Nieuws

Zicht op ongelijkheid vanuit de ruimte

Gepubliceerd op
26 april 2021

Wetenschappers van de universiteiten van Wageningen, Utrecht en Nanjing, hebben een manier gevonden om inkomstenongelijkheid te schatten aan de hand van nachtelijk licht. Voorheen was het alleen voor een beperkte groep landen mogelijk om ongelijkheid betrouwbaar in te schatten op een zeer grove ruimtelijke schaal. Met deze nieuwe methode is het voor het eerst mogelijk om een wereldwijde ongelijkheidskaart te creëren. Dit onderzoek verschijnt deze week in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Vanuit de ruimte gezien, lichten de bewoonde delen van de aarde ‘s nachts op. Hierdoor is het ‘s nachts zichtbaar waar mensen zich bevinden. Maar het licht onthult nog meer. Recente studies tonen aan dat in rijke omgevingen meer licht per bewoner wordt geproduceerd dan in armere gebieden. Dit komt door grotere woningen, betere straatverlichting enz. Rijke gebieden kunnen van arme gebieden onderscheiden worden door een combinatie van satellietbeelden en bevolkingsdichtheidsgegevens, maar dit nieuwe onderzoek gaat nóg een stapje verder. Het laat zien dat het zelfs mogelijk is om inkomstenongelijkheid te schatten vanuit de ruimte. Met als resultaat een kaart waarop hotspots van gelijkheid en ongelijkheid in de wereld te zien zijn.

Globale verdeling van op schattingen van ongelijkheid voor 2010 gebaseerd op nachtelijk licht, zoals gemeten door de Gini-coëfficiënt bij een ruimtelijke resolutie van 1 graad. Lagere waarden van Gini vertegenwoordigen meer gelijke gebieden.
Globale verdeling van op schattingen van ongelijkheid voor 2010 gebaseerd op nachtelijk licht, zoals gemeten door de Gini-coëfficiënt bij een ruimtelijke resolutie van 1 graad. Lagere waarden van Gini vertegenwoordigen meer gelijke gebieden.

Simpel idee

‘Vanuit de ruimte zien we uiteraard niet de inkomsten op individueel niveau. Maar de gedetailleerde patronen die op satellietbeelden te zien zijn verschaffen alsnog veel informatie’, zegt hoofdauteur Usman Mirza. ‘Het idee is eigenlijk heel voor de hand liggend’, vertelt Marten Scheffer, die het project aan Wageningse kant coördineerde. ‘Overal ter wereld zijn mensen geneigd om zich te verdelen in rijkere en armere buurten. Hierdoor kun je de contrasten waarnemen zonder dat je op het niveau van het individuele huishouden hoeft te kijken.’

Vergelijken met traditionele methoden

De onderzoekers vergeleken hun schattingen met beschikbare gegevens over inkomens die op de traditionele manier waren verkregen. Deze zijn gebaseerd op gegevens die mensen zelf verstrekken of belastinggegevens. ‘Allebei bepaald niet betrouwbaar, vooral in de minder ontwikkelde gebieden,’ aldus Scheffer. ‘Daardoor weten we niet precies wat de echte inkomstenongelijkheid is. Des te meer heeft het ons verrast dat de schattingen op basis van ruimtebeelden goed overeenkomen met de bestaande gegevens.’

Ongelijkheid in ontwikkelingslanden

‘De grote vooruitgang is dat we nu beschikken over schattingen over inkomstenongelijkheid in gebieden waarvoor deze gegevens voorheen niet beschikbaar waren, vooral in gebieden die nog in ontwikkeling zijn’, zegt coauteur Bas van Bavel, werkzaam aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in de geschiedenis van ongelijkheid. ‘Dit is belangrijk, aangezien ongelijkheid één van de bepalende eigenschappen is van gemeenschappen.’