Startschot eenduidige aanpak voor meer consumptie alternatieve eiwitten

Nieuws

Startschot eenduidige aanpak voor meer consumptie alternatieve eiwitten

Gepubliceerd op
29 mei 2019

De consument stapt nog niet massaal over op alternatieven voor dierlijke eiwitten, ondanks de inzet van veel partijen, zoals cateraars, retailers en voedselproducenten. Wageningen Economic Research organiseerde op 9 mei een round table om te verkennen hoe bedrijfsleven, overheid en wetenschap samen tot een eenduidige aanpak kunnen komen om consumenten te bewegen die stap wel te maken.

Marleen Onwezen, senior onderzoeker consumentengedrag, Machiel Reinders, senior onderzoeker consumentengedrag en marketing, en Arjen Daane, programmamanager Market Impact, ontvingen een vertegenwoordiging van verschillende start-ups, investeerders, food consultants, cateraars, multinationals, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, RIVM en het Voedingscentrum.

Reinders zegt dat er bij consumenten vaak (culturele) gewoonten meespelen in de acceptatie van nieuwe producten: ‘We vinden het vreemd als er een sprinkhaan op ons bord ligt, maar we eten wel garnalen.'  De vraag is volgens Daane hetzelfde, of je met plantaardige of niet-plantaardige eiwitten, zoals insecten, werkt: 'Hoe ga je met zulke producten de markt op, hoe zorg je ervoor dat de consument jouw product koopt?

Startschot eenduidige aanpak voor meer consumptie alternatieve eiwitten

Benoem smaakbeleving en hou vast aan bekende patronen

In plaats van alternatieve eiwitten zoals peulvruchten, insecten en zeewier apart te positioneren, kan de smaakbeleving beter benadrukt worden om de consumentenacceptatie te bevorderen. Dat smaak een belangrijke rol speelt voor de consument komt heel vaak terug in onderzoeken, dus moet je iets doen met de smaakbeleving en inspelen op emoties. Dat geldt zowel voor de positieve (bijvoorbeeld het krijgen van een goed gevoel wanneer je een duurzaam alternatief kiest) als de negatieve (bijvoorbeeld door in te spelen op gevoelens van walging bij het zien van (rauw) vlees). Reinders: ‘Een aanduiding als 'vegan' of 'vegetarisch' vaak wordt geassocieerd met 'anders dan ik'. Daarom kan het beter niet benadrukt worden in de communicatie met de consument.’  Daane noemt de discussie bij de retailer waar je zo'n product zou moeten neerleggen. De deelnemers van de round table waren het erover eens dat je ’de alternatieve burger tussen het reguliere vlees moet aanbieden en niet in het vegetarische vak.

Reinders noemt het voorbeeld van een zeewierburger: 'Zo’n naam appelleert niet aan een gevoel bij een consument. Maar als je zo'n burger "de sappigste burger van Nederland" noemt, spreekt dat mensen veel meer aan.'

De consument wordt niet benaderd met een opgeheven vinger. Onwezen: 'Je gaat de consument niet vertellen dat hij of zij niet gezond of duurzaam bezig is, maar je richt je op de positieve benadering van de vervanger van het vlees.'

We vinden het vreemd als er een sprinkhaan op ons bord ligt, maar we eten wel garnalen
Arjen Daane

Vervolggesprekken om tot eenduidige aanpak te komen

Samen met de deelnemers zijn verschillende naamgevingen voor de productcategorie en verschillende interventiestrategieën bedacht. Deze vormen het startschot van verdere gesprekken met de deelnemers. Reinders: 'Eigenlijk begint het nu pas en wilden enkele deelnemers graag met ons in dezelfde samenstelling weer bijeenkomen om er een vervolg aan te geven.'

Daane, Onwezen en Reinders denken nu na over een volgende stap en ook andere partijen kunnen dan aanhaken: 'Wij maken een voorzet op basis van ons consumentenonderzoek en onze ervaring en daarna komen we tot gezamenlijke onderzoeksvragen waarmee we de overheid en het bedrijfsleven verder kunnen helpen in hun communicatie met de consument.'