Nieuws

Zoete kers en notenbomen: vroeg of laat in het blad?

Gepubliceerd op
22 juni 2022

In vier proefvelden in park Lingezegen (Gelderland) en het Horsterwold (Flevoland) zoekt het CGN uit welke herkomsten van de zoete kers en welke soorten noten een toevoeging kunnen zijn aan het Nederlandse bos. Nu de bomen vier tot vijf jaar oud zijn, zijn ze oud genoeg voor de eerste hoogte metingen en waarnemingen van de bladuitloop. Deze proeven zijn bedoeld om uit te zoeken welke herkomsten van de zoete kers en welke soorten noten het goed in Nederland doen en een toevoeging zijn aan het Nederlandse bos.

Beter laat dan vroeg?

Of een boom vroeg of laat begint met blad te vormen is een interessant kenmerk voor Nederlands bosbeheer. Hoe eerder de boom uitloopt des de eerder de boom kan beginnen met groeien. Anderzijds is er in Nederland een reëel risico dat later in het voorjaar nog een vorstnacht plaats vind. Jong uitgelopen blad is kwetsbaar voor vorstschade, zeker van noten. Als de nieuwe uitlopende twijgen te veel vorstschade oplopen, heeft dit ook gevolgen voor de verdere groei van de boom, bijvoorbeeld door het ontstaan van vorken. Voor de houtkwaliteit is dat juist niet wat je wil hebben, dus selecteren we in Nederland op herkomsten die juist wat later beginnen met uitlopen.

Herkomstenproeven

Er zijn twee soorten proeven gedaan: twee met de zoete kers (Prunus avium) en twee met verschillende soorten noten (Juglans spp). In herkomstenproeven van de zoete kers zijn bomen uit binnen- en buitenland willekeurig door elkaar heen geplant. Hiermee wordt onderzocht of bomen met een bepaalde herkomst beter groeien op een locatie. Deze proef wordt uitgevoerd in samenwerking met Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (België) en Thünen-Institut für Forstgenetik (Duitsland), die zelf ook kopieën van deze proeven hebben aangeplant. De proef is gestart in 2018 en ondanks de droge zomers van de eerste jaren doen alle herkomsten het goed in Nederland.

De bladuitloop is meerdere weken lang gevolgd. Daarnaast is de hoogte van elke boom opgemeten. Gemiddeld zijn de bomen 160 cm gegroeid in 2021 en zijn nu gemiddeld vier meter hoog. Ondanks dat er wel wat late nachtvorst geweest in 2021 en 2022 hebben de kersenbomen in de Nederlandse proeven weinig last van gehad. Dezelfde herkomsten in de Ardennen hebben wel meer last van vorst.

Zuivere noten of hybriden

De notenproef is anders opgezet. Hierin wordt niet naar verschillende herkomsten gekeken, maar naar verschillende soorten en hybriden: de gewone walnoot (Juglans regia), zwarte noot (Juglans nigra) en een drietal hybriden. De noten hebben een moeilijkere start gehad dan de zoete kersen, gemiddeld zijn de noten nog 120 cm hoog. Noten hebben een penwortel die gevoelig is voor verplanting. Regelmatig is de topknop of scheut afgestorven. Dit kan door vorst of de droogte zijn veroorzaakt. Als we naar bladuitloop kijken, is het opvallend dat de zwarte noot het vroegst begint met uitlopen en de meeste last heeft van vorstschade, gevolgd door de walnoot. De hybriden zijn later dan de ‘zuivere’ soorten. Daar waren deze specifieke hybriden oorspronkelijk ook op geselecteerd.

In de komende 15 jaar worden nog overleving, hoogte, diameter en groeivorm gemeten. De resultaten worden gebruikt als onderbouwing waarom deze herkomsten, hybriden en soorten wel of niet aanbevolen kunnen worden op de rassenlijst bomen.

Foto: Paul Copini