoger dan die van de sorghumrassen. Dit verschil komt met name door de hogere verteerbaarheid van de organische stof (Vcos) en het lagere ligninegehalte (ADL) van maïs (tabel 1).

Tabel 1. Vergelijking van maïs en sorghum op zandgrond in 2018
Maïs (1 ras) Sorghum (5 rassen
Drogestofopbrengst (ton drogestof/ha) 11,5 9 - 13,9
Vcos (%) 78,5 60 - 75
ADL (g/kg drogestof) 16 17 - 32
Ruw-eiwitgehalte (g/kg drogestof) 70 76 - 91
VEM 1.030 787 - 951
Rest-N in bodemlaag 0-90 cm (kg N/ha) 62 gem. 48

De voederwaarde van de sorghumrassen varieerde aanzienlijk, maar het gemiddelde ruw-eiwitgehalte van de sorghumrassen was 30% hoger dan dat van maïs. De gemiddelde hoeveelheid rest-N in de bodemlaag 0-90 cm van sorghum was beduidend lager dan die van maïs. Er konden geen verschillen in bodemvochtpercentages tussen maïs en sorghum en tussen de sorghumrassen onderling worden aangetoond. De hele proef op zand staat beschreven in Wageningen Livestock Research rapport 1143.

In de Gelderse Vallei is veel belangstelling voor het sorghum, mede door initiatieven van melkveehouders en vleeskalverhouders die het gewas al telen en waarbij ook loonwerkers en veevoerfirma’s zijn ingeschakeld. De demodag in september trok meer dan 70 bezoekers. Opdrachtgevers en financiers van deze proef waren Waterschap Vallei en Veluwe, Landbouw en Milieu Utrecht (LaMi) en O-Gen.

Löss: sorghum goed bij lage bemesting

Op proefbedrijf Wijnandsrade (Limburg) zijn op lössgrond vijf sorghumrassen en één maïsras bij twee stikstofniveaus (70 kg/ha en 110 kg/ha) geteeld. De rijafstand bij sorghum was 25 cm en bij maïs 75 cm. Twee weken na zaaien bleek de opkomst van maïs goed, maar van sorghum matig tot slecht te zijn, waarschijnlijk veroorzaakt door korstvorming na een forse regenbui. Daarom zijn op 4 juni alle sorghumveldjes opnieuw ingezaaid.

Ondanks het droge en warme weer realiseerde maïs op lössgrond een hogere drogestofopbrengst dan sorghum (tabel 2). Kanttekening is dat de opbrengst (en de overige voederwaardecijfers) van de maïs afkomstig is van slechts één veldje per behandeling terwijl die van de sorghumrassen steeds een gemiddelde is van drie veldjes per behandeling. Door dassenschade waren namelijk per behandeling twee maïsveldjes onbruikbaar geworden. Bij de bepalingen aan de sorghum heeft de herinzaai mogelijk een negatieve rol gespeeld, aangezien de opkomst soms beneden het beoogde aantal planten bleef.

Tabel 2. Vergelijking van maïs en sorghum bij twee stikstofbemestingsniveaus op lössgrond in 2018
Maïs (1 ras) Sorghum (5 rassen)
Stikstofbemesting (kg N/ha) 70 110 70 110
Drogestofopbrengst (ton drogestof/ha) 16,2 19,9 12,6 - 19,2 12,0 - 20,2
Vcos (%) 78 79 61 - 74 62 - 71
ADL (g/kg drogestof) 18 18 17 - 34 23 - 31
Ruw-eiwitgehalte (g/kg drogestof) 58 59 69 - 102 83 - 98
VEM 1.006 1.017 741 - 952 753 - 872
Rest-N in bodemlaag 0-90 cm (kg N/ha) 90 119 35 - 80 109 - 239

Bij bemesting van 70 kg N per ha was de gemiddelde opbrengst van de sorghumrassen hoger ten opzichte van 110 kg N per ha. De vijf sorghumrassen hadden bij een stikstofgift van 70 kg N per ha gemiddeld 37% minder rest-N per ha dan bij maïs. Bij de stikstofgift van 110 kg N per ha bleek het omgekeerde het geval. Daarbij hadden de vijf sorghumrassen gemiddeld juist 33% meer rest-N per ha dan maïs. De hele proef op löss staat beschreven in Wageningen Livestock Research rapport 1149.

Opdrachtgevers en financiers van deze proef waren Waterschap Limburg, Stichting Boerenbond Zuid, Duurzaam Schoon Grondwater van WML, Project Slim bemesten, Proefboerderij Wijnandsrade en DSV Zaden Nederland.

Meer onderzoek nodig voor teeltoptimalisatie

De proeven tonen aan dat meer onderzoek nodig is voor optimalisatie van de sorghumteelt in Nederland. Belangrijke vragen zijn nog steeds voor optimale plantdichtheid, zaaibedbereiding, zaaidiepte, zaaitijdstip, stikstofniveau, onkruidbestrijding en gewasbescherming. En de invloed daarvan op reststikstof in verband met potentiële stikstofuitspoeling en, met name op lössgronden, bodemerosie. Ook voor de vervolgstap liggen er nog vragen over inkuilen, voeropname en dierprestaties.