Nieuws

Voedsel-Economisch Bericht; wie voedt Nederland?

Gepubliceerd op
6 november 2019

In 2018 kopen Nederlandse consumenten voor circa 60 miljard euro aan eten en drinken in detailhandel (voornamelijk supermarkten) en foodservice (voornamelijk horeca). Dat is een stijging van 2,5% ten opzichte van 2017. De online verkoop van levensmiddelen van supermarkten met fysieke winkels groeit in 2018 met 30%. Ook maaltijdbezorging wint aan populariteit. Dat blijkt uit het jaarlijkse Voedsel-Economisch Bericht van Wageningen Economic Research.

Voor het voedsel bij de consument is, zorgt het agrocomplex - een omvangrijke keten van mensen en bedrijven - voor toelevering, productie, verwerking en distributie. In de primaire productie zijn in 2018 een kleine 54.000 land- en tuinbouwbedrijven actief; 1,7% minder dan in 2017. Deze bedrijven zorgen voor ruim 153.000 voltijdsbanen. Nog steeds behoort meer dan de helft (56%) van de arbeidskrachten tot het gezin van de boer of tuinder. De land- en tuinbouw in Nederlands heeft 1,82 mln. ha in gebruik als cultuurgrond. Bijna 4% daarvan is gecertificeerd biologisch.

Bedrijfsomvang 2018

De bedrijfsomvang van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven loopt sterk uiteen. De 9% zeer grote bedrijven zijn goed voor 51% van de toegevoegde waarde op basis van de standaardverdiencapaciteit (SVC). Deze groep, met een zwaartepunt in de glastuinbouw, zorgt in 2018 voor 37% van de werkgelegenheid en bewerkt 18% van de cultuurgrond in ons land. Maar liefst 35% bestaat uit zeer kleine bedrijven die slechts 2% van de totale toegevoegde waarde leveren.

waar kopen wij ons eten

Agrocomplex

Met circa 51 mld. euro draagt het totale agrocomplex in 2017 zo'n 7% bij aan het bruto binnenlands product (bbp). Driekwart van de toegevoegde waarde is te danken aan de export en bijna 31 mld. euro wordt verdiend aan producten op basis van Nederlandse agrarische grondstoffen, zoals melk, vlees, groenten etc. ­Toelevering van goederen en diensten (zoals veevoer, machines etc.) en de primaire productie leveren met elk 37% de grootste bijdrage aan de toegevoegde waarde.

De werkgelegenheid groeit tot zo'n 582.000 arbeidsjaren in 2017; dat is circa 8% van de nationale werkgelegenheid. Een kleine 400.000 arbeidsjaren hangen samen met de binnenlandse agrarische grondstoffen.

De eier- en suikerketen in beeld

Dit jaar worden in het Voedsel-Economisch Bericht de eier- en suikerketen belicht. De toegevoegde waarde van het pluimveecomplex in Nederland is in 2016 1,65 mld. euro. De bijdrage van legpluimvee hierin bedraagt 370 mln. euro en het biedt werkgelegenheid aan 22.000 mensen. In 2017 worden op 1.920 pluimveebedrijven in totaal 105 mln. stuks pluimvee gehouden.

De suikerketen in Nederland wordt gedomineerd door de teelt en verwerking van suikerbieten; er wordt in ons land relatief weinig rietsuiker verwerkt. In 2019 wordt op ongeveer 8.000 akkerbouwbedrijven in totaal 80.000 ha suikerbiet geteeld. De afschaffing van de suikerquotering in 2017 heeft geresulteerd in areaaluitbreiding. De bieten worden verwerkt door Suiker Unie, een dochter van coöperatie Cosun, in een tweetal suikerfabrieken in Nederland. Het belangrijkste product van de verwerking van suikerbieten is kristalsuiker, niet alleen in de vorm van suikerklontjes maar veel meer nog verwerkt in voedingsproducten.