Opiniestuk Gert van Duinkerken in Trouw: Kringlooplandbouw vraagt praktische stappen

Nieuws

Kringlooplandbouw vraagt praktische stappen

Gepubliceerd op
16 september 2020

Minister Schouten introduceerde twee jaar geleden ‘kringlooplandbouw’. Een toekomstbeeld voor een duurzame landbouw in Nederland. De werkelijkheid is weerbarstig. Onder boeren is het vertrouwen in kringlooplandbouw afgelopen tijd verminderd. In de aanloop naar de verkiezingen zal het debat over de toekomst van de landbouw weer in alle hevigheid gevoerd worden.

Dit artikel verscheen op 16 september 2020 als opiniestuk van Gert van Duinkerken in Trouw.

Kringlooplandbouw is een ontwikkelrichting om voldoende voedsel te kunnen produceren op een manier die de aarde en de natuur aankan. Met minder ‘externe input’ zoals kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en fossiele brandstoffen. En maximale benutting van grondstoffen, eind- en bijproducten en reststromen. Met een zo laag mogelijk uitstoot van milieubelastende stoffen. Naast voedsel produceert kringlooplandbouw ook ‘biobased’ materialen. Denk aan vezels voor textiel en bouwmaterialen.

In de praktijk merk ik dat veel mensen kringlooplandbouw verwarren met lokale landbouw, waarbij voedselproductie en -consumptie dichtbij elkaar plaats vinden. En waarbij Nederland stopt met het produceren van voedsel voor de export. Of kringlooplandbouw wordt verward met extensieve landbouw, met weinig input en weinig output per hectare: een beetje ‘zoals het vroeger was’. Maar kringlooplandbouw gaat niet alleen over lokaal, kleinschalig en extensief.

Kringlooplandbouw gaat niet alleen over lokaal, kleinschalig en extensief.

Internationaal

Ons voedselsysteem is een internationaal systeem en zal dat blijven. Nederland is geen eiland: zelfvoorzienend zijn is onrealistisch. We vinden het normaal om geïmporteerde bananen en koffie in ons winkelkarretje te leggen. En in andere landen, met name onze buurlanden, koopt men graag Nederlandse zuivel en groenten.

Lokale en extensieve concepten spelen weliswaar een rol in onze voedselvoorziening, maar zijn niet genoeg. Met uitsluitend extensieve systemen redden we het niet. Het landbouwareaal is daarvoor te klein. Er is behoefte aan een verscheidenheid van bedrijven. Met extensieve en intensieve vormen van kringlooplandbouw. Maatwerk dus, met landbouwbedrijven die passen bij de regionale omstandigheden. Rekening houdend met diversiteit van landschappen en natuur en met diversiteit in ondernemersstijlen. Boeren en kennisinstellingen zetten daar al op in, soms ondersteund door de overheid. Zo experimenteert de Boerderij van de Toekomst in Lelystad met duurzaam bodembeheer, elkaar versterkende gewascombinaties en hoogwaardige technologie. Met volop gewassen blijven produceren, maar met een veel lager gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. En 300 melkveehouders hebben de vereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek opgericht. Heel verschillende bedrijven, zowel extensieve als intensieve, maar allemaal gedreven om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. In de varkenshouderij is de Coalitie Vitale Varkenshouderij opgericht. Deze samenwerking richt zich op een gezonde leefomgeving met gesloten kringlopen en een diervriendelijke varkenshouderij.

Lange termijn beleidsdoelen

Het is realistisch om verdere sluiting van de kringloop te verwachten van de landbouw. De overheid kan dat ondersteunen door lange termijn beleidsdoelen te formuleren en te zorgen voor consistentie en stabiliteit in wet- en regelgeving. En door samenwerking te bevorderen. Bijvoorbeeld tussen akkerbouw en veehouderij. Minder kunstmest, en betere benutting van dierlijke mest. Mest is dan niet langer een ‘probleem’, maar een waardevolle grondstof. Dat vraagt wel om innovaties.

Bijvoorbeeld praktische technieken om mest vers te verzamelen. Of urine en vaste mest gescheiden op te vangen. Nu komen die twee in veel mestkelders bij elkaar en ontstaat ammoniak. Door ze gescheiden te houden daalt ammoniakuitstoot. Ook kan de ontlasting dan gerichter worden ingezet als meststof bij de teelt van gewassen. Rechtstreeks, of na bewerking. Een ander voorbeeld is het verminderen van bijproducten en reststromen in de voedselketen. Co-producten uit de voedingsindustrie als grondstof voor diervoeder. En de teelt van insecten op organische reststromen uit de landbouw, industrie en steden. Die insecten dienen vervolgens als grondstof voor voedsel en diervoeder.

Maar uitsluitend het verduurzamen van de voedselproductie is niet genoeg. Kringlooplandbouw kan alleen een succes worden als er ook grote veranderingen komen in onze voedselconsumptie. Nog altijd gaat meer dan een derde van ons voedsel verloren bij het bewaren, bereiden en consumeren ervan. Dergelijke enorme voedselverliezen moeten echt omlaag. Nederland heeft zich gecommitteerd om tussen 2015 en 2030 de helft minder voedsel te verspillen. En als er dan toch wat over blijft, dan is de uitdaging om dit terug te brengen in de voedselkringloop. Bijvoorbeeld als grondstof voor diervoer.

Ook is er meer balans nodig in het menselijk dieet. Bij optimaal landgebruik zou tot een derde deel van onze eiwitconsumptie van dierlijke oorsprong kunnen zijn. In Nederland en veel andere landen is dat gemiddeld meer. Die ‘overconsumptie’ van dierlijk eiwit kan omlaag.

Consumenten worden te weinig geprikkeld om bewustere keuzes te maken. Productieketens kunnen hierin zelf veel betekenen.

Voedselprijzen

Een cruciaal verbeterpunt ligt in de voedselprijzen. Prijs is een belangrijke factor in de sturing van consumentengedrag. Op dit moment is de prijs van voedsel vooral gestuurd door vraag en aanbod, op basis van de economische waarde van voedsel. De maatschappelijke waarde van duurzaam geproduceerd voedsel wordt nog niet in geld uitgedrukt. Laat staan dat de boer er voor betaald krijgt. Consumenten worden te weinig geprikkeld om bewustere keuzes te maken. Productieketens kunnen hierin zelf veel betekenen. Denk aan de toeslag die melkveehouders ontvangen voor ‘weidemelk’. Maar ook de overheid heeft een sturende rol. Bijvoorbeeld door BTW-verlaging op duurzaam geproduceerd voedsel. En ook bij prijsvorming geldt: het voedselsysteem is een internationaal systeem. Prijsprikkels moeten ook werken in een systeem met import en export.

Kringlooplandbouw heeft goede papieren, maar vraagt praktische stappen in productie en consumptie.